Zienswijze Natura 2000, gebied 87
Aan de minister van Landbouw,
Natuur en Voedselveiligheid,
Inspraakpunt Natura 2000
Postbus 90316
2500 GH Den Haag
Wijk aan Zee, 7 februari 2007
Betreft: NH Duinreservaat, met name Dorpsduinen, Vuurbaakduin en Rolandsduin
(verder te noemen: ‘ het gebied’)
Geachte minister,
Gaarne brengen wij onze zienswijze naar voren inzake het (voorgenomen) besluit het gebied aan te wijzen als Natura 2000 gebied. Als voornaamste reden voor de aanwijzing zien wij, dat de bescherming van het gebied voortaan een wettelijke basis zal hebben met de daaraan verbonden habitatnormen. Wij voeren voor de onderbouwing van onze zienswijze de volgende redenen aan:
Drie factoren zijn sterk van invloed op het gebied nabij het dorp Wijk aan Zee:(a) de staalindustrie, (b) de dorpsbebouwing en (c) de recreatie.
1. Het hoogovens- en staalbedrijf van Corus verspreidt over zijn omgeving en het te beschermen duingebied milieuschadelijke stoffen. Corus gaat tot de grens van het toelaatbare. Geringe overschrijdingen zijn om die reden nagenoeg structureel en zware overschrijdingen incidenteel. Bovendien belast het bedrijf de omgeving met een aanmerkelijke geluidshinder (55 dB en hoger) en straalt het bij donker veel licht uit.
2. De bestaande bebouwing van het dorp Wijk aan Zee grenst op bepaalde stroken in aanmerkelijke omvang aan het gebied. De overlast van licht en geluid op het duinmilieu is op die plaatsen bepaald niet te verwaarlozen. Ook huisdieren, al dan niet onder geleide, verstoren met regelmaat de rust in het gebied als zij daar rondzwerven. Hetzelfde geldt voor spelende en gravende kinderen en wandelaars.
3. De bestaande recreatie heeft tot gevolg, dat tijdens het strandseizoen paviljoens en strandhuisjes dicht opeengepakt staan en intensief gebruikt worden. Op goede stranddagen stromen 20.000 of meer badgasten naar het strand bij Wijk aan Zee. Daar vallen we niet over zo lang het beperkt blijft tot het huidige gebruik. Maar we willen er wel bij stilstaan in dit verband, dat er een nadelig effect van uitgaat op het achterliggende duingebied.
Gegeven het feit, dat het gebied zeldzame populaties van planten en dieren kent en ook de grondsoort een bijzonderheid op zichzelf is (kalkrijke grijze duinen) zien wij bescherming onder het regiem van Natura 2000 als noodzakelijk. De nadelige invloeden van de bestaande industrie, de bebouwing en de recreatie bij elkaar genomen, maken de bescherming van het gebied nog eens dringend noodzakelijk.
Het is ons bekend, dat u de bestaande toestand voor gegeven neemt en dat u geen sanering beoogt. Wij respecteren dat uitgangspunt, maar wij merken daarbij wel op, dat u in Wijk aan Zee als habitatbeschermer van doen heeft met een uiterst dynamische situatie. Dat geldt zonder meer al voor het productieproces van Corus, maar zeker ook voor de factor recreatie. Bij de staalproductie overschrijdt men bij topdrukte gemakkelijk de expliciete maatstaven, eenvoudig omdat men doorlopend tegen het gestelde maximum aanzit. Bij de recreatie overschrijdt men bij topdrukte al gauw de impliciete ecologische maatstaven.
Het is reeds om die redenen, dat het gebied, zwaar belast als het reeds is, als natuurelement (grond, fauna en flora) in zijn geheel de bescherming moet krijgen die het ecologisch toekomt.
Inkrimping van het aangewezen gebied aan de randen- zoals de gemeente Beverwijk in haar zienswijze naar voren brengt, leidt er toe, dat de overlast straks doordringt in dieper gelegen delen van het gebied en zal daarom buiten verhouding sterk toenemen.
Wij vestigen uw aandacht op de te verwachten ontwikkelingen voor (1) de industrie, (2) de bebouwing en (3) de recreatie.
4. De kennis en kunde van de locale staalindustrie hebben het bedrijf tot een van de weinige winstgevende onderdelen van het Corus-concern gemaakt. Het is te verwachten, dat de productiecapaciteit in de nabije toekomst volbelast zal zijn. Alsdan zullen overschrijdingen van de gestelde milieunormen structureel ernstiger worden. Zware overschrijdingen zullen in omvang en frequentie zeker toenemen.
5. Het verzoek van de gemeente Beverwijk om de zuidoostlob van het N-H Duinreservaat buiten de aanwijzing te houden is overbodig. De toekomstige bouwlocatie is reeds bebouwd en gedeeltelijk verhard.
6. Het verzoek van de gemeente Beverwijk om het speelterrein van de basisschool ‘de Vrijheit’ buiten de aanwijzing te houden slaat op niets. Het terrein is verhard en valt daarom vanzelf buiten de aanwijzing.
7. Voor het verzoek om een strook ten zuiden van het dorpshuis De Moriaan uit te sluiten van de aanwijzing verzuimt de gemeente een deugdelijke reden op te geven. Een dergelijk ongemotiveerd verzoek weegt niet op tegen het belang om het door u aangewezen duingebied onmiddellijk te beschermen.
