Werkgroep Milieu

Contactpersoon :

D.Buwalda

Voorstraat 21

1949 BG Wijk aan Zee

Tel 0251-375522

e-mail : sauwpaulienniek@hotmail.com

beroepschrift Raad van State tege WM Corus

Zaaknummer RvS 200701617/1/M1

Stichting Dorpsraad Wijk aan Zee

Postbus Dorpsduinen 4

1949 EG Wijk aan Zee

Dorpsraad 1982-2007

Raad van State
Afdeling Bestuursrechtspraak
Postbus 20019
2500 EA Den Haag

Behandeld door: D. Buwalda

Stichting Dorpsraad Wijk aan Zee
Postbus Dorpsduinen 4
1949 EG Wijk aan Zee

Onderwerp: Beroepschrift revisievergunning Wet Milieubeheer Velsen-Noord
Wenckebachstraat 1, Staalbedrijf Corus Staal BV te IJmuiden
Datum besluit 16 januari 2007.

Wijk aan Zee, 03 april 2007

Hoogedelgestrenge Dames en Heren,

Algemeen

Bij brief van 08 maart 2007 hebben wij beroep ingesteld tegen de bovengenoemde
revisievergunning Wet Milieubeheer.

Hierbij ontvangt u de motivering van ons beroepschrift.

De Dorpsraad Wijk aan Zee gaat in beroep tegen onderdelen van deze vergunning omdat hij vindt

dat het geluid voor de avond en nachtperiode te ruim is vergund en
dat emissies naar lucht van zwaveldioxiden (SO2), stikstofoxiden ( NOX), fijn stof   (PM10), zwavelwaterstof ( H2S), benzo(a)pyreen ( B(a)P) en zware metalen te hoog zijn vergund.
dat in het bestreden besluit geen rekening gehouden is met de gevolgen van de reeds vergunde en de toekomstig vergunde emissies en
dat evenmin rekening is gehouden met de gevolgen daarvan op het natuurgebied grenzend aan Corus.
dat voorts een deel van de installaties niet als BBT (best beschikbare techniek) valt aan te merken en
dat tenslotte geen of onvoldoende rekening is gehouden met de minimalisatieverplichting van de NER (Nederlandse emissierichtlijn) voor o.a. de stoffen PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), dioxines.

In onderstaande punten willen wij een en ander toelichten.

Bij de nummering in dit beroepschrift hebben wij dezelfde aangehouden als in onze zienswijze van 4 oktober 2006 en van 19 januari 2007, alsmede die van onze zienswijze inzake Geluid, waarvan een model hierbij gaat.

4.Wettelijke procedure: Habitattoets en Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

Gesteld wordt dat de productie optimalisatie niet gepaard gaat met ingrepen buiten de inrichting en dus geen gevolgen heeft voor de bodem in het omliggende duingebied.Dit is onjuist aangezien jarenlange uitstoot van genoemde stoffen de omgeving wel degelijk heeft beïnvloed. Tevens wordt gesteld dat door veranderingen in het productieproces de invloed van Corus hoogstens gelijk blijft. Dit is gezien de complexiteit van de inrichting gekoppeld aan de omvang van de productietoename een niet onderbouwde stelling.Er is geen passende beoordeling gemaakt over de depositie van verzurende stoffen, zware metalen en dioxine in het omringende natuurgebied.

De provincie stelt in haar overwegingen dat dit pas nodig is bij het opstellen van instandhoudingdoelstellingen en het beheerplan in het kader van de Natuurbeschermingswet in de toekomst. Deze mening delen wij niet.

7. Stikstofoxiden / NOx (en CO2)

De vergunning resulteert in een toename van de CO2 en NOx emissie. Provincie merkt hier over op dat geen toename van CO2 en NOx wordt gerealiseerd t.o.v. oude vergunning. Na overleg d.d. 13-02-2007 tussen de Dorpsraad en Corus blijkt dat de werkelijke CO2 en NOx- emissies toenemen bij de geplande productieverhoging.
De concentratie NO2 in Wijk aan Zee blijkt uit verspreidingsberekeningen strijdig te zijn met de IPPC richtlijn (Europese richtlijn) en voorschrift 0.4.1 b is dus te ruim vergund. Voor NOx wordt alleen de Biodenox bij de pelletfabriek opgevoerd als reductiebron. Deze wordt door de vergunningverlener als niet kosteneffectief bestempeld. Gezien de te hoge immissie bijdrage van Corus aan de lokale immissieconcentratie en het niet toetsen en normeren van de NOx emissies aan de BBT, van de daarvoor in aanmerking komende installaties, is dit een onjuiste beslissing.

8. Zwaveldioxide / SO2

Maatregelen verder dan BAT (best available technique) zijn mogelijk volgens de NEC 2010. Hieraan dient de vergunning te voldoen.De IMT richtlijn (integrale milieutaakstellingen) is, dat 21% gereduceerd moet worden. De totale reductie tot 2010 volgens BMP 4 (bedrijfsmilieuplan) van Corus bedraagt 68 ton.
Deze reductie is slechts 2% van de totale uitstoot. De trend moet omlaag, maar door eventuele productieverhoging is zelfs groei mogelijk tot oude vergunningsnorm.
Is provincie bij vergunningverlening niet gehouden om rijksbeleid uit te voeren? (= reductie)
Er zou bijvoorbeeld een norm opgelegd kunnen worden gerelateerd aan de uitstoot van de afgelopen jaren van 4000 ton/jaar. De aangevraagde 4400 ton/jaar is dan ook te ruim. Onduidelijk is ook welke installaties verantwoordelijk zijn voor de SO2 bijdrage.
BBT- toetsing ontbreekt in de aanvraag. De vergunde emissie van de pelletfabriek en de sinterfabriek is niet BBT.Voorschrift 0.4.7 is dan ook onvoldoende en dient te worden uitgebreid. Ook dient de sinterfabriek in het onderzoek te worden betrokken. De in de BREF (BBT referentiedocument) genoemde minimalisatieverplichting is onvoldoende nagekomen.

9. Fijn stof / PM10

Op immissieniveau aan de zuidwestkant van het Corusterrein in Wijk aan Zee wordt de daggemiddelde norm van PM10 van het Besluit luchtkwaliteit overschreden. Deze metingen zijn gebaseerd op meetpunt Bosweg (zuidzijde Wijk aan Zee). Provincie stelt dat dit meetpunt geen onderdeel uitmaakt van het officiële provinciale meetnet luchtkwaliteit. Gedeputeerde Staten stellen daarom dat met de huidige methodiek (meetpunt Banjaert, noordzijde Wijk aan Zee) geen argument beschikbaar is om de PM10 overschrijding toe te schrijven aan bedrijfsactiviteiten van Corus. In onze bedenkingen hebben wij dan ook gepleit voor enkele meetpunten, om dit niveau rondom Corus vast te leggen. Provincie acht dit niet nodig. Wij volharden echter in ons standpunt. De methodiek (locatie meetpunten) dient zodanig aangepast te worden dat; de bijdrage van Corus aan PM10 in de luchtkwaliteit duidelijk meetbaar en handhaafbaar is en zodoende de luchtkwaliteit voor de bewoners van het dorp Wijk aan Zee op een correcte manier vastgesteld kan worden. Verplaatsing van de mengvelden aan de zuidzijde van het Corusterrein zal volgens provincie het aantal overschrijdingen in Wijk aan Zee kunnen verminderen. De totale emissie van PM10 bij Corus moet ook begrensd worden. Reductiemogelijkheden zijn mogelijk de sinterfabriek en de kooksfabriek 1 en energiebedrijf. De voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12, die verplichten tot het doen van onderzoek van de stofemissies van de electrofilters van de sinterfabriek, sinterkoelers en dakemissies van de pelletfabriek, zijn onvoldoende waarborg voor verdere reductie.

10.en V. Zware metalen naar lucht.

Naast die van lood, gaan de emissies van arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, zink en nikkel naar lucht fors omhoog. Kwik en cadmium zijn zwarte lijst stoffen. Hier dient naar nulemissie gestreefd te worden. Voor de stoffen zink, chroom, koper, lood dienen emissienormen opgenomen te worden die meetbaar en handhaafbaar zijn. De vergunde emissies van zware metalen liggen ruim boven de aangevraagde emissies. Dit terwijl bovendien de trend daling zou moeten zijn. De integrale milieutaakstelling uit 1992 schrijft voor een reductie van 70-90 %.
Ook het Prioritering stoffenbeleid van de Rijksoverheid geeft een minimalisatieverplichting aan. (Ook dioxine valt onder deze verplichting). Er is geen onderzoek gedaan naar de mogelijke gevolgen voor het nabij gelegen natuurgebied. De economische belangen die leiden tot de inkoop van “slechtere ertsen” mogen niet meewegen in een milieuvergunning, wat nu wel het geval is.

Wat betreft het kwikgehalte dient het vergunnen van meestoken van kwikhoudend retourslib en filterassen onverwijld te worden beëindigd. Dit wordt in voorliggende vergunning nog drie jaar vergund. Ook dient per stof een maximale jaarvracht vergund te worden. Maatregelen bij sinterfabriek en pelletfabriek dienen genomen te worden, die verder gaan dan de BAT. Dit is op basis van de vigerende wetgeving mogelijk.

11.H2S / Geur

De grenswaarde van 99,5 percentiel H2S wordt in Wijk aan Zee sinds jaar en dag overschreden. De provincie beroept zich op haar geurbeleid, dat gebaseerd is op aantal hinderklachten, om de status quo te handhaven. Bovenstaande stof wordt ook in het provinciale meetnet gemeten. Beperking van H2S is in deze vergunning niet gereguleerd. Dit dient alsnog te gebeuren.

19. Geluid (IP 2)

Met het opnemen van de nu in de voorschriften opgenomen waarden blijft ruimte bestaan voor toekomstige ontwikkelingen op het industrieterrein die extra geluidruimte vragen. Voor een aanzienlijk deel van het dorp geldt al een hogere MTG waarde (maximale toelaatbare geluidsbelasting) en wordt al niet voldaan aan de saneringsnorm, zoals voorgeschreven in de Wet geluidhinder. Tevens is voor het vaststellen van deze vergunning voor een groot aantal woningen nieuwe (hogere) MTG waarden vastgesteld door VROM. Zonder deze ingreep had deze vergunning niet afgegeven kunnen worden. Tegen dit besluit zijn in het dorp 309 bedenkingen ingediend. In voorliggend besluit wordt door provincie in de avondperiode ruimte vergund, die ontwikkelingen op geluidgebied mogelijk maken. Voor de nachtperiode wordt ruimer vergund dan aangevraagd. Dit is gezien de al opgehoogde MTG waarden onzes inziens onacceptabel.

VI. Benzo(a)pyreen / B(a)P.

De kooksfabrieken zijn de bronnen.
Provincie stelt in haar verweer op onze bedenkingen dat vervanging van de deuren van de kooksfabriek 2 emissiedaling tot gevolg zal hebben. Onderhoud en herstel van bestaande installaties kan echter geen valide vergunningseis zijn. In het BMP 4 (tot 2010) van Corus is bij de vervanging deuren KF2 (kooksfabriek 2) echter alleen reductie van VOS en SO2 opgevoerd en geen B(a)P.
In de verspreidingsberekeningen wordt gesteld, dat zal worden voldaan aan de streefwaarde van 1 ng/m3. Dit zou worden bevestigd door de meetgegevens in het meetnet IJmond. De streefwaarde vanaf 1997-2005 wordt in de meetrapporten luchtkwaliteit IJmond voor het meetpunt Banjaert in Wijk aan Zee overschreden, met uitzondering van 2002, 2003 en 2005.
Wij dringen aan op vastleggen en het terugbrengen van de jaarvracht in de vergunning en kunnen niet akkoord gaan met de voorgestelde en vergunde emissieverhoging van 10 % van
de B(a)P. Verder moet de Kooksproductie slechts vergund worden voor eigen gebruik en niet voor derden.

Wij verzoeken u te beslissen dat:

1. het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland niet in redelijkheid tot het

bestreden besluit heeft kunnen komen op de aangegeven punten;

2. het college van Gedeputeerde Staten zijn besluit op de door ons aangevochten

punten moet aanscherpen.

In afwachting van uw beslissing, met vriendelijke groet,

J. Budding Voorzitter Adres Verlengde Voorstraat 3, 1949 CL Wijk aan Zee

E. Priester Secretaris Adres Rijckert Aertszweg 53, 1949 BD Wijk aan Zee


Bijlagen:

1. De notarieel gewaarmerkte statuten van de stichting Dorpsraad Wijk aan Zee.

2. De notitie Dorpsraad Wijk aan Zee “belanghebbende” van 10 januari 2007

3. Het uittreksel uit het handelsregister van 27 maart 2007

4. De kennisgeving van het bestreden besluit.

5. Zienswijzen tegen de ontwerpbeschikking en de herziene ontwerpbeschikking

Zienswijze van 10 oktober 2006

Zienswijze van 19 januari 2007

Zienswijze inzake Geluid

De Stichting Dorpsraad Wijk aan Zee als belanghebbende ingevolge artikel 1:2, eerste

lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De stichting heeft de statutaire opdracht de leefbaarheid in het dorp Wijk aan Zee te

bevorderen.

Sinds de oprichting, de facto in 1982 en de jure in 1983, heeft het bestuur onder

‘leefbaarheid’ steeds verstaan: al hetgeen rechtstreeks en zijdelings raakt aan het

belang van de leefgemeenschap Wijk aan Zee.

Het bestuur heeft daarbij voortdurend in het oog gehouden, dat het begrip

leefgemeenschap zowel een biologische en ecologische, als een maatschappelijke

en sociale betekenis heeft.

Binnen de bepalingen van artikel 3 van de statuten, geeft de Dorpsraad feitelijk uitvoering

aan zijn statutaire opdracht met de volgende werkzaamheden:

Het uitbrengen en aan de orde stellen van discussienota’s. over actuele onderwerpen in Wijk

aan Zee:

Bouwen en Wonen (11 oktober 2006)

Recreatie en Verkeer (11 oktober 2006)

Natuur en Milieu (11 oktober 2006)

Beeldkwaliteitplan Wijk aan Zee (15 maart 2007)

Het beleggen van themabijeenkomsten van alle betrokkenen in het dorp over

omstandigheden, die (mogelijk) afbreuk doen aan de goede maatschappelijke en sociale

verhoudingen.

Overlast van hotel- en pensionbedrijven, die buitenlandse werknemers huisvesten

(14 februari 2007).

Het doorlopend overleggen met overheden, bedrijven en organisaties over omstandigheden,

die de leefbaarheid in het dorp Wijk aan Zee kunnen verbeteren. Hetzelfde geldt voor

omstandigheden waarvan zich laat vaststellen of veronderstellen, dat zij nu of later, een

nadelige invloed op de leefbaarheid hebben.

Het indienen van zienswijzen over omstandigheden en ontwikkelingen, die de leefbaarheid in

Wijk aan Zee op de een of andere wijze aantasten.

In al de genoemde gevallen gaat het om:

een aan de statutaire doelstelling ontleend collectief belang;

een belang dat los kan worden gezien van dat van de individuele leden;

de behartiging trekken vertoont van bovenindividuele belangen;

Bovenstaande drie punten staan aangehaald in de uitspraak van de voorzitter van de Raad

van State van 15 december 2005 in de zaak 200509469/1 en 200509469/2, waarin de

voorzitter verwijst in punt 2:5, naar de zaak 200304188/1 en de aldaar omschreven

maatstaven.

Wijk aan Zee, 10 januari 2007





Aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland

Milieu Informatie Punt

Postbus 205

Postcode 2050 AE Overveen

Betreft: Zienswijze Dorpsraad Wijk aan Zee op de herziene ontwerpvergunning van de

provincie Noord-Holland voor de vergunningverlening ex artikel 8.4 van de Wet milieubeheer

voor de inrichting Corus Staal BV.

Wijk aan Zee, 2006-10-04

Geacht College,

Allereerst zijn wij verheugd dat, naar aanleiding van de eerder ingebrachte bedenkingen op

de eerdere ontwerpvergunning, de herziene vergunning die nu voorligt aanzienlijk is

aangescherpt op onderdelen. Onduidelijk is wat de juridische status van deze vergunning is.

Normaliter dient eerst de bezwaarperiode van de ontwerpvergunning te worden afgerond.

Wij gaan er vanuit dat de ingebrachte bedenkingen op de eerste ontwerpvergunning blijven

staan als bedenkingen voor de herziene ontwerpvergunning. Mocht dit niet het geval zijn dan

dienen wij deze alsnog in. Dit betreft bedenkingen 1, 4, 6,7, 8, 9, 10, 11, 14 en 19 op

onderdelen. De overige bedenkingen zijn voor de Dorpsraad naar behoren beantwoord.

Bij bedenking 9 werden de voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12 genoemd. Deze nummering is

in de herziening ontwerpvergunning veranderd. Zie nieuwe bedenking IV.

Naar aanleiding van de herziene ontwerpvergunning willen wij de volgende nieuwe

bedenkingen indienen:

I

. (pag.9) Mer-beoordelingsplicht Koudwals:

Waarom wordt deze vergunning separaat van de totale vergunning afgegeven, terwijl de

intentie is te komen tot een totale vergunning en de procedure nog steeds loopt.

II.. (pag.16) Voorschrift 1.2.2 en 1.4.2.

Bij dit voorschrift dient controle en handhavingvoorschrift verbonden te worden.

III. (pag.21) Voorschrift 0.4.7.

Aan dit voorschrift dient na onderzoek een resultaatsverplichting gekoppeld te worden.

IV. (pag.28) Voorschrift 1.1.7, 1.1.8, 1.1.14.

Hier blijft oude bedenking 9 staan.Voorheen waren dit de voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12

V. (pag. 30,32) Zware metalen naar lucht.

De economische belangen ten aanzien van de inkoop van ertsen mogen niet meewegen in

een milieuvergunning. Wij houden dan ook vast aan de eerder ingebrachte bedenking 10. De

zware metalen naar lucht mogen niet stijgen, ergo moeten afnemen.

Wat betreft het kwikgehalte dient het vergunnen van meestoken van kwikhoudend retourslib

onverwijld te worden beëindigd. Ook dient per stof een maximale jaarvracht vergund te

worden en maatregelen genomen te worden die verder gaan dan de BAT.

Dit is op basis van de vigerende wetgeving mogelijk.

VI. (pag.32) Benzo(a)pyreen.

Hier wordt berekend dat wordt voldaan aan de streefwaarde van 1 ng/m3 en dit zou worden

bevestigd door de meetgegevens in het meetnet IJmond.

De streefwaarde vanaf 1997-2004 worden in de meetrapporten luchtkwaliteit IJmond voor

het meetpunt Banjaert overschreden, met uitzondering van 2002 en 2003

De borging van de gezondheid van de bewoners van Wijk aan Zee is hiermee in het geding.

Wij dringen aan op vastleggen en het terugbrengen van de jaarvracht in de vergunning en

kunnen niet akkoord gaan met de voorgestelde en vergunde verhoging van 10 % van de

B(a)P.

Verder moet de Kooksproductie vergund worden voor eigen gebruik en niet voor derden.

Hierbij merken wij op dat naar aanleiding van ons eigen grof stofonderzoek en het daarbij

gevonden hoge Pak gehalte Corus nader onderzoek zou verrichten.

Dit willen wij vastgelegd hebben in de vergunning met hieraan gekoppeld de mogelijkheid om

maatregelen te nemen mocht dit gehalte daadwerkelijk te hoog zijn.

VII. (pag.40) Voorschrift 1.1.13 voor fluorwassers (EL 504).

Hier dient de BREF –waarde vergund te worden.

Dit voorschrift spreekt over een saneringstermijn.duconwassers.Dit is niet terug te vinden in

het voorschrift zelf. E.a moet dus alsnog vastgelegd worden.

.

VIII. (pag.50,51) Geluid

De oude bedenking 19 blijft staan met daarbij de opmerking dat wij geen bezwaar maken

tegen aanvullend saneringsplan Wet geluidhinder. Niet omdat wij het met uw voornemen

eens zijn, maar naar ampel beraad de zaak naar de Raad van State geen resultaat zal

opleveren.

IX. (pag.58,59) Opslag Hoogovengasstof

Wij dringen aan op beëindiging van de opslag van hoogovengas stof binnen de termijn die

voor deze vergunning wordt afgegeven en niet de in voorschrift 1.3.8 genoemde termijn.

De studie naar verwerken duurt nu al zo’n 10 jaar of langer en verwerking is al mogelijk

gebleken in Duitsland.

Verder dient er een economische en maatschappelijke kosten/ batenanalyse gemaakt te

worden van storten en verwerken, immers nuttige toepassing is mogelijk.

X. (pag. 178) Onderzoek minimalisatieverplichting.

Hieraan dienen de stoffen Cadmium, B(a)P, Nikkel en Arseen te worden toegevoegd.

Met vriendelijke groet,

Het bestuur van de Dorpsraad Wijk aan Zee

Jan Budding voorzitter adres Verlengde Voorstraat 3, 1949 CL Wijk aan Zee

Evelien Priester secretaris adres Rijckert Aertszweg 53, 1949 BD Wijk aan Zee





Aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland

Milieu Informatie Punt

Postbus 205

Postcode 2050 AE Overveen

Betreft: Zienswijze Dorpsraad Wijk aan Zee op de ontwerp-beschikking van de Provincie

Noord-Holland voor de vergunningverlening ex artikel 8.4 van de Wet milieubeheer

voor de inrichting Corus Staal BV.

Wijk aan Zee, 2006-01-19

Geacht College,

Naar aanleiding van uw voornemen bovengenoemde vergunning te verlenen maken wij de

volgende bedenkingen:

1.C Aanleiding van de aanvraag: Ook dient de vergunning uiterlijk per 30 oktober 2007 aan

de Europese IPPC-richtlijn te voldoen. In de ontwerp-beschikking wordt daar op diverse

punten van afgeweken. Tevens is niet aangegeven hoe gehandhaafd zal worden op het niet

voldoen aan de IPPC-richtlijn.

2.D Wettelijke procedure: Gedeputeerde Staten stellen dat de revisie-vergunning pas kan

worden afgegeven als de, in het kader van geluidssanering vastgestelde MTG-waarden, door

de Minister van VROM zijn aangepast. Formeel is dat nog niet het geval. Derhalve is het

ontwerp-besluit niet rechtsgeldig.

3.D Wettelijke procedure: Mer-beoordelingsplicht staalproductie

Er zijn naar ons oordeel geen zodanige bijzondere omstandigheden aanwezig, ----------

Gedeputeerde Staten stellen dat bij de veranderde staalproductie geen bijzondere

omstandigheden zijn om een MER-onderzoek te rechtvaardigen. Zij baseren dit mede op de

milieugevolgen van de activiteit. Echter de geluidsproductie is nu al te hoog en er blijft voor

de avond –en dagperiode ruimte bestaan voor ontwikkelingen op het industrieterrein, die nog

extra geluidsruimte vragen. De wettelijke grenswaarde van fijn stof en B(a)P komen door de

activiteit boven de landelijke en Europese norm. De uitstoot van deze laatste moet beperkt en

gereguleerd worden in de vergunning. Dit alles is voldoende om een MER af te dwingen en

één en ander is tevens in strijd met de stelling uit het PMP (bladzijde 77) dat de grenswaarde

voor verschillende stoffen naar lucht in zwaar milieubelaste gebieden niet worden

overschreden. Wijk aan Zee behoort tot deze categorie.

4.D Wettelijke procedure: Habitattoets en Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

Gesteld wordt dat de productie optimalisatie niet gepaard gaat met ingrepen buiten de

inrichting en dus geen gevolgen heeft voor de bodem in het omliggende duingebied.

Dit is volkomen onjuist aangezien jarenlange uitstoot van onder andere grof stof de omgeving

wel beïnvloed. (PAK/zware metalen).Tevens wordt gesteld dat door veranderingen in het

productieproces de invloed van Corus hooguit gelijk blijft. Dit is gezien de complexiteit van

de inrichting gekoppeld aan de omvang van de productietoename een niet onderbouwde

stelling.

Tevens zijn de Milieufederatie Noord-Holland evenals de plaatselijke groeperingen zijn

gehoord-----. De Dorpsraad is niet gehoord over de ontwerpbeschikking.

5. G Relatie tussen de vergunning en het bedrijfsmilieuplan

Het BMP wordt periodiek geactualiseerd. Op welke termijn dit gaat gebeuren wordt niet

duidelijk en loopt tevens sterk achter.

6. H Milieubelasting IPPC

Op grond van deze richtlijn en de daaruit voortvloeiende BAT’s (Best Available techniques)

en BREF’s (Bat Reference Document) kan volgens artikel 8.10, tweede lid, onder a Wm

per 01-12-2005 een vergunning in ieder geval worden geweigerd, als de verlening daarvan

niet kan worden bereikt dat de inrichting tenminste de daar in aanmerking komende beste

beschikbare technieken worden toegepast. Het van kracht worden van deze ontwerpbeschikking

valt na die periode en met de bedenking onder punt 1 kan de vergunning niet

worden afgegeven.

7. H Milieubelasting Emissiehandel CO2 en NOX

Voor beide stoffen geldt dat de emissie gaat toenemen. In het Provinciaal Milieubeleidsplan

(bladzijde 21 en 73) wordt gesproken van een reductiedoelstelling van deze stoffen. Dit is in

tegenspraak met elkaar.

8. Besluit luchtkwaliteit 2005 Zwaveldioxide (S02)

In het PMP (bladzijde 73) staat vermeld: ------wij de landelijke afspraken over vermindering

vertalen in de milieuvergunning van bedrijven.

In de ontwerp-beschikking wordt echter de jaarvracht verhoogd van 4000 naar 4400 ton.

Dit is in eveneens in tegenspraak met elkaar. Verder is er een onderzoeksverplichting naar

verdere verlaging pelletfabriek en Kooksfabriek 2 in voorschrift 0.4.7 opgenomen. Dit zou in

het licht van het voorafgaande een resultaatsverplichting moeten zijn.

9. Besluit luchtkwaliteit 2005 Stof

Meetpunt 558 gelegen op de sluizen moet in tegenstelling tot in het ontwerp-beschikking

voorgestelde idee om dit punt niet te toetsen, in verband met de forse overschrijding en het

wonen en werken aldaar, wel degelijk getoetst worden aan het besluit luchtkwaliteit 2005.

Hetzelfde geldt voor meetpunt Bosweg. Bij het niet toetsen van deze meetpunten dienen

vervangende meetpunten geïnstalleerd te worden, die wel een wettelijke status hebben.

Op de rand van het industrieterrein aan de zuidkant van Wijk aan Zee wordt de

daggemiddelde norm voor fijn stof overschreden. In dergelijke situaties dient Gedeputeerde

Staten te bewerkstelligen, dat de overschrijdingssituatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd.

De reductiedoelstelling open bronnen gaat echter uit van 2010. Hierdoor loopt eventuele

woningbouw in Wijk aan Zee mogelijk vertraging op en is de gezondheid van de bevolking in

het geding. Reductiedoelstelling moet dan ook zijn 2006. Ook zou de jaarvracht van grof stof

aan een grenswaarde gebonden moeten worden en vastgelegd in de vergunning. Onderzoek

naar de chemische samenstelling van grof stof en eventuele maatregelen die hier uit

voortvloeien, dienen in de vergunning te worden opgenomen.

De verwachting is dat door het verplaatsen van de opslag en activiteiten met gemengde

bedrijfsstoffen tot een vermindering van overschrijden van het daggemiddelde zal leiden.

Niet duidelijk wordt hoe gehandhaafd zal gaan worden en wat aanvullende maatregelen zijn

als niet aan de verwachting wordt voldaan.

De voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12 die verplichten tot het doen van onderzoek van de

stofemissies van de elektrofilters van de sinterfabriek, sinterkoelers en dakemissies van de

pelletfabriek moeten omgezet worden in een resultaatverplichting.

Als niet aan de uit het besluit luchtkwaliteit aan de eisen voor PM10 kan worden voldaan

zouden niet alleen bij de benoemde doelgroepen uit Provinciaal actieplan luchtkwaliteit

vervolgstappen ondernomen moeten worden, maar een mogelijkheid vastgelegd moeten

worden in de vergunning om aanvullende maatregelen aan Corus op te leggen.

Verder is het wenselijk de bijdrage van fijn stof van Corus op immissieniveau op enkele

meetpunten vast te leggen in de vergunning.

10. Lood

Naast Lood gaan de emissies van Arseen, Cadmium, Chroom, Koper, Kwik, Zink en Nikkel

naar lucht fors omhoog.

Het moge duidelijk zijn dat deze stoffen zeer schadelijk zijn voor mens, milieu en natuur.

De integrale milieutaakstelling uit 1992 schrijft voor een reductie van 70-90 %.

Ook het Prioritering stoffenbeleid van de Rijksoverheid geeft een minimalisatie verplichting

aan. Het bevoegd gezag dient te toetsen of Corus alles in het werk heeft gesteld om de uitstoot

terug te dringen. Heeft deze toetsing plaatsgevonden en zo ja, dan dient deze in de ontwerpbeschikking

te worden opgevoerd. De toegestane uitstoot wordt nu alleen begrensd door een

hoeveelheid per m3. De totale uitstoot per jaar zou ook begrensd moeten worden.

Gedeputeerde Staten zouden hier op Rijksniveau op aan moeten dringen. Bij een eventuele

toename van genoemde stoffen zou er een jaarlijkse onderzoeksverplichting/meting moeten

worden ingesteld in de woonkernen rond om het bedrijf om e.a. te monitoren en de

gezondheid te borgen.

11. Geur

Gedeputeerde Staten zouden er bij het ministerie van VROM op aan moeten dringen, dat de

richtlijn voor H2S omgezet wordt in een grenswaarde.

12. Sinterfabriek

Bij het stofreductieonderzoek in voorschrift 1.1.6 dient een resultaatsverplichting

opgenomen te worden in de vergunning.

De verlaging van de beschikbaarheid van de hogedrukwasser van 94 naar 92 % is niet

wenselijk. Het bypass-bedrijf zou voorzien moeten van een filter, dan wel gesaneerd moeten

worden.

13. Pelletfabriek

De BREF-waarde van (EL 504) van 10 mg/m3 zou per 30 oktober 2007 gerealiseerd moeten

zijn.

Dit geldt ook voor de BREF-waarde van HCI en HF voor deze installatie (EL 504).