8. Van het verzoek van de gemeente Beverwijk om de parkeerterreinen buiten de aanwijzing te houden, is de motivering vaag en oppervlakkig uitgewerkt. Een zodanig zwak gemotiveerd verzoek weegt niet op tegen het belang om het door u aangewezen duingebied onmiddellijk te beschermen. Bij meer concrete plannen valt altijd nog te denken aan ‘herverkaveling ‘ van natuurwaarden ter plaatse. Deze maatregel dringt te meer, omdat de gemeente Beverwijk nog nimmer formeel de optie heeft uitgesloten, dat bouwen nabij de zeereep na 2010 opnieuw overweging verdient. (Dorpsvisie 2003, pagina 12).
Het is in dit verband noodzakelijk op te merken, dat de zienswijze van de gemeente Beverwijk besluiten impliceert, waarover het dorp Wijk aan Zee nimmer is geraad-pleegd overeenkomstig de bestuursrechtelijk voorgeschreven voorbereiding. De bewering, dat het draagvlak van voorzieningen in het geding is, omdat woningbouw vertraging zou ondervinden, is sterk overdreven.
Wij merken in samenhang met punt 5 nog op, dat de gemeente Beverwijk ruimschoots tevoren op de hoogte is gebracht van uw beleidsvoornemens en het traject van Natura 2000. Ook had de gemeente zich anders kunnen opstellen bij de onderhandelingen, die aan het ‘Waterlandakkoord’ zijn voorafgegaan. Dat heeft de gemeente verzuimd.
De botsing met uw beleidsvoornemens zou op eenvoudige wijze te voorkomen zijn geweest bij een tijdige aanpassing van de gemeentelijke voornemens. Nu blijkt dat de botsing met uw beleid was te voorzien én te vermijden, kan de gemeentelijke zienswijze dan ook niet leiden tot wijziging van de aanwijzing, zoals u zich die heeft voorgenomen.
We herhalen het nog maar eens. Inkrimping van het aangewezen gebied aan de randen brengt mee, dat de overlast straks doordringt in dieper gelegen delen van het gebied en zal daarom buiten verhouding sterk toenemen.
9. De provincie Noord-Holland wil de plaatsing van strandpaviljoens voor twaalf maanden per jaar mogelijk maken. De gemeente Beverwijk wil dat beleid volgen en lokaal invullen. Wij zijn van mening, dat de uitbreiding van de omvang en duur van de plaatsing van de strandpaviljoens ernstig nadeel heeft voor het strand- en duinmilieu, dus het gebied.
· De eerste reden is, dat aanwas en herstel van de duinvoet door verstuiving zal afnemen, omdat strandpaviljoens straks doorlopend in de weg zullen staan. Reeds nu is op luchtfoto’s de stagnatie van de aanstuiving aanwijsbaar als rechtstreeks gevolg van bouwwerken in het zomerseizoen.
· De tweede reden is, dat stuivend zand tot ver in het gebied een bestaansvoorwaarde is voor duurzame vernieuwing van het duinmilieu, in het bijzonder de flora en de fauna.
· De derde reden is dat de strandpaviljoens als gewilde feestlokalen een bron zullen zijn van geluids- en lichthinder voor de kustzoom van het gebied .
Wij betreuren het, dat u de begrenzing van het gebied zo heeft veranderd, dat niet meer de waterlijn, maar dat nu de duinvoet de grens vormt. Dat zal leiden tot meer overlast voor de kustzoom van het gebied dan ecologisch wenselijk is en dat zal zeker het geval zijn als plaatsing van strandpaviljoens gedurende twaalf maanden van het jaar zijn beslag krijgt en in de tijd gezien verdubbelt. Het nadeel zal na verloop van jaren nog ernstiger zijn, omdat de aanwezigheid van paviljoens dan geruime tijd geen enkele onderbreking zal hebben gekend.
Verder dringen wij aan op aanwijzing van het duingebied ten zuiden van het Vuurbaaksduin in de richting van de zogenaamde Noordpier. Sinds de verlenging van dit havenhoofd maakt dit gebied een bijzondere ontwikkeling door. Er vindt een krachtige aanwas plaats van witte én grijze duinen. Het laat vele stadia van duinvorming zien en het verkeert thans in optimale staat. Dat maakt het gebied uniek voor de kust tussen IJmuiden en Groet. Voorts heeft het gebied een brugfunctie tussen het Vuurbaaksduin en de duinen van Zuid-Kennemerland. Het is precies die brugfunctie, waar de Ecologische Hoofdstructuur zo’n bijzondere waarde aan hecht.
Toeristische en recreatieve ontwikkelingen hebben een nadelige invloed op dit gebied ten zuiden van het Vuurbaakduin en zij vormen een wezenlijke bedreiging voor de ongereptheid ervan. Wij noemen een ongecontroleerde en ongerichte groei van bouwwerken op het strand en de vorming van nieuwe toegangen of ‘slagen’ naar het strand.
.
Op grond van het voorgaande verzoeken wij u te besluiten tot:
· aanwijzing van het gebied overeenkomstig uw huidig voornemen;
· uitbreiding van het gebied met het voorliggende strand;
· uitbreiding van de aanwijzing met het duingebied ten zuiden van het Vuurbaakduin.
Wij behouden ons het recht voor onze zienswijze aan te vullen en te wijzigen, zo dikwijls als de noodzaak zich daartoe aandient.
Hoogachtend,
Namens het bestuur van de stichting,
Jan Budding, voorzitter ad interim
Evelien Priester, secretaris