14. Kooksfabrieken

De emissiegrenswaarde voor stof voor batterijschoorstenen (EL 104) moet aan de Nerwaarde

van 25mg/m3 voldoen. Stof uit de blustorens moet naar aanvaardbaar niveau worden

teruggebracht.

15. Energiebedrijf

Het voorschrift voor ketel 41 (1.4.3) ; de inspanningsverplichting dient omgezet te worden in

een resultaatsverplichting.

16. Oxystaalfabriek 2

De in het voorschrift 1.5.8 genoemde stuifgevoelige goederen (stuifklasse S2 t/m S4) dienen

zo spoedig mogelijk in gesloten ruimten opgeslagen te worden en te voldoen aan de Ner.

17. Coated Products

Het voorgeschreven onderzoek naar reductiemogelijkheden van Cr6+ dient te worden

uitgebreid met een resultaatverplichting.

18. Corus Packing Plus

Het voorgeschreven onderzoek naar verdere reductiemogelijkheden, zoals vastgelegd in 4.1.2

voor Cr6+, dient eveneens met een resultaatsverplichting te worden uitgebreid.

19. 4 Geluid

Wij verwijzen u naar de door ons ingediende zienswijze aanvullend saneringsplan Wet

geluidhinder ( bijlage 1). Corus moet alsnog verplicht worden aanvullende

saneringsmaatregelen te nemen met hieraan verbonden een resultaatverplichting. Dit in plaats

van het oprekken van de Wet geluidhinder.

Met het opnemen van de nu in de voorschriften opgenomen waarden blijft ruimte bestaan

voor toekomstige ontwikkelingen op het industrieterrein die extra geluidruimte vragen.

Voor een aanzienlijk deel van het dorp geldt al een hogere MTG waarde en wordt al niet

voldaan aan de saneringsnorm, zoals voorgeschreven in de Wet geluidhinder. Tevens wordt

nu voor een groot aantal woningen nieuwe (hogere) MTG waarden aangevraagd.

PMP (bladzijde 158); Buiten zonegrens van 50 dB(A) mag het geluid niet hoger zijn dan 55

dB(A). Verder wordt gerefereerd aan een subsidieregeling van VROM voor de sanering van

geluid. Dit zouden wij graag verantwoord zien.

Aanvullend hier op: PMP (bladzijde 75); De strenge emissie-eisen zullen kunnen leiden-----

waaraan wij zonodig ook een financiële bijdrage leveren naast die van andere overheden.

Heeft er in dit kader van de geluidssanering een bijdrage van Gedeputeerde Staten

plaatsgevonden en zo ja kunnen wij de verantwoording daarvan ontvangen en bij het

tegendeel een motivatie hiervan ?

PMP criteria bij beoordeling van verzoeken om vastlegging van hogere waarden.

Eén van de randvoorwaarden is het uitvoeren van een cumulatietoets voor geluidsgevoelige

bestemmingen. Dit in verband met de geluidoverlast van het vliegverkeer van de polderbaan.

Deze is nog niet uitgevoerd.

Afsluitend zijn wij van mening zijn dat de politieke besluitvorming over de af te geven

vergunning onvoldoende op gemeentelijk en provinciaal niveau heeft plaats gevonden.

Met vriendelijke groet uit Wijk aan Zee,

Voorzitter Dorpsraad Wijk aan Zee, adres/postcode/plaats

Secretaris Dorpsraad Wijk aan Zee, adres/postcode/plaats

Bijlage 1

Aan het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland.

Milieu Informatie Punt

Postbus 205

Postcode 2050 AE Overveen

Betreft: Zienswijze aanvullend saneringsplan Wet geluidhinder.

Wijk aan Zee, ….-….- 2006 (datum)

Geacht College,

Naar aanleiding van uw voornemen bovengenoemd saneringsprogramma vast te stellen

maak ik de volgende opmerkingen:

1 De geluidbelasting rondom het onderhavige industrieterrein is nu al hoger dan de Wet

geluidhinder toestaat. Daarbij neemt het geluid van passerende vliegtuigen in het

dorp sterk toe sinds de opening van de zogenaamde “polderbaan” van Schiphol.

2 Deze optelsom van geluid vormt samen met de overige milieubelasting (Zwaarst

belaste

Dorp van Nederland qua H2S, Grof stof en ook één van de zwaarst belaste gebieden

voor fijn stof) een onwenselijke extra milieubelasting voor het dorp, die tevens

gezondheidsrelevant is.

Hierbij merk ik nog op dat de duale doestelling van meer productie bij Corus, bij het

niet nemen van maatregelen, tot meer overlast zal leiden.

3 In de vigerende vergunning aan Corus is een overschrijding met 2 dB(A) toegestaan,

boven het in de Wet Geluidhinder vastgestelde maximum. Als gevolg daarvan

ondervindt een aantal woningen in Wijk aan Zee een hogere geluidbelasting dan 55

dB(A).

4 Het doel van deze maatregel kan geen ander zijn dan, na een periode van gedogen

waarin naar oplossingen wordt gezocht, het definitief terugdringen (eventueel op

termijn) van de heersende geluidsoverlast.

5 Per 01-12-2005 in de WM geëist dat deze moet voldoen aan de stand der techniek.

In het aanvullende saneringsplan wordt echter opgevoerd dat, voor wat betreft het

geluid, er geen kosten effectieve maatregelen meer mogelijk zijn i.v.m. verouderd

machinepark.

6 In het aanvullende saneringsprogramma geeft u aan, de Minister van V.R.O.M. te

willen verzoeken een nieuw MTG-besluit te nemen, waarvan de waarden nog hoger

zijn dan de in het oude dito vastgestelde. Als gevolg daarvan zullen nog meer

woningen nog zwaarder worden belast.

7 Het doel van de Wet geluidhinder is omwonenden te beschermen tegen hinder en

schade door geluidsoverlast in hun woon en werkomgeving. Het komt mij voor, dat

uw saneringsprogramma onvoldoende recht doet aan dat doel en de Wet

geluidhinder de facto buiten werking stelt.

8 Ik adviseer daarentegen in het aanvullende saneringsprogramma eisen te stellen,

die tot resultaat hebben, dat de in de Wet geluidhinder vervatte normen worden

gerespecteerd.

9 Uw voornemen gaat mij rechtstreeks aan, omdat ik in Wijk aan Zee woon/werk en

meer in het bijzonder omdat ik van de geluidsoverlast heb te lijden. Toch hebt u mij

bij de voorbereiding van het te nemen besluit onvoldoende betrokken, in ieder geval

in een te laat stadium. Te laat in het licht van het gegeven, dat u met de overheden in

de IJmond en de vergunningaanvrager niet alleen langdurig, maar ook nog eens

diepgaand en breed overleg hebt gevoerd.

10 Daarbij komt nog het feit, dat de resultaten van het overleg, door alle deelnemers bij

elke denkbare gelegenheid worden gepresenteerd als een bindend akkoord. U vraagt

mij een zienswijze naar voren te brengen over deze min of meer voldongen feiten.

Hier vloeit logischer wijze uit voort dat u mij als belanghebbende in een bijzonder

nadelige positie heeft geplaatst. Ik vind dat zeer onzorgvuldig en ik laat mij deze

ongelijke behandeling, als rechtstreeks betrokkene, dan ook niet welgevallen.

11 Ik verzoek u vriendelijk mijn zienswijze ter kennis te brengen van de Minister van

V.R.O.M.

Met vriendelijke groet uit Wijk aan Zee,

Naam

Beroep of functie in Wijk aan Zee

Adres

Postcode plaats

Ik wens niet, dat mijn personalia bekend worden gemaakt.

Vliegtuiglawaai in Wijk aan Zee
Heeft u ook last van vliegtuiglawaai in Wijk aan Zee. Meld het hier!

 Uw naam  
 Datum  
 Locatie  
   

speech voor commissie milieu Prov.09-03

Geachte Voorzitter en Commissieleden,

Allereerst wil ik u en met name mevr.de Zwart bedanken voor de uitnodiging hier in te mogen spreken. Mijn naam is Douwe Buwalda van de Dorpsraad Wijk aan Zee, Werkgroep Milieu.Ik spreek hier ook namens de heer F.Trautwein vereniging leefbaar Wijk aan Zee. Wij hebben u onlangs benaderd via e-mail. In deze e-mail hebben wij aandacht gevraagd voor de revisievergunning van Corus, die dit jaar wordt vastgesteld. In deze nieuw vast te stellen vergunning wordt tevens de productieverhoging meegenomen. Wij hebben geen bezwaar tegen een hogere productie, goed voor Corus, de IJmond en de economie. Wij maken ons wel zorgen over het milieuaspect. Op schriftelijke vragen van de PvdA-fractie van uw commissie is de reactie van GS: De milieubelasting mag niet meer worden. Dat is een op zich een mooi streven. Echter in de huidige situatie die nu vergund is, zijn er voor Wijk aan Zee al een aantal knelpunten te noemen. Grof stof zo’n 20 ton op jaarbasis, met hieraan waarschijnlijk een zeer hoog Pak-gehalte en we komen als zwaarst belaste dorp van Nederland uit de bus. Ook het Fijn stofgehalte scoort hoog: 15 % hoger dan het landelijke gemiddelde. Stank is een probleem. De huidige voorstellen van uw ambtenaren om dit probleem aan te pakken zijn volgens Corus niet uitvoerbaar en de H2S richtlijn wordt al jaren overschreden. Hiermee kom ik tot het laatste probleem en de reden dat we hier staan: het geluid. We hebben altijd al te maken met de overlast veroorzaakt door Corus met name in de nachtelijke uren. De wet op geluidhinder eist voor deze laatste, dat de nachtelijke waarde niet meer dan 45 dba mag bedragen. Zelfs na een saneringsoperatie blijkt dat dit getal niet gehaald wordt en gemiddeld bijna 47 dba te bedragen. Dit is bijna een verdubbeling aan geluid.(1,7 keer) Binnen uw organisatie wordt thans een besluit voorbereid richting ministerie van VROM om deze overschrijding te legaliseren in een zogenaamd MTG-besluit.(Maximale toelaatbare geluidbelasting), dit in ruil voor meer aandacht voor stank en stof van Corus. Wijk aan Zee wordt op alle aspecten zwaar (over) belast. Wij zijn tegen meer ruimte op welk milieuvlak dan ook. Kortom voorgestelde verruiming van het MTG-besluit is onacceptabel voor het dorp. Corus heeft laten onderzoeken dat, 11 miljoen nodig is om de geluidbelasting binnen de wettelijke norm te houden. Dit inclusief de productieverhoging. Corus vindt deze maatregelen niet kosteneffectief. Milieumaatregelen zijn nooit kosteneffectief! Ze worden genomen alleen genomen omdat de overheid dit voorschrijft! Wij vragen de commissie te stellen dat Corus zich gewoon te houden heeft aan de wet geluidhinder en dat deze commissie dit nieuw vast te stellen besluit afkeurt.

Ik dank u voor de aandacht.

speech 31-03 Dorpsraad bij bezoek Staatssecretaris Shultz

Presentatie Dorpsraad Wijk aan Zee 2005-03-31

Mijn naam is Wil de Korte en ik ben voorzitter van de Dorpsraad Wijk aan Zee. De Dorpsraad is een vrijwilligersorganisatie, die zich ten doel stelt de leefbaarheid van Wijk aan Zee, in de ruimste zin des woords, te bevorderen.                                                                                                                                                            Leefbaarheid: Deze staat onder grote druk. De milieubelasting wordt voor het grootste gedeelte veroorzaakt door Corus. Een paar voorbeelden:                                                                                                                                   De hoeveelheid fijn stof in het dorpis 15% hoger dan het landelijke gemiddelde;                                                          De hoeveelheid grof stof dat in het dorp valt heeft waarschijnlijk een hoog PaK-gehalte en kan daardoor gezondheidsbedreigend zijn;                                                                                                                                             De stankrichtlijn (H2S= rotte eierenlucht) wordt al jaren overschreden;                                                                     De hoeveelheid lawaai die Corus produceert wordt ook overschreden en dit is het grootste knelpunt voor woningbouwprojecten. Ook binnen de rode contour mag niet gebouwd worden.                                                                                                                                                                                 Vijfde Baan :Naast Corus heeft het dorp sinds de opening van de vijfde baan (de polderbaan) ook nog geluidsoverlast van vertrekkende vliegtuigen en landende vliegtuigen. Omdat de aanvliegroute vanuit het westen op 2000 ft.ligt is er naast de geluidshinder ook nog een toename van fijn stof. Dit is niet meegerekend in het rapport van de GGD Haarlem, dat in opdracht van de Milieudienst IJmond in 2004 is opgesteld.                                 Er moet dus het nodige gebeuren :                                                                                                                               De verhoging van de vlieghoogtes van naderend vliegverkeer van 2000 naar 4000 ft. Op korte termijn.                  Dit zal resulteren in een forse afnamevan de geluidsoverlast vooreen half miljoen gehinderde omwonenden.                                                                                                                                                                                     Verplicht meetellen van hoeveelheid fijn stofuitstoot door het vliegverkeer. Deze toename van verontreiniging optellen bij de hoeveelheid verontreiniging die de huidige industrie al produceert in de IJmond;                              Het geproduceerde geluid van vliegtuigen moet opgeteld worden bij de geluidsproductie van Corus. Dit gebeurt nu niet.                                                                                                                                                                                     Er zal een handhavingprocedure ingesteld moeten worden.Handhavingsbeleid voor vliegtuigen die zich niet aan de regels houden (hoogte, snelheid, route).Verbaliseren vanwege te laag vliegen. De opbrengst van de boetes, na aftrek van de kosten, direct doen toekomen aan de woonomgeving waar de overlast plaatsvond. Dit in navolging van Londen, Manchester, Frankfurt, enz.                                                                                                                        De conclusie is kort samengevat het volgende:                                                                                                             De situatie van nu is ongezond, onveilig en ontoelaatbaar.                                                                                            De leefbaarheid van ons dorp wordt geschaad.                                                                                                              De overheid moet zorg dragen voor het welzijn en de veiligheid van de burgers.                                                      

Wij vragen ons af, gezien de huidige situatie van de IJmond en de toekomstplannen van Schiphol (verdubbeling van het aantal vluchten op Schiphol) en Corus (productieverhoging van Corus), hoe die groei binnen de milieugrenzen, die nu al overschreden worden, moet passen.De overlast moet absoluut minder worden om de leefbaarheid voor de omwonenden te kunnen garanderen! Gezien de ernst van de situatie moet de overheid op zeer korte termijn inhoudelijk in overleg met het overkoepelende Platform Vliegtuighinder. De 18 regionale bewonersplatforms vertegenwoordigen een half miljoen omwonenden van Schiphol. Deze platforms zijn ontstaan vanwege de bovenmatige overlast van vliegtuighinder.

Ik dank u voor de aandacht.

Bedenkingen Dorpsraad tegen gedoogbesluit mee-terugstoken afval Corus

Aan het college van Gedeputeerde Staten,

Directie Subsidies, Handhaving en Vergunningen,

De heer S. Bakker,

Postbus 3007,

2001 DA Haarlem

Betreft: Bedenking Dorpsraad Wijk aan Zee tegen gedogen inzet van afvalstoffen bij Corus Staal bv te IJmuiden

Behandeld door Douwe Buwalda, werkgroep Milieu, stichting Dorpsraad Wijk aan Zee.

Wijk aan Zee,08 oktober 2008

Geachte heer Bakker,

Wij hebben u op 06 oktober 2008 reeds bedenkingen toegezonden. Deze kunt u als vervallen beschouwen. Onderstaande bedenkingen stellen wij in de plaats hiervan.

Wij hebben bedenkingen tegen:

Het afgeven van een gedoogvergunning, die niet door Corus is aangevraagd en dus door Gedeputeerde Staten zonder reden is afgegeven.

De onjuiste veronderstelling dat er voldoende inzicht is verkregen om te komen tot het besluit om (mogelijke milieu en gezondheidsbedriegende) afvalstoffen opnieuw in het proces te brengen. Dit omdat

o

Er in de gedoogvergunning niet vermeld wordt waaruit dat inzicht bestaat.

o

bronnen verwezen of bijgevoegd).

Er in de gedoogvergunning niet vermeld is hoe dat verkregen is (er wordt niet naar

o

De Raad van State heeft het terugstoken van afvalstoffen verboden omdat er geen inzicht was gekregen in de milieu gevolgen (en dus ook gezondheidsgevolgen). Dit is nog steeds niet bekend. Het is bv. niet bekend hoeveel zware metalen en dioxinen er meer in het milieu komen door dit terugstoken van afval. Eisen stellen aan wat er teruggestookt mag worden zegt niets over wat er daardoor in het milieu terecht komt en welke mogelijke milieu en gezondheidsgevolgen dit heeft.

Het afgeven van een gedoogvergunning zonder mogelijkheid tot het indienen van bedenkingen op een conceptvergunning.

Het afgeven van een gedoogvergunning terwijl de revisievergunning over enkele weken afgeven zal worden (zoals gesteld in de gedoogvergunning zelf). Wij Stellen u dan ook de vraag waarom.

Uw aanname dat het milieuhygiënisch aanvaardbaar is om het gestelde te gedogen. Het is niet duidelijk waarop deze aanname gebaseerd is, noch wat de mogelijke milieuhygiënische en gezondheidsgevolgen zijn.

Uw aanname dat deze gedoogvergunning voorwaarden kan ontlenen aan het nog te nemen`herstelbesluit Corus´ .

Het slechts stellen van voorwaarden waaraan het afval moet voldoen om te mogen worden ingezet, terwijl het gaat om welke gevolgen het heeft voor het milieu en de gezondheid ten gevolge van het inzetten van dit afval. Juist daar moeten voorwaarden aan gesteld worden en die missen wij helaas.

Ηet niet hoeven voldoen aan de gestelde randvoorwaarden voor afval in deze gedoogd zal worden binnen de gedoogvergunning ( Met name de slikstroom uit het waterbassin van de Pelletfabriek en dikteer).

Het inzetten van het slik uit het waterbassin van de Pelletfabriek. Er is geen enkele reden waarom dit niet tijdelijk opgeslagen kan worden en pas worden ingezet zodra Corus een methode heeft gevonden om dit te laten voldoen aan acceptatiegrenswaarden.

Het inzetten van afvalstoffen waardoor de uitstoot van dioxinen en of furanen hoger wordt,omdat dit tegen de minimalisatie verplichting ingaat.

Het terzijde schuiven van de adviezen en opmerkingen van de VROM inspectie zoals gesteld in zijn brieven (zoals bv. d.d. 29/8/2008 kenmerk VI/NW/2008087224/EK en d.d.15/9/2008 VI/NW/2008091012/RN).

Namens het bestuur van de stichting Dorpsraad Wijk aan Zee,

Met vriendelijke groet,

Jan Budding, voorzitter

Douwe Buwalda, secretaris

Het ontbreken van een analyse van het al dan niet toepassen van de verschillende afvalstoffen binnen de diverse onderdelen van Corus zoals de Pellet-, Kooks- en Sinterfabriek, in relatie tot de emissie eisen en jaarvrachten van de verschillende parameters. M.a.w. welke invloed heeft het terugstoken op de emissie van mogelijk gezondheids- en milieugevaarlijke stoffen.Wij behouden ons het recht voor deze bezwaren naar bevind van zaken aan te vullen of te wijzigen.

 

Brief college GS inzake aanvraag milieuvergunning Corus
Aan het College van Gedeputeerde Staten in Noord-Holland

Postbus 123

2000 MD Haarlem

 

Betreft: Aanvraag vergunning in het kader van de wet milieubeheer door Corus staal B.V.

Wijk aan Zee, 2005-06-27

Geacht College,

Naar aanleiding van de door u aan Corus staal B.V. gevraagde nadere aanvulling betreffende geluidsbelasting, luchtkwaliteit en externe veiligheid op bovengenoemde vergunningaanvraag merken wij de volgende zaken op:

Vooruitlopend op de te ontvangen aanvulling is door uw college een verzoek ingediend bij het ministerie van VROM, bij de vergunningverlening te mogen afwijken van de in de wet milieubeheer gestelde normen betreffende de maximale geluidsbelasting in woonomgevingen. (het zogenaamde MTG-besluit). Op dit ogenblik houdt de “Werkgroep Geluidsproblematiek Corus” zich met de door Corus veroorzaakte geluidsperikelen bezig. De bevindingen van de werkgroep zijn blijkbaar nog niet bekend. Het is de vraag of die een rol zullen spelen en zo ja welke, bij de uiteindelijke vergunningverlening.

In de nadere aanvulling op de aanvraag wordt gesteld, dat voor een vermindering van minder dan 1 decibel, de kostenmaximaal 11 miljoen euro bedragen.

Verrassend is het dan ook dat een minimum daar buiten beschouwing wordt gelaten.

In deel 0, bijlage 14.1 versie 2.6 van de aanvulling worden maatregelen 1,2,3 en 5 in het vooruitzicht gesteld ter bestrijding van stof van de open bronnen.

Maatregel 6, waarvan een groot effect wordt verwacht, wordt echter door Corus niet opgevoerd.

Wij hopen dat deze opmerkingen, gezien de niet geringe milieubelasting van ons dorp, bij uw besluitvorming van betekenis kunnen zijn.

Hoogachtend,

F.Trautwein Vereniging Leefbaar Wijk aan Zee

D.Buwalda Werkgroep Milieu Dorpsraad Wijk aan Zee

Grof stof rapport

 

Grof stof rapport Dorpsraad Wijk aan Zee, werkgroep Milieu, 24-05-2004

Inleiding

In Wijk aan Zee wordt aljarenlang zwart stof op vensterbanken, wasgoed en auto’s aangetroffen.Vervelend was altijd de gedachte maar meer ook niet. Na afloop van een gesprek met de provincie Noord-Holland over de milieueffecten van Corus voor Wijk aan Zee is echter de vraag gerezen wat de kwaliteit van het grove, zwarte, stof in Wijk aan Zee eigenlijk is.

Risico’s of ‘geen probleem’?

Fijn stof is al jarenlang een hot onderwerp en de kwaliteit is redelijk goed bekend (en soms zorgwekkend) van grof stof bleek de kwaliteit niet bekend. Aanname is namelijk dat grof stof geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt omdat het door de mens niet ingeademd kan worden. Grof stof kan echter wel door handmond contact direct in het menselijke lichaam komen. Dit kan bijvoorbeeld optreden bij spelende kinderen, maar ook bij iemand die op zijn vensterbankje heeft geleund. Daarnaast kan via groente en fruit uit moestuintjes componenten van grof stof in het menselijke lichaam belanden. Dit kan zowel direct vanaf de plant als indirect via opname van planten uit de bodem.

Onderzoeksvragen zijn daarom;

1.wat is de samenstelling van het grove stof

2.wat zijn de eventuele gezondheidsrisico’s van dit grof stof

Uitvoering onderzoek

Medio 2003 zijn door een bewoner van Wijk aan Zee twee monsterpotten met grof stof gevuld en ter analyse aan een laboratorium aangeboden. Een monster is afkomstig van dakpannen en vensterbanken (bijlage 1 als S2 opgevoerd) Dit monster is verspreid over het dorp genomen en lijkt representatief voor de actuele situatie. Tevens is een monster uit een oude afvoerpijp gehaald. Dit stofmonster lijkt meer representatief voor de situatie van heden tot misschien wel 30 jaar terug. (In bijlage 1 als K1 opgevoerd).

De monsters zijn aangeboden bij het erkende sterlaboratorium van Omegam te Amsterdam. In overleg met Van Someren Bodem en Water Consultancy is een analysepakket samengesteld. De monsters zijn geanalyseerd op korrelgrootte, gehalte organische stof en verder op de chemische parameters van zware metalen, mangaan en PAK’s (VROM 16).

Onderzoeksresultaten

In de bijlage staan de analyseresultaten vermeld. Wat vooral opvalt, zijn de hoge gehalten aan PAK’s. Vooral in het monster dat representatief is voor de huidige situatie(vensterbanken etc) heeft zeer hoge Pakgehalten (totaal EPA 1300 mg/kg). Daarbij is het gehalte benzo-a-pyreen (kankerverwekkend) 76 mg/kg. Ook mangaan is zeer hoog 1500 mg/kg.

Interpretatie van risico’s door de GGD

De analyseresultaten zijn ter beoordeling van humane risico’s naar de GGD – Kennemerland gestuurd.De GGD heeft uit de 2e lijn een voorbeeld van een risicoberekening gekregen. Het is een indicatieve berekening speciaal geënt op de onderzoeksuitkomsten van het stof.

Mangaan: Over mangaan is te zeggen dat het hoegenaamd niet toxisch is na ingestie.

Inhalatie is een relevantere blootstellingroute, maar omdat het grof stof betreft, belandt het niet in de diepere luchtwegen, omdat het wordt afgevangen in de neus-keelholte. Deze blootstellingroute kan dus bijna verwaarloosd worden.

PAK:

Meest relevante risicofactor lijkt ingestie door kinderen van benzoapyreen (gehalte 72 mg/kg). De GGD heeft een worstcase benadering gekozen waarbij uitgegaan wordt van de hoeveelheid stof die maximaal kan worden opgenomen door handmond contact (100 mg/dag). Maximaal zouden kinderen dus 7,2 microgram benzoapyreen per dag kunnen binnenkrijgen. Dit is ruim onder de TDI (tolerable daily intake) wat bij een kind van 20 Kg bepaald is op 40 microgram/dag.

De vraag is nog of een kind het wel voor elkaar krijgt om 100 mg per dag naar binnen te krijgen.

De blootstelling via andere routes (zoals eten van slechte gewassen eigen groente en inhalatie van opwaaiend stof en vervolgens ingestie) moeten eigenlijk bepaald worden op basis van de stofdepositie per tijdseenheid. En die is weer afhankelijk van de emissie. Dan kun je de berekening compleet maken. Er is echter te verwachten dat de bijdrage van de inname via die routes veel kleiner zal zijn dan via handmond contact. De depositie zit over het algemeen ergens in tussen 10 (relatief onverstoorde omgeving) en 100 gram/m2 per jaar (rondom (grond)overslagbedrijven) De gevonden gehalten benzoapyreen zijn overigens lager dan die bij branden gemeten is als depositie.

De GGD verzoekt nog om indien bekend depositie gegevens te leveren voor nader risico bepaling. Voorlopig kun je zeggen dat het er op lijkt dat ingestie van het grof stof (naast inhalatie) niet tot gezondheidskundige overschrijdingen zal leiden.

Interpretatie van risico’s vanuit kader Wet Bodembescherming (bodemverontreiniging)

Op basis van een systematiek die bij bodemsanering wordt toegepast is gekeken naar de eventuele risico’s indien het grove stof jarenlang neerslaat op de bodem en onderdeel uit gaat maken van de bodem. Voor een risico analyse is gebruik gemaakt van het programma SUS, een landelijk erkende systematiek voor risicobeoordeling bij bodemverontreiniging. (Bijlage 2)

Uitgegaan is van wonen met tuin. Op basis van combinatie van toxicologische stoffen (PAK’s) zijn er humane risico’s berekend. Dit komt vooral door de PAK’s fenantreen en fluoranthreen. De risico’s ontstaan daarbij (theoretisch) vooral door het eten van voedsel dat gekweekt wordt op een bodem met een dergelijk hoge PAK gehalte. Conclusie is dat er in theorie wel een risico mogelijk is indien veel voedsel uit de eigen tuin wordt gegeten. Dikwijls blijkt echter bij nader beschouwing, dat het met de risico’s door eten uit eigen tuin toch meevalt, maar op basis van de huidige data is bovengenoemde de enige juiste.

Vervolg: Nader onderzoek?

Geadviseerd wordt nader onderzoek uit te voeren naar de bodemkwaliteit in Wijk aan Zee. Vooral de toplaag dient onderzocht te worden op Pakgehalte.

Verder is het nog onduidelijk of aan het grove stof ook fijn stof hangt dat weer vrij kan komen door bijvoorbeeld opdwarrelen van het grove stof. De risico’s van fijn stof worden over het algemeen hoger geschat. Een nadere beschouwing van grof stofdepositie op dit punt is dan ook wenselijk (GGD –advies).Ook verdient het o.i. aanbeveling de samenstelling van het aangetroffen Pakgehalte en de daaruit voortvloeiende bron(-nen) te onderzoeken.

Marc van Someren

Bodem en Water Consultancy

Adviseur Dorpsraad

Werkgroep Milieu Dorpsraad Wijk aan Zee,

D.Buwalda

brief zienswijze geluidssanering Corus
Januari 2006

Laat eens een ander geluid horen!

Beste Dorpsgenoot; mede Wijk aan Zeeër,

Allereerst de beste wensen.

Graag vragen wij de aandacht voor het volgende.

Staalbedrijf Corus is dringend toe aan een vernieuwd pakket milieuvergunningen. Het oude is ”verlopen”, het nieuwe laat op zich wachten. Het kernprobleem nu is geluid.

Zoals veel inwoners hebben ondervonden laat Corus regelmatig van zich horen. Daar heeft Corus nu nog een oude vergunning voor. Daarin was het toegestaan behoorlijk meer lawaai te maken dan eigenlijk voor de Wet mag.

De afspraak was, dat Corus zijn best zou doen de herrie te verminderen. Dat heeft Corus geprobeerd maar dat is niet gelukt. Corus geeft aan niet nog meer energie en geld hieraan te willen besteden.

Je zou verwachten, dat de vergunningverlener (Gedeputeerde Staten) daar niet mee akkoord gaat en eist dat het bedrijf zijn inspanning vergroot. Helaas, dat is niet het geval. Corus wordt geen enkele verplichting meer opgelegd om iets aan de herrie te doen!

De laatste jaren is Wijk aan Zee in toenemende mate geconfronteerd met lawaai van over vliegende vliegtuigen. Daar wordt terecht tegen geprotesteerd. Samen met het teveel aan Corus-lawaai, betekent dit, dat op sommige plaatsen in Wijk aan Zee het woonplezier verminderd is. Bovendien worden nieuwbouwplannen door de toegenomen geluidhinder bemoeilijkt.

Er is alle aanleiding om in beweging te komen.

Vindt u ook dat er iets aan de geluidsbelasting moet gebeuren?Laat dan een ander geluid horen.

Onderteken de door ons opgestelde zienswijze en stuur hem op.

Als u liever niet heeft dat uw naam en adres algemeen bekend worden, kunt u het vakje aankruisen.

Natuurlijk kunt u ook zelf een brief sturen. Reageer in elk geval ruim vóór 14 januari 2006.

U kunt de bijgevoegde envelop gebruiken om u zending te laten bezorgen.

Alvast bedankt,

Douwe Buwalda jr,namens de Dorpsraad Wijk aan Zee

Freek Trautwein, namens Leefbaar Wijk aan Zee.

Zienswijze Dorpsraad vergunning Corus
Aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland
Milieu Informatie Punt
Postbus 205
Postcode 2050 AE Overveen

Betreft: Zienswijze Dorpsraad Wijk aan Zee op de ontwerp-beschikking van de Provincie
             Noord-Holland voor de vergunningverlening ex artikel 8.4 van de Wet milieubeheer
             voor de inrichting Corus Staal BV.

Wijk aan Zee, 2005-01-19

Geacht College,

Naar aanleiding van uw voornemen bovengenoemde vergunning te verlenen maken wij de volgende bedenkingen:

1.C Aanleiding van de aanvraag: Ook dient de vergunning uiterlijk per 30 oktober 2007 aan de Europese IPPC-richtlijn te voldoen. In de ontwerp-beschikking wordt daar op diverse punten van afgeweken. Tevens is niet aangegeven hoe gehandhaafd zal worden op het niet voldoen aan de IPPC-richtlijn.

2.D Wettelijke procedure: Gedeputeerde Staten stellen dat de revisie-vergunning pas kan worden afgegeven als de, in het kader van geluidssanering vastgestelde MTG-waarden, door de Minister van VROM zijn aangepast. Formeel is dat nog niet het geval. Derhalve is het ontwerp-besluit niet rechtsgeldig.
 
3.D Wettelijke procedure:       Mer-beoordelingsplicht staalproductie
Er zijn naar ons oordeel geen zodanige bijzondere omstandigheden aanwezig, ----------
Gedeputeerde Staten stellen dat bij de veranderde staalproductie geen bijzondere omstandigheden zijn om een MER-onderzoek te rechtvaardigen. Zij baseren dit mede op de milieugevolgen van de activiteit.Echter de geluidsproductie gerelateerd aan de Wet geluidhinder is nu al te hoog en er blijft voor de avond –en dagperiode ruimte bestaan voor ontwikkelingen op het industrieterrein, die nog extra geluidsruimte vragen. De wettelijke grenswaarde van fijn stof en B(a)P komen door de activiteit boven de gestelde landelijke en Europese norm. Dit is voldoende om een MER af te dwingen en één en ander is tevens in strijd met de stelling uit het PMP (bladzijde 77) dat de grenswaarde voor verschillende stoffen naar lucht in zwaar milieubelaste gebieden niet worden overschreden. Wijk aan Zee behoort tot deze categorie.

4.D Wettelijke procedure:    Habitattoets en Ecologische Hoofdstructuur (EHS)
Gesteld wordt dat de productie optimalisatie niet gepaard gaat met ingrepen buiten de inrichting en dus geen gevolgen heeft voor de bodem in het omliggende duingebied.
Dit is volkomen onjuist aangezien jarenlange uitstoot van onder andere grof stof de omgeving wel beïnvloed. (PAK/zware metalen).Tevens wordt gesteld dat door veranderingen in het productieproces de invloed van Corus hooguit gelijk blijft. Dit is gezien de complexiteit van de inrichting gekoppeld aan de omvang van de productietoename een niet onderbouwde stelling.

Tevens zijn de Milieufederatie Noord-Holland evenals de plaatselijke groeperingen zijn gehoord-------------
De Dorpsraad is niet gehoord over de ontwerpbeschikking.

5. G Relatie tussen de vergunning en het bedrijfsmilieuplan
Het BMP wordt periodiek geactualiseerd. Op welke termijn dit gaat gebeuren wordt niet duidelijk en loopt tevens sterk achter.

6. H Milieubelasting      IPPC
Op grond van deze richtlijn en de daaruit voortvloeiende BAT’s (Best Available techniques) en BREF’s (Bat Reference Document) kan volgens artikel 8.10, tweede lid, onder a  Wm
per 01-12-2005 een vergunning in ieder geval worden geweigerd, als de verlening daarvan niet kan worden bereikt dat de inrichting tenminste de daar in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. Het van kracht worden van deze ontwerp-beschikking valt na die periode en met de bedenking onder punt 1 kan de vergunning niet worden afgegeven.
 
7. H Milieubelasting      Emissiehandel CO2 en NOX
Voor beide stoffen geldt dat de emissie gaat toenemen. In het Provinciaal Milieubeleidsplan (bladzijde 21 en 73) wordt gesproken van een reductiedoelstelling van deze stoffen. Dit is in tegenspraak met elkaar.

8. Besluit luchtkwaliteit 2005   Zwaveldioxide (S02)
In het PMP (bladzijde 73) staat vermeld: ------wij de landelijke afspraken over vermindering vertalen in de milieuvergunning van bedrijven.
In de ontwerp-beschikking wordt echter de jaarvracht verhoogd van 4000 naar 4400 ton.
Dit is in eveneens in tegenspraak met elkaar. Verder is er een onderzoeksverplichting naar verdere verlaging pelletfabriek en Kooksfabriek 2 in voorschrift 0.4.7 opgenomen. Dit zou in het licht van het voorafgaande een resultaatsverplichting moeten zijn.

9. Besluit luchtkwaliteit 2005     Stof
Meetpunt 558 gelegen op de sluizen moet in tegenstelling tot in het ontwerp-beschikking voorgestelde idee om dit punt niet te toetsen, in verband met de forse overschrijding en het wonen en werken aldaar, wel degelijk getoetst worden aan het besluit luchtkwaliteit 2005.
Hetzelfde geldt voor meetpunt Bosweg. Bij het niet toetsen van deze meetpunten dienen vervangende meetpunten geïnstalleerd te worden, die wel een wettelijke status hebben.
Op de rand van het industrieterrein aan de zuidkant van Wijk aan Zee wordt de daggemiddelde norm voor fijn stof overschreden. In dergelijke situaties dient Gedeputeerde Staten te bewerkstelligen, dat de overschrijdingssituatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd.
De reductiedoelstelling open bronnen gaat echter uit van 2010. Hierdoor loopt eventuele woningbouw in Wijk aan Zee mogelijk vertraging op en is de gezondheid van de bevolking in het geding. Reductiedoelstelling moet dan ook zijn 2006. Ook zou de jaarvracht van de hoeveelheid grof stof aan een grenswaarde gebonden moeten worden en vastgelegd in de vergunning.
Verwachting is dat door het verplaatsen van de opslag en activiteiten met gemengde bedrijfsstoffen tot een vermindering van overschrijden van het daggemiddelde zal leiden.
Niet duidelijk wordt hoe gehandhaafd zal gaan worden en wat aanvullende maatregelen zijn  als niet aan de verwachting wordt voldaan.

De voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12 die verplichten tot het doen van onderzoek van de stofemissies van de elektrofilters van de sinterfabriek, sinterkoelers en dakemissies van de pelletfabriek moeten omgezet worden in een resultaatverplichting.
Verder stellen wij voor een onderzoeksverplichting op te leggen om de blustorens Kooksfabrieken te overkappen.
Als niet aan de uit het besluit luchtkwaliteit aan de eisen voor PM10 kan worden voldaan zouden niet alleen bij de benoemde doelgroepen uit Provinciaal actieplan luchtkwaliteit vervolgstappen ondernomen moeten worden, maar een mogelijkheid vastgelegd moeten worden in de vergunning om aanvullende maatregelen aan Corus op te leggen.
Verder is het wenselijk de bijdrage van fijn stof van Corus op immissieniveau op enkele meetpunten vast te leggen in de vergunning.

10. Lood
Naast Lood gaan de emissies van Arseen, Cadmium, Chroom, Koper, Kwik, Zink en Nikkel naar lucht fors omhoog.
Het moge duidelijk zijn dat deze stoffen zeer schadelijk zijn voor mens, milieu en natuur.
De integrale milieutaakstelling uit 1992 schrijft voor een reductie van 70-90 %.
Ook het Prioritering stoffenbeleid van de Rijksoverheid geeft aan een minimalisatieverplichting aan. Het bevoegd gezag dient dit te toetsen of Corus alles in het werk heeft gesteld om de uitstoot terug te dringen. Heeft deze toetsing plaatsgevonden en zo ja, dan dient deze in de ontwerp-beschikking te worden opgevoerd. De toegestane uitstoot wordt nu alleen begrensd door een hoeveelheid per m3. De totale uitstoot per jaar zou ook begrensd moeten worden. Gedeputeerde Staten zouden hier op Rijksniveau op aan moeten dringen. Bij een eventuele toename van genoemde stoffen zou er een jaarlijkse onderzoeksverplichting/meting moeten worden ingesteld in de woonkernen rond om het bedrijf om e.a. te monitoren en de gezondheid te borgen.

11. Geur  
Gedeputeerde Staten zouden er bij het ministerie van VROM op aan moeten dringen, dat de richtlijn voor H2S omgezet wordt in een grenswaarde.

12. Sinterfabriek
Bij het stofreductieonderzoek in voorschrift  1.1.6  dient een resultaatsverplichting opgenomen te worden in de vergunning.
De verlaging van de beschikbaarheid van de hogedrukwasser van 94 naar 92 % is niet wenselijk. Het bypass-bedrijf zou voorzien moeten van een filter, dan wel gesaneerd moeten worden.

13. Pelletfabriek
De BREF-waarde van (EL 504) van 10 mg/m3 zou per 30 oktober 2007 gerealiseerd moeten zijn.
Dit geldt ook voor de BREF-waarde van HCI en HF voor deze installatie (EL 504).

14. Kooksfabrieken
 De emissiegrenswaarde voor stof voor batterijschoorstenen (EL 104) moet aan de Ner-waarde van 25mg/m3 voldoen.

15. Energiebedrijf
Het voorschrift voor ketel 41 (1.4.3) ; de inspanningsverplichting dient omgezet te worden in een resultaatsverplichting.

16. Oxystaalfabriek 2
De in het voorschrift 1.5.8 genoemde stuifgevoelige goederen (stuifklasse S2 t/m S4) dienen zo spoedig mogelijk in gesloten ruimten opgeslagen te worden en te voldoen aan de Ner.

17. Coated Products
Het voorgeschreven onderzoek naar reductiemogelijkheden van Cr6+ dient te worden uitgebreid met een resultaatverplichting.

18. Corus Packing Plus
Het voorgeschreven onderzoek naar verdere reductiemogelijkheden, zoals vastgelegd in 4.1.2 voor Cr6+, dient eveneens met een resultaatsverplichting te worden uitgebreid.

19. 4 Geluid
Wij verwijzen u naar de door ons ingediende zienswijze aanvullend saneringsplan Wet geluidhinder ( bijlage 1). Corus moet alsnog verplicht worden aanvullende saneringsmaatregelen te nemen met hieraan verbonden een resultaatverplichting. Dit in plaats van het oprekken van de Wet geluidhinder.
Met het opnemen van de nu in de voorschriften opgenomen waarden blijft ruimte bestaan voor toekomstige ontwikkelingen op het industrieterrein die extra geluidruimte vragen.
Voor een aanzienlijk deel van het dorp geldt al een hogere MTG waarde en wordt al niet voldaan aan de saneringsnorm, zoals voorgeschreven in de Wet geluidhinder. Tevens wordt nu voor een groot aantal woningen nieuwe (hogere) MTG waarden aangevraagd.
 PMP (bladzijde 158); Buiten zonegrens van 50 dB(A) mag het geluid niet hoger zijn dan 55 dB(A). Verder wordt gerefereerd aan een subsidieregeling van VROM voor de sanering van geluid. Dit zouden wij graag verantwoord zien.
Aanvullend hier op: PMP (bladzijde 75); De strenge emissie-eisen zullen kunnen leiden----- waaraan wij zonodig ook een financiële bijdrage leveren naast die van andere overheden.
Heeft er in dit kader van de geluidssanering een bijdrage van Gedeputeerde Staten plaatsgevonden en zo ja kunnen wij de verantwoording daarvan ontvangen en bij het tegendeel een motivatie hiervan.
PMP criteria bij beoordeling van verzoeken om vastlegging van hogere waarden.
Eén van de randvoorwaarden is het uitvoeren van een cumulatietoets voor geluidsgevoelige bestemmingen. Dit in verband met de geluidoverlast van het vliegverkeer van de polderbaan. 
Deze is nog niet uitgevoerd.

Hierbij komt dat wij van mening zijn dat de politieke besluitvorming over de af te geven vergunning onvoldoende op gemeentelijk en provinciaal niveau heeft plaats gevonden.

Met vriendelijke groet uit Wijk aan Zee,

Voorzitter Dorpsraad Wijk aan Zee, adres/postcode/plaats

Secretaris  Dorpsraad Wijk aan Zee, adres/postcode/plaats     
              

Zienswijze Dorp Geluidsanering
Aan het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland

Milieu Informatie Punt

Postbus 205

Postcode 2050 AE Overveen

Betreft: Zienswijze aanvullend saneringsplan Wet geluidhinder.

Wijk aan Zee,….-….- 2006(datum)

Geacht College,

Naar aanleiding van uw voornemen bovengenoemd saneringsprogramma vast te stellen maak ik de volgende opmerkingen:

1 De geluidbelasting rondom het onderhavige industrieterrein is nu al hoger dan de Wet geluidhinder toestaat. Daarbij neemt het geluid van passerende vliegtuigen in het dorp sterk toe sinds de opening van de zogenaamde “polderbaan” van Schiphol.

2 Deze optelsom van geluid vormt samen met de overige milieubelasting (Zwaarst belaste

Dorp van Nederland qua H2S, Grof stof en ook één van de zwaarst belaste gebieden voor fijn stof) een onwenselijke extra milieubelasting voor het dorp, die tevens gezondheidsrelevant is.

Hierbij merk ik nog op dat de duale doestelling van meer productie bij Corus, bij het niet nemen van maatregelen, tot meer overlast zal leiden.

3 In de vigerende vergunning aan Corus is een overschrijding met 2 dB(A) toegestaan, boven het in de Wet Geluidhinder vastgestelde maximum. Als gevolg daarvan ondervindt een aantal woningen in Wijk aan Zee een hogere geluidbelasting dan 55 dB(A).

4 Het doel van deze maatregel kan geen ander zijn dan, na een periode van gedogen waarin naar oplossingen wordt gezocht, het definitief terugdringen (eventueel op termijn) van de heersende geluidsoverlast.

5 Per 01-12-2005 in de WM geëist dat deze moet voldoen aan de stand der techniek. In het aanvullende saneringsplan wordt echter opgevoerd dat, voor wat betreft het geluid, er geen kosten effectieve maatregelen meer mogelijk zijn i.v.m. verouderd machinepark.

6 In het aanvullende saneringsprogramma geeft u aan, de Minister van V.R.O.M. te willen verzoeken een nieuw MTG-besluit te nemen, waarvan de waarden nog hoger zijn dan de in het oude dito vastgestelde. Als gevolg daarvan zullen nog meer woningen nog zwaarder worden belast.

7 Het doel van de Wet geluidhinder is omwonenden te beschermen tegen hinder en schade door geluidsoverlast in hun woon en werkomgeving. Het komt mij voor, dat uw saneringsprogramma onvoldoende recht doet aan dat doel en de Wet geluidhinder de facto buiten werking stelt.

8 Ik adviseer daarentegen in het aanvullende saneringsprogramma eisen te stellen, die tot resultaat hebben, dat de in de Wet geluidhinder vervatte normen worden gerespecteerd.

9 Uw voornemen gaat mij rechtstreeks aan, omdat ik in Wijk aan Zee woon/werk en meer in het bijzonder omdat ik van de geluidsoverlast heb te lijden. Toch hebt u mij bij de voorbereiding van het te nemen besluit onvoldoende betrokken, in ieder geval in een te laat stadium. Te laat in het licht van het gegeven, dat u met de overheden in de IJmond en de vergunningaanvrager niet alleen langdurig, maar ook nog eens diepgaand en breed overleg hebt gevoerd.

10 Daarbij komt nog het feit, dat de resultaten van het overleg, door alle deelnemers bij elke denkbare gelegenheid worden gepresenteerd als een bindend akkoord. U vraagt mij een zienswijze naar voren te brengen over deze min of meer voldongen feiten. Hier vloeit logischer wijze uit voort dat u mij als belanghebbende in een bijzonder nadelige positie heeft geplaatst. Ik vind dat zeer onzorgvuldig en ik laat mij deze ongelijke behandeling, als rechtstreeks betrokkene, dan ook niet welgevallen.

11 Ik verzoek u vriendelijk mijn zienswijze ter kennis te brengen van de Minister van V.R.O.M.

Met vriendelijke groet uit Wijk aan Zee,

Naam

Beroep of functie in Wijk aan Zee

Adres

Postcode plaats

?Ik wens niet, dat mijn personalia bekend worden gemaakt.

Bedenkingen tegen vergunning Corus
Aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland

Milieu Informatie Punt

Postbus 205

Postcode 2050 AE Overveen

Betreft: Zienswijze Dorpsraad Wijk aan Zee op de herziene ontwerpvergunning van de provincie Noord-Holland voor de vergunningverlening ex artikel 8.4 van de Wet milieubeheer voor de inrichting Corus Staal BV.

Wijk aan Zee, 2006-10-04

Geacht College,

Allereerst zijn wij verheugd dat, naar aanleiding van de eerder ingebrachte bedenkingen op de eerdere ontwerpvergunning, de herziene vergunning die nu voorligt aanzienlijk is aangescherpt op onderdelen. Onduidelijk is wat de juridische status van deze vergunning is. Normaliter dient eerst de bezwaarperiode van de ontwerpvergunning te worden afgerond.

Wij gaan er vanuit dat de ingebrachte bedenkingen op de eerste ontwerpvergunning blijven staan als bedenkingen voor de herziene ontwerpvergunning. Mocht dit niet het geval zijn dan dienen wij deze alsnog in. Dit betreft bedenkingen 1, 4, 6,7, 8, 9, 10, 11, 14 en 19 op onderdelen. De overige bedenkingen zijn voor de Dorpsraad naar behoren beantwoord.

Bij bedenking 9 werden de voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12 genoemd. Deze nummering is in de herziening ontwerpvergunning veranderd. Zie nieuwe bedenking IV.

Naar aanleiding van de herziene ontwerpvergunning willen wij de volgende nieuwe bedenkingen indienen:

I.(pag.9)Mer-beoordelingsplicht Koudwals:

Waarom wordt deze vergunning separaat van de totale vergunning afgegeven, terwijl de intentie is te komen tot een totale vergunning en de procedure nog steeds loopt.

II.. (pag.16)Voorschrift 1.2.2 en 1.4.2.

Bij dit voorschrift dient controle en handhavingvoorschrift verbonden te worden.

III. (pag.21)Voorschrift 0.4.7.

Aan dit voorschrift dient na onderzoek een resultaatsverplichting gekoppeld te worden.

IV. (pag.28)Voorschrift 1.1.7, 1.1.8, 1.1.14.

Hier blijft oude bedenking 9 staan.Voorheen waren dit de voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12

V. (pag. 30,32)Zware metalen naar lucht.

De economische belangen ten aanzien van de inkoop van ertsen mogen niet meewegen in een milieuvergunning. Wij houden dan ook vast aan de eerder ingebrachte bedenking 10. De zware metalen naar lucht mogen niet stijgen, ergo moeten afnemen.

Wat betreft het kwikgehalte dient het vergunnen van meestoken van kwikhoudend retourslib onverwijld te worden beëindigd. Ook dient per stof een maximale jaarvracht vergund te worden en maatregelen genomen te worden die verder gaan dan de BAT.

Dit is op basis van de vigerende wetgeving mogelijk.

VI. (pag.32)Benzo(a)pyreen.

Hier wordt berekend dat wordt voldaan aan de streefwaarde van 1 ng/m3 en dit zou worden bevestigd door de meetgegevens in het meetnet IJmond.

De streefwaarde vanaf 1997-2004 worden in de meetrapporten luchtkwaliteit IJmond voor het meetpunt Banjaert overschreden, met uitzondering van 2002 en 2003

De borging van de gezondheid van de bewoners van Wijk aan Zee is hiermee in het geding.

Wij dringen aan op vastleggen en het terugbrengen van de jaarvracht in de vergunning en kunnen niet akkoord gaan met de voorgestelde en vergunde verhoging van 10 % van de B(a)P.

Verder moet de Kooksproductie vergund worden voor eigen gebruik en niet voor derden.

Hierbij merken wij op dat naar aanleiding van ons eigen grof stofonderzoek en het daarbij gevonden hoge Pak gehalte Corus nader onderzoek zou verrichten.

Dit willen wij vastgelegd hebben in de vergunning met hieraan gekoppeld de mogelijkheid om maatregelen te nemen mocht dit gehalte daadwerkelijk te hoog zijn.

VII. (pag.40)Voorschrift 1.1.13 voor fluorwassers (EL 504).

Hier dient de BREF –waarde vergund te worden.

Dit voorschrift spreekt over een saneringstermijn.duconwassers.Dit is niet terug te vinden in het voorschrift zelf. E.a moet dus alsnog vastgelegd worden.

.VIII.(pag.50,51) Geluid

De oude bedenking 19blijft staan met daarbij de opmerking dat wij geen bezwaar maken tegen aanvullend saneringsplan Wet geluidhinder. Niet omdat wij het met uw voornemen eens zijn, maar naar ampel beraad de zaak naar de Raad van State geen resultaat zal opleveren.

IX.(pag.58,59) Opslag Hoogovengasstof

Wij dringen aan op beëindiging van de opslag van hoogovengas stof binnen de termijn die voor deze vergunning wordt afgegeven en niet de in voorschrift 1.3.8 genoemde termijn.

De studie naar verwerken duurt nu al zo’n 10 jaar of langer en verwerking is al mogelijk gebleken in Duitsland.

Verder dient er een economische en maatschappelijke kosten/ batenanalyse gemaakt te worden van storten en verwerken, immers nuttige toepassing is mogelijk.

X.(pag. 178)Onderzoek minimalisatieverplichting.

Hieraan dienen de stoffen Cadmium, B(a)P, Nikkel en Arseen te worden toegevoegd.

Met vriendelijke groet,

Het bestuur van de Dorpsraad Wijk aan Zee

Jan Budding voorzitter ad interim adres

Evelien Priester secretaris adres 

Bedenkingen tegen vergunning Corus deel II

Aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland

Milieu Informatie Punt

Postbus 205

Postcode 2050 AE Overveen

Betreft: Zienswijze Dorpsraad Wijk aan Zee op de herziene ontwerpvergunning van de provincie Noord-Holland voor de vergunningverlening ex artikel 8.4 van de Wet milieubeheer voor de inrichting Corus Staal BV.

Wijk aan Zee, 2006-10-04

Geacht College,

Allereerst zijn wij verheugd dat, naar aanleiding van de eerder ingebrachte bedenkingen op de eerdere ontwerpvergunning, de herziene vergunning die nu voorligt aanzienlijk is aangescherpt op onderdelen. Onduidelijk is wat de juridische status van deze vergunning is. Normaliter dient eerst de bezwaarperiode van de ontwerpvergunning te worden afgerond.

Wij gaan er vanuit dat de ingebrachte bedenkingen op de eerste ontwerpvergunning blijven staan als bedenkingen voor de herziene ontwerpvergunning. Mocht dit niet het geval zijn dan dienen wij deze alsnog in. Dit betreft bedenkingen 1, 4, 6,7, 8, 9, 10, 11, 14 en 19 op onderdelen. De overige bedenkingen zijn voor de Dorpsraad naar behoren beantwoord.

Bij bedenking 9 werden de voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12 genoemd. Deze nummering is in de herziening ontwerpvergunning veranderd. Zie nieuwe bedenking IV.

Naar aanleiding van de herzieneontwerpvergunning willen wij de volgende nieuwe bedenkingen indienen:

I.(pag.9)Mer-beoordelingsplicht Koudwals:

Waarom wordt deze vergunning separaat van de totale vergunning afgegeven, terwijl de intentie is te komen tot een totale vergunning en de procedure nog steeds loopt.

II.. (pag.16)Voorschrift 1.2.2 en 1.4.2.

Bij dit voorschrift dient controle en handhavingvoorschrift verbonden te worden.

III. (pag.21)Voorschrift 0.4.7.

Aan dit voorschrift dient na onderzoek een resultaatsverplichting gekoppeld te worden.

IV. (pag.28)Voorschrift 1.1.7, 1.1.8, 1.1.14.

Hier blijft oude bedenking 9 staan.Voorheen waren dit de voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12

V. (pag. 30,32)Zware metalen naar lucht.

De economische belangen ten aanzien van de inkoop van ertsen mogen niet meewegen in een milieuvergunning. Wij houden dan ook vast aan de eerder ingebrachte bedenking 10. De zware metalen naar lucht mogen niet stijgen, ergo moeten afnemen.

Wat betreft het kwikgehalte dient het vergunnen van meestoken van kwikhoudend retourslib onverwijld te worden beëindigd. Ook dient per stof een maximale jaarvracht vergund te worden en maatregelen genomen te worden die verder gaan dan de BAT.

Dit is op basis van de vigerende wetgeving mogelijk.

VI. (pag.32)Benzo(a)pyreen.

Hier wordt berekend dat wordt voldaan aan de streefwaarde van 1 ng/m3 en dit zou worden bevestigd door de meetgegevens in het meetnet IJmond.

De streefwaarde vanaf 1997-2004 worden in de meetrapporten luchtkwaliteit IJmond voor het meetpunt Banjaert overschreden, met uitzondering van 2002 en 2003

De borging van de gezondheid van de bewoners van Wijk aan Zee is hiermee in het geding.

Wij dringen aan op vastleggen en het terugbrengen van de jaarvracht in de vergunning en kunnen niet akkoord gaan met de voorgestelde en vergunde verhoging van 10 % van de B(a)P.

Verder moet de Kooksproductie vergund worden voor eigen gebruik en niet voor derden.

Hierbij merken wij op dat naar aanleiding van ons eigen grof stofonderzoek en het daarbij gevonden hoge Pak gehalte Corus nader onderzoek zou verrichten.

Dit willen wij vastgelegd hebben in de vergunning met hieraan gekoppeld de mogelijkheid om maatregelen te nemen mocht dit gehalte daadwerkelijk te hoog zijn.

VII. (pag.40)Voorschrift 1.1.13 voor fluorwassers (EL 504).

Hier dient de BREF –waarde vergund te worden.

Dit voorschrift spreekt over een saneringstermijn.duconwassers.Dit is niet terug te vinden in het voorschrift zelf. E.a moet dus alsnog vastgelegd worden.

VIII.(pag.50,51) Geluid

De oude bedenking 19blijft staan met daarbij de opmerking dat wij geen bezwaar maken tegen aanvullend saneringsplan Wet geluidhinder. Niet omdat wij het met uw voornemen eens zijn, maar naar ampel beraad de zaak naar de Raad van State geen resultaat zal opleveren.

IX.(pag.58,59) Opslag Hoogovengasstof

Wij dringen aan op beëindiging van de opslag van hoogovengas stof binnen de termijn die voor deze vergunning wordt afgegeven en niet de in voorschrift 1.3.8 genoemde termijn.

De studie naar verwerken duurt nu al zo’n 10 jaar of langer en verwerking is al mogelijk gebleken in Duitsland.

Verder dient er een economische en maatschappelijke kosten/ batenanalyse gemaakt te worden van storten en verwerken, immers nuttige toepassing is mogelijk.

X.(pag. 178)Onderzoek minimalisatieverplichting.

Hieraan dienen de stoffen Cadmium, B(a)P, Nikkel en Arseen te worden toegevoegd.

Met vriendelijke groet,

Het bestuur van de Dorpsraad Wijk aan Zee

Jan Budding voorzitter ad interim  adres

Evelien Priester secretaris adres








 

 





































pleitnota Rvs WM Corus DR 17-12-07

Geachte Voorzitter, leden van de raad,

 

Ik ben Douwe Buwalda, Dorpsraad Wijk aan Zee, werkgroep Milieu. Wijk aan Zee is een kleine gemeenschap van 2300 inwoners, letterlijk en figuurlijk gelegen onder de rook van één van de grootste bedrijven van Nederland: Corus.

 

Wij vinden dat die rook schoon genoeg moet zijn. Het afgelopen jaar werden de normen voor onder andere fijn stof en PAK / B(a)P in Wijk aan Zee weer overschreden. De Stichting Advies Bestuursrechtspraak (StAB) gaat er in haar rapportage vanuit, dat die fijn stofnorm nog meerdere jaren zal blijven worden overschreden. Dit baart ons ernstige zorgen.

 

Het milieu heeft de afgelopen tijd veel aandacht in de pers en van de politiek gekregen. Het is duidelijk dat we er zorgvuldig mee om moeten gaan.

 

Wij vinden dat de provincie op meerdere punten bij het verstrekken van de vergunning helaas niet zorgvuldig heeft gehandeld.

 

Zorg voor het milieu en de milieuvergunning van Corus, is hier in het geding. Op zich hebben wij geen moeite met de aangekondigde productieverhoging, maar dat is dan wel aan regels en wetten gebonden.

De productie moet passen binnen de normen, die daarvoor gesteld zijn. Een aantal zaken in de vergunning dient aangescherpt te worden, om zo te komen tot een echt zorgvuldig afgewogen geheel.

 

In ons beroepschrift hebben wij onder andere de volgende zaken aangekaart: onderzoek naar depositie van PAK, zware metalen en dioxines, veel te ruim vergund geluid, te hoog vergunde emissies naar lucht van SO2, NOx, PM10,H2S, B(a)P en Zware metalen.

 

De StAB kan zich hierin vinden en geeft in haar rapportage diverse handvatten en technische oplossingen en verder; diverse onderzoeken, die al vóór de vergunningverlening hadden moeten plaatsvinden.

Wij gaan daar nu niet verder op in maar verwijzen u naar onze schriftelijke reactie op het StAB-rapport.

 

Eén punt wil ik uit onze schriftelijke reactie halen en dat is het verplichten van doekfilter bij de Sinterfabriek.

De knelpunten (te weten fijn stof, zware metalen en met name dioxines) kunnen met deze oplossing gigantisch gereduceerd worden. In Duitsland is dat al gewoon.

Hier ligt voor de overheden en Corus en het milieu een mooie kans om veel winst te boeken, door de vergunning o.a. op dit punt aan te scherpen.

 

Wij vragen u daarom om de volgende drie punten:

·        Extra zorg voor het milieu in onze leefomgeving, ter bescherming van onze gezondheid. (Ook de huisartsen in de regio IJmond delen deze zorg, gezien de gezondheidsklachten. Volgens de huisarts van Oudvorst (Wijk aan Zee) is er een significante verhoging van longaandoeningen en longkanker in de IJmond en neemt dit aantal toe).

·        De vergunning op onderdelen aan te scherpen.

·        Onderzoek naar rechtsgeldigheid Waterlandakkoord op onderdelen.

Het Waterlandakkoord staat o.i. op gespannen voet met de Algemene Wet Bestuursrecht. Er heeft overleg plaatsgevonden tussen de aanvrager en verschillende overheden, waaronder ook de bevoegde gezagsdrager, de provincie Noord-Holland. Bij dit overleg, bekend als “het Waterlandakkoord” zijn verschillende afspraken gemaakt.  

Ik stel u voor de onderdelen, die tengevolge van dit akkoord in de vergunning opgenomen zijn, te doen herzien binnen juiste wettelijke kaders.

 

Tot slot vragen wij u:

De Dorpsraad ontvankelijk te verklaren, als pleitbezorger voor het dorp en de argumenten voor gegrond te verklaren.

 

 

Ik dank u wel.

 

 

 

 

 

zienswijze Natura 2000

Zienswijze Natura 2000, gebied 87

 

Aan de minister van Landbouw,

Natuur en Voedselveiligheid,

 

Inspraakpunt Natura 2000

 

Postbus 90316

 

2500 GH Den Haag

 

 

Wijk aan Zee,  7 februari 2007

Betreft: NH Duinreservaat, met name Dorpsduinen, Vuurbaakduin en Rolandsduin

(verder te noemen: ‘ het gebied’)

 

 

Geachte minister,

 

Gaarne brengen wij onze zienswijze naar voren inzake het (voorgenomen) besluit het gebied aan te wijzen als Natura 2000 gebied. Als voornaamste reden voor de aanwijzing zien wij, dat de bescherming van het gebied voortaan een wettelijke basis zal hebben met de daaraan verbonden habitatnormen. Wij voeren voor de onderbouwing van onze zienswijze de volgende redenen aan:

 

Drie factoren zijn sterk van invloed op het gebied nabij het dorp Wijk aan Zee:(a) de staalindustrie, (b) de dorpsbebouwing en (c) de recreatie.

 

1.    Het hoogovens- en staalbedrijf van Corus verspreidt over zijn omgeving en het te beschermen duingebied milieuschadelijke stoffen. Corus gaat tot de grens van het toelaatbare. Geringe overschrijdingen zijn om die reden nagenoeg structureel en zware overschrijdingen incidenteel. Bovendien belast het bedrijf de omgeving met een aanmerkelijke geluidshinder (55 dB en hoger) en straalt het bij donker veel licht uit.

 

 

2.    De bestaande bebouwing van het dorp Wijk aan Zee grenst op bepaalde stroken in aanmerkelijke omvang aan het gebied. De overlast van licht en geluid op het duinmilieu is op die plaatsen bepaald niet te verwaarlozen. Ook huisdieren, al dan niet  onder geleide, verstoren met regelmaat de rust in het gebied als zij daar rondzwerven. Hetzelfde geldt voor spelende en gravende kinderen en wandelaars.

 

 

3.    De bestaande recreatie heeft tot gevolg, dat tijdens het strandseizoen paviljoens en strandhuisjes dicht opeengepakt staan en intensief gebruikt worden. Op goede stranddagen stromen 20.000 of meer badgasten naar het strand bij Wijk aan Zee. Daar vallen we niet over zo lang het beperkt blijft tot het huidige gebruik. Maar we willen er wel bij stilstaan in dit verband, dat er een nadelig effect van uitgaat op het achterliggende duingebied.

 

Gegeven het feit, dat het gebied zeldzame populaties van planten en dieren kent en ook de grondsoort een bijzonderheid op zichzelf is (kalkrijke grijze duinen) zien wij bescherming onder het regiem van Natura 2000 als noodzakelijk. De nadelige invloeden van de bestaande industrie, de bebouwing en de recreatie  bij elkaar genomen, maken de bescherming van het gebied nog eens dringend noodzakelijk.

 

Het is ons bekend, dat u de bestaande toestand voor gegeven neemt en dat u geen sanering beoogt. Wij respecteren dat uitgangspunt, maar wij merken daarbij wel op, dat u in Wijk aan Zee als habitatbeschermer van doen heeft met een uiterst dynamische situatie. Dat geldt zonder meer al voor het productieproces van Corus, maar zeker ook voor de factor recreatie. Bij de staalproductie overschrijdt men bij topdrukte gemakkelijk de expliciete maatstaven, eenvoudig omdat men doorlopend tegen het gestelde maximum aanzit. Bij de recreatie overschrijdt men bij topdrukte al gauw de impliciete ecologische maatstaven.

 

 

Het is reeds om die redenen, dat het gebied, zwaar belast als het reeds is, als natuurelement (grond, fauna en flora) in zijn geheel de bescherming moet krijgen die het ecologisch toekomt.

 

 

Inkrimping van het aangewezen gebied aan de randen- zoals de gemeente Beverwijk in haar zienswijze naar voren brengt, leidt er toe, dat de overlast straks doordringt in dieper gelegen delen van het gebied en zal daarom buiten verhouding sterk  toenemen.

 

 

Wij vestigen uw aandacht op de te verwachten ontwikkelingen voor (1) de industrie, (2) de bebouwing en (3) de recreatie.

 

4.    De kennis en kunde van de locale staalindustrie hebben het bedrijf tot een van de weinige winstgevende onderdelen van het Corus-concern gemaakt. Het is te verwachten, dat de productiecapaciteit in de nabije toekomst volbelast zal zijn. Alsdan zullen overschrijdingen van de gestelde milieunormen structureel ernstiger worden. Zware overschrijdingen zullen in omvang en frequentie zeker toenemen.

 

 

5.    Het verzoek van de gemeente Beverwijk om de zuidoostlob van het N-H Duinreservaat buiten de aanwijzing te houden is overbodig. De toekomstige bouwlocatie is reeds bebouwd en gedeeltelijk verhard.

 

6.    Het verzoek van de gemeente Beverwijk om het speelterrein van de basisschool ‘de Vrijheit’ buiten de aanwijzing te houden slaat op niets. Het terrein is verhard en valt daarom vanzelf buiten de aanwijzing.

 

7.    Voor het verzoek om een strook ten zuiden van het dorpshuis De Moriaan uit te sluiten van de aanwijzing verzuimt de gemeente een deugdelijke reden op te geven. Een dergelijk ongemotiveerd verzoek weegt niet op tegen het belang om het door u aangewezen duingebied onmiddellijk te beschermen.

 

8.    Van het verzoek van de gemeente Beverwijk om de parkeerterreinen buiten de aanwijzing te houden, is de motivering vaag en oppervlakkig uitgewerkt. Een zodanig zwak gemotiveerd verzoek weegt niet op tegen het belang om het door u aangewezen duingebied onmiddellijk te beschermen.  Bij meer concrete plannen valt altijd nog te denken aan ‘herverkaveling ‘ van natuurwaarden ter plaatse. Deze maatregel dringt te meer, omdat de gemeente Beverwijk nog nimmer formeel de optie heeft uitgesloten, dat bouwen nabij de zeereep na 2010 opnieuw overweging verdient. (Dorpsvisie 2003, pagina 12).

  

Het is in dit verband noodzakelijk op te merken, dat de zienswijze van de gemeente Beverwijk besluiten impliceert, waarover het dorp Wijk aan Zee nimmer is geraad-pleegd overeenkomstig de bestuursrechtelijk voorgeschreven voorbereiding. De bewering, dat het draagvlak van voorzieningen in het geding is, omdat woningbouw vertraging zou ondervinden, is sterk overdreven. 

 

 

Wij merken in samenhang met punt 5 nog op, dat de gemeente Beverwijk ruimschoots tevoren op de hoogte is gebracht van uw beleidsvoornemens en het traject van Natura 2000. Ook had de gemeente zich anders kunnen opstellen bij de onderhandelingen, die aan het ‘Waterlandakkoord’ zijn voorafgegaan. Dat heeft de gemeente verzuimd.

 

De botsing met uw beleidsvoornemens zou op eenvoudige wijze te voorkomen zijn geweest bij een tijdige aanpassing van de gemeentelijke voornemens. Nu blijkt dat de botsing met uw beleid was te voorzien én te vermijden, kan de gemeentelijke zienswijze dan ook niet leiden tot wijziging van de aanwijzing, zoals u zich die heeft voorgenomen.

 

We herhalen het nog maar eens. Inkrimping van het aangewezen gebied aan de randen brengt mee, dat de overlast straks doordringt in dieper gelegen delen van het gebied en zal daarom buiten verhouding sterk toenemen.

 

 

9.    De provincie Noord-Holland wil de plaatsing van strandpaviljoens voor twaalf maanden per jaar mogelijk maken. De gemeente Beverwijk wil dat beleid volgen en lokaal invullen. Wij zijn van mening, dat de uitbreiding van de omvang en duur van de plaatsing van de strandpaviljoens ernstig nadeel heeft voor het strand- en duinmilieu, dus het gebied.

 

·         De eerste reden is, dat aanwas en herstel van de duinvoet door verstuiving zal afnemen, omdat strandpaviljoens straks doorlopend in de weg zullen staan. Reeds nu is op luchtfoto’s de stagnatie van de aanstuiving aanwijsbaar als rechtstreeks gevolg van bouwwerken in het zomerseizoen.

·         De tweede reden is, dat stuivend zand tot ver in het gebied een bestaansvoorwaarde is voor duurzame vernieuwing van het duinmilieu, in het bijzonder de flora en de fauna. 

·         De derde reden is dat de strandpaviljoens als gewilde feestlokalen een bron zullen zijn van geluids- en lichthinder voor de kustzoom van het gebied .  

 

 

Wij betreuren het, dat u de begrenzing van het gebied zo heeft veranderd, dat niet meer de waterlijn, maar dat nu de duinvoet de grens vormt. Dat zal leiden tot meer overlast voor de kustzoom van het gebied dan ecologisch wenselijk is en dat zal zeker het geval zijn als plaatsing van strandpaviljoens gedurende twaalf maanden van het jaar zijn beslag krijgt en in de tijd gezien verdubbelt. Het nadeel zal na verloop van jaren nog ernstiger zijn, omdat de aanwezigheid van paviljoens dan geruime tijd geen enkele onderbreking zal hebben gekend.

 

 

Verder dringen wij aan op aanwijzing van het duingebied ten zuiden van het Vuurbaaksduin in de richting van de zogenaamde Noordpier. Sinds de verlenging van dit havenhoofd maakt dit gebied een bijzondere ontwikkeling door. Er vindt een krachtige aanwas plaats van witte én grijze duinen. Het laat vele stadia van duinvorming zien en het verkeert thans in optimale staat. Dat maakt het gebied uniek voor de kust tussen IJmuiden en Groet. Voorts heeft het gebied een brugfunctie tussen het Vuurbaaksduin en de duinen van Zuid-Kennemerland. Het is precies die brugfunctie, waar de Ecologische Hoofdstructuur zo’n bijzondere waarde aan hecht.

 

 

Toeristische en recreatieve ontwikkelingen hebben een nadelige invloed op dit gebied ten zuiden van het Vuurbaakduin en zij vormen een wezenlijke bedreiging voor de ongereptheid ervan. Wij noemen een ongecontroleerde en ongerichte groei van bouwwerken op het strand en de vorming van nieuwe toegangen of ‘slagen’ naar het strand.  

.

Op grond van het voorgaande verzoeken wij u te besluiten tot:

·         aanwijzing van het gebied overeenkomstig uw huidig voornemen;

·         uitbreiding van het gebied met het voorliggende strand;

·         uitbreiding van de aanwijzing met het duingebied ten zuiden van het Vuurbaakduin.

 

Wij behouden ons het recht voor onze zienswijze aan te vullen en te wijzigen, zo dikwijls als de noodzaak zich daartoe aandient.

 

Hoogachtend,

Namens het bestuur van de stichting,

 

 

Jan Budding,           voorzitter ad interim

 

 

 

 

Evelien Priester,      secretaris

 

 


bedenkingen Dr tegen ontwervergunning Multi Serv.

Aan het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland

Procedurekamer SHV

Postbus 3007

2001 DA Haarlem

 

Betreft: Zienswijze Dorpsraad Wijk aan Zee op de ontwerpvergunning Wet milieubeheer; 

            MultiServ Holland BV, ten behoeve van een revisievergunning voor de inrichting

            gelegen op het Corusterrein te Velsen-Noord. Datum 01 april 2008.

 

Uw kenmerk: 2006/42565

 

Behandeld door: D.Buwalda

                            Werkgroep Milieu

                            Dorpsraad Wijk aan Zee

 

Wijk aan Zee, 23-04-2008

 

Geacht College,

 

Hierbij ontvangt u onze bedenkingen tegen bovengenoemde ontwerpvergunning.                              

 

Bedenkingen

Opmerking: waar in dit document 28dB(A) genoemd wordt, wordt bedoeld controlepunt IP2 (dorpsweide).

 

1.    Algemeen

1.1.  De overzichtelijkheid van het totaal van de ontwerpbeschikking en bijbehorende documenten is ver te zoeken. Wat hoort er nu wel en niet bij de vergunning en aanvraag? Een begeleidend schrijven met uitleg status van de diverse documenten zou geen overbodige luxe zijn.

 

Voorbeelden:

·         In diverse documenten die bij de ontwerpbeschikking ter inzage liggen staat afwisselend dat MultiServ wel en niet meer ruimte aanvraagt. Dit is erg onduidelijk. Het gevolg kan zijn dat de uiteindelijke vergunning op meerdere manieren uit te leggen is (in het voordeel van de partij die het uitlegt). Wij zijn van mening dat de aanvraag eenduidig moet zijn (wel kunnen andere of oudere documenten ter informatie in het dossier blijven, maar dan moet heel duidelijk gemaakt worden dat deze geen onderdeel van de aanvraag of vergunning is)

·         Op de CD die ter inzage ligt bij de bibliotheek van Wijk aan Zee staan 2 tekstbijlagen van de aanvraag, van oktober 2006 en van mei 2005. We hebben per toeval een verschil gevonden tussen de 2 tekstbijlagen, zijn er nog meer verschillen? Welke is geldig? Waarom staan er 2 tekstbijlagen op de cd?

 

Wij stellen dat duidelijk moet zijn wat de aanvraag is voordat een besluit tot het verlenen van een vergunning gemaakt kan worden. Tevens moet ook de vergunning duidelijk en eenduidig zijn. Beide is helaas niet het geval.

 

1.2.  In de Tekstbijlage Multiserv mei 2005 blz. 45 wordt verwezen naar bijlage 15 en 16 en wordt tegelijk gesteld dat deze geen deel uitmaken van de aanvraag. Wij stellen dat dit onmogelijk is: De informatie dient ter ondersteuning van de aanvraag van MultiServ, maar omdat het geen onderdeel uitmaakt van de aanvraag kan commentaar op deze bijlagen als niet relevant opzij geschoven worden! Wij zijn van mening dat ook op deze bijlagen (en eventueel andere documenten waarnaar wel verwezen wordt, maar “geen deel uitmaken van de aanvraag” ) commentaar gegeven moet kunnen worden en dat dit behandeld moet worden als zijnde deel van de aanvraag.

1.3.  De Dorpsraad is tegen elke verhoging van de milieubelasting en negatieve aantasting van de leefbaarheid van de omgeving, op welke wijze en welk moment dan ook. De Dorpsraad is van mening dat de milieubelasting juist omlaag moet en de leefbaarheid positief bevorderd moet worden.

1.4.  MTG: Het streven moet zijn naar het dusdanig verlagen van de geluidsbelasting (van alle geluidproducerende installaties, ook die van b.v. Corus) dat MTG waarden kunnen vervallen en de “normale” wetgeving toepasbaar is.

1.5.  MTG overschrijding: MultiServ geeft aan dat op punt 19 (de meest nabijgelegen MTG-woning in Wijk aan Zee) Lamax 59 dB(A) zal zijn. Dit is hoger dan de MTG waarde! Dit is niet toegestaan en er moeten geluidsmaatregelen genomen worden. Tevens staat hier niets over in de vergunning!

1.6.  ALARA: De DR is van mening dat de vergunningsverlener zelf gedegen en kritisch onderzoek moet doen naar het ALARA principe. Daar is niets van te vinden in de ontwerpbeschikking. Tevens zijn wij van mening dat MultiServ niet voldoet. Als voorbeeld: de geluidswal van containers heeft een opening richting Wijk aan Zee, daar kan b.v. een deur in, of de opening kan op een andere plek gemaakt worden (zodat de geluidswal richting Wijk aan Zee geen gat heeft).

1.7.  Raad van State: De Dorpsraad heeft tegen de nieuwe milieuvergunning van Corus beroep aangetekend bij de Raad van State, onder andere over de geluidsoverlast, uitstoot van zware metalen en meestoken van afvalstoffen. De Raad van State heeft in deze zaak nog geen uitspraak gedaan. De vergunning van MultiServ moet in lijn met de uitspraak aangepast worden.

1.8.  Geluidswal: MultiServ gaat een geluidswal maken van onverwerkbare reststoffen/afval (b.v. slak). Volgens ons is dit een verkapte manier van permanente vuilstort. Dit moet ook in deze vergunning verwerkt worden, met daarbij eisen voor grondwater monitoring, eisen aan de ondergrond (b.v. waterdicht ter voorkoming van verontreiniging van het grondwater etc.). Tevens moet de samenstelling van de te storten reststoffen/afval worden opgevoerd.

 


 

2.    Ontwerpvergunning 3-4-2008

2.1.  CARII 6.0

Ontwerpbeschikking dd 28-3-2008 blz. 8. Het hier genoemde achtergrondconcentratie is achterhaald door een recent onderzoek van TNO (uitgevoerd te Beverwijk-West in opdracht van Gemeente Beverwijk). Wij stellen dat de meest recente gegevens gebruikt moeten worden.

2.2.  PM10

2.2.1.    Ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 9 “iedere significante uitbreiding ….niet vergund kunnen worden”. Dit vanwege het aantal overschrijdingen van de 24 uurgemiddelde concentratie. Er is dus geen ruimte voor uitbreiding van de MultiServ productie, zonder dat er maatregelen worden genomen om het aantal overschrijdingen terug te brengen naar het wettelijke niveau.

2.2.2.    Ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 9 “NIBM”  De Dorpsraad is het niet eens met de stelling dat de emissie van MultiServ er niet toe doet. Het aantal overschrijdingen moet omlaag en dan is het tegenstrijdig om een productie verhoging toe te staan waarbij de emissie omhoog gaat! Het besluit luchtkwaliteit (BLK) is heel duidelijk: het aantal overschrijdingen moet omlaag naar de norm van 35 per direct. Door een verhoging te vergunnen (hoe klein ook) overtreed de vergunningverlener de wet (Europese richtlijn).

2.2.3.    Het is nu niet duidelijk hoeveel PM10 emissie MultiServ vergund krijgt. Dit moet duidelijk in de vergunning gesteld worden (jaarvracht). Voor de overige componenten (ontwerpbeschikking d.d.28-03-2008 blz.9. Wij zijn het niet eens met de stelling dat er geen toetsing noodzakelijk is. De concentraties van deze stoffen (b.v. lood) zijn in de IJmond veel hoger dan in de rest van Nederland (dankzij de aanwezige zware industrie en verkeer). Toetsing moet plaatsvinden.

                     Beschikbaarheid geluidsruimte.

2.2.4.    Wij zijn het niet eens met de redenering dat er in de avond en dagperiode enige ruimte is voor meer geluid (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17):

2.2.5.    Er is een hogere MTG waarde vastgesteld voor Corus omdat gesteld was dat die geluidsruimte “noodzakelijk” was. Achteraf blijkt dat Corus die ruimte helemaal niet nodig heeft. De MTG waarde moet dus lager gesteld gaan worden. Het is fout om die gekunstelde geluidsruimte beschikbaar te stellen aan een andere partij zodat die meer geluid kan produceren (o.a. hiertegen hebben wij bij de Raad van State beroep aangetekend).

2.2.6.    MultiServ neemt al meer geluidsruimte, b.v. het vervangen van een Excavator met bronvermogen van 109 dB(A) door één met een bronvermogen van 114,5 dB(A)! Dit is dan een verhoging van het geproduceerde geluid! (brief van MultiServ aan Gedeputeerde Staten d.d. 12-10-2006). Wij zijn van mening dat een hoger bronvermogen gepaard moet gaan met geluidwerende maatregelen zodat het geluid nooit meer maar juist minder zal worden.

2.2.7.    akoestisch onderzoek nieuwe slakputten 15-2-2206. blz. 17: In de weekenden zal meer geluid worden geproduceerd. De DR is van mening dat de overlast moet verminderen en niet vermeerderen.

2.2.8.    Tekstbijlage MultiServ mei 2005 blz.16: “Waren in de oude situatie de weekenden beschikbaar om stilstanden op te vangen, in de te vergunnen situatie zullen de nachtdiensten hiervoor noodzakelijk zijn”. Dit betekend dat in de weekenden ook overdag en ’s avonds meer (geluid) geproduceerd gaat worden en de hele week ’s nachts!. Dit is een duidelijke verslechtering van de huidige situatie en daar zijn wij het niet mee eens. Wij zijn van mening dat de vergunningverlener dit niet kan accepteren. Verandering van bedrijfssituatie kan alleen gepaard gaan met vermindering van milieubelasting (zoals geluid) en nooit met meer.

2.2.9.    Multiserv maakt ander geluid dan Corus, waardoor (ook bij een lager geluidsniveau) het geluid merkbaar en herkenbaar is (en een verhoging dus ook merkbaar is). In de tekstbijlage van Heckett MultiServ d.d. 31-10-1997 blz. 31 staat het goed beschreven: “Op het terrein bevinden zich herkenbare geluidbronnen zoals de MRP en de Gantrykranen” In de tekstbijlage van MultiServ d.d. mei 2005 blz. 45 is dit aangepast in “Op het terrein bevinden zich een groot aantal relevante geluidsbronnen zoals ….” Wij zijn van mening dat elke verhoging van het geluid een herkenbare en merkbare geluidsbelasting zal opleveren en dat dit niet toegestaan mag worden.

2.2.10.  Geluidbelasting en beleving zijn afhankelijk van de continuïteit (repeterend of altijd aanwezig), frequenties, etc. Twee geluidsbronnen kun je dus niet zomaar optellen of wegstrepen (omdat de ene b.v. harder is dan de andere). Wij zijn van mening dat elke verhoging van geluid een hogere geluidbelasting betekend. Wij zijn van mening dat de geluidbelasting omlaag moet en niet omhoog.

2.2.11.  In de tekstbijlage MultiServ 2005 blz.46 wordt gesteld: “De geluidemissies ten gevolge van noodzakelijke veiligheidssignalen zijn in het overzicht niet opgenomen en worden niet in de geluidsimmisie betrokken”. Wij zijn het hier niet mee eens. Veiligheidssignalen produceren een hoge geluidsbelasting en zijn zo ontworpen dat ze juist heel herkenbaar en merkbaar zijn. Ze moeten dan ook in de vergunning meegenomen worden en mogen geen overschrijding van de normen veroorzaken! Als dit wel het geval is dan moeten er andere (veiligheids-) maatregelen genomen/verplicht worden (Corus heeft al veel yodalarm aangepast/vervangen om juist de overlast van deze signalen, met name in de nacht, te verlagen). Als het veiligheidssignaal onderdeel is van normale bedrijfsvoering (b.v. een shovel die achteruit rijd maakt een yodalarm), dan mag dat nooit een reden zijn om de normen te overschrijden. Aanvullend: ’s nachts mogen ook veiligheidssignalen die tijdens normale bedrijfsvoering gemaakt worden niet boven 28 dB(A) komen (b.v. een shovel die achteruit rijd of een trein die gaat rijden).

2.3.  Geluid ’s nachts:

2.3.1.    “De consequentie van deze wijze van beoordelen is dat de meest luide bedrijfssituatie maar een beperkt aantal malen per jaar mag optreden” (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17) De meest luide bedrijfssituatie (productie overdag) mag dus niet 10 weken per jaar plaatsvinden zoals MultiServ stelt. Dit moet duidelijk in de vergunning verboden worden.

2.3.2.    “….is in de nachtperiode geen geluidruimte meer beschikbaar.” (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17). Dus het is verboden om ’s nachts hetzelfde geluid te maken als overdag. De meest luide bedrijfssituatie (productie overdag) mag dus niet 10 weken per jaar plaatsvinden zoals MultiServ stelt. Dit moet duidelijk in de vergunning verboden worden.

2.3.3.    Brief van MultiServ aan G.S. d.d. 12-10-2006. aanvullingen op de revisievergunningsaanvraag. Opmerking gesteld door de provincie: “Onder 1.2.14 staat vermeld dat er additioneel 10 weken per jaar nachtdienst zal worden gedraaid, dit is niet inpasbaar in het geluidplaatje en moet worden verwijderd.”  Hier zijn wij het mee eens. Dit moet verwijderd worden uit de aanvraag en is dus verboden. Dit moet duidelijk gesteld worden in de  vergunning.

2.3.4.    MultiServ neemt al meer geluidsruimte, b.v. het vervangen van een Excavator met bronvermogen van 109 dB(A) door één met een bronvermogen van 114,5 dB(A)! MultiServ wil deze machine ook ’s nachts gebruiken, dit is dan een verhoging van het geproduceerde geluid! (brief van MultiServ aan Gedeputeerde Staten d.d. 12-10-2006). Dit moet verboden worden

2.3.5.    Wij zijn het niet eens met de redenatie dat nachten waarin de meest luide bedrijfssituatie gecompenseerd worden door nachten dat er een aanzienlijke lagere geluidsbelasting vanwege de inrichting optreedt. (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17) De nachten dat er minder geluid geproduceerd wordt heeft waarschijnlijk geen invloed op de totale geluidsbelasting van Wijk aan Zee (i.v.m. het geproduceerde geluid door Corus). Daarentegen heeft het extra geluid dat MultiServ produceert wel invloed op de totale geluidsbelasting op Wijk aan Zee. Van compensatie kan dan ook geen sprake zijn.

2.3.6.    Wij zijn het niet eens met de redenering dat “… de meest luide bedrijfsomstandigheden in de nachtperiode, weliswaar sprake is van een hogere geluidsbijdrage in de woonomgeving, maar dat deze bijdrage belangrijk lager is dan het heersende geluidniveau. Dit vanwege Corus. Om die reden zal de geluidsbelasting van de woningen niet merkbaar verhogen.” (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17).

2.3.6.1.        Multiserv maakt ander geluid dan Corus, waardoor (ook bij een lager geluidsniveau) het geluid merkbaar en herkenbaar is (en een verhoging dus ook merkbaar is). In de tekstbijlage van Heckett MultiServ d.d. 31-10-1997 blz. 31 staat het goed beschreven: “Op het terrein bevinden zich herkenbare geluidbronnen zoals de MRP en de Gantrykranen” In de tekstbijlage van MultiServ. d.d. mei 2005 blz. 45 is dit aangepast in “Op het terrein bevinden zich een groot aantal relevante geluibronnen zoals ….”. Wij zijn van mening dat elke verhoging van het geluid een herkenbare en merkbare geluidsbelasting zal opleveren en dat dit niet toegestaan mag worden.

2.3.6.2.        Geluidbelasting en beleving zijn afhankelijk van de continuïteit (repeterend of altijd aanwezig), frequenties, etc. Twee geluidsbronnen kun je dus niet zomaar optellen of wegstrepen (omdat de ene b.v. harder is dan de andere). Wij zijn van mening dat elke verhoging van geluid een hogere geluidbelasting betekend. Wij zijn van mening dat de geluidbelasting omlaag moet en niet omhoog.

2.3.7.    In voorschrift 4.19.1 staat vermeld dat er in bedrijfssituatie C 31 dB(A) van 23.00 tot 07.00 uur geproduceerd mag worden: dat is meer dan 28 dB(A), hiermee zij wij het niet eens. Tevens is de vergunningverlener het hiermee niet eens (zie alle uitspraken/citaten die dit onderschrijven). Dit moet dus duidelijk verboden worden in de vergunning.

2.3.8.    In voorschrift 4.19.1 staat vermeld dat er in bedrijfssituatie C 31 dB(A) van 23.00 tot 07.00 uur geproduceerd mag worden. Bedrijfssituatie C is met 4 beulkranen in bedrijf. MultiServ. gaat er vanuit dat ze i.p.v. met 4 kranen een deel van het jaar, het hele jaar met 2 kranen ’s nachts mogen werken (akoestisch onderzoek nieuwe slakputten 15-2-2006. Blz. 15). Met deze uitleg zijn wij het niet eens, volgens ons zal het effect zijn dat de 28 dB(A) grens overschreden zal worden (met als doel het oprekken/verleggen van deze grens). Tevens is de vergunningverlener het hiermee niet eens (zie alle uitspraken/citaten die dit onderschrijven). Dit moet dus duidelijk verboden worden in de vergunning. Zie ook bedenkingen bijlage 16

2.3.9.    In de vergunning d.d. 14-1-1998 (98-510185) blz. 5 is het uitgangspunt dat “…hebben wij desalniettemin gemeend vast te moeten houden aan de in het verleden aan de aanvraagster vergunde geluidsruimte”. Dit wordt recent onderschreven door diverse uitspraken/citaten in de diverse documenten behorende bij de aanvraag en ontwerpvergunning. Elke verwijzing naar en verhoging van de “geluidsruimte” moet verwijderd worden uit de aanvraag en ontwerpvergunning.

2.3.10.  In de tekstbijlage MultiServ. 2005 blz.46 wordt gesteld: “De geluidemissies ten gevolge van noodzakelijke veiligheidssignalen zijn in het overzicht niet opgenomen en worden niet in de geluidsimmisie betrokken”. Wij zijn het hier niet mee eens. Veiligheidssignalen produceren een hoge geluidsbelasting en zijn zo ontworpen dat ze juist heel herkenbaar en merkbaar zijn. Ze moeten dan ook in de vergunning meegenomen worden en mogen geen overschrijding van de normen veroorzaken! Als dit wel het geval is dan moeten er andere (veiligheids-) maatregelen genomen/verplicht worden (Corus heeft al veel yodalarmen aangepast/vervangen om juist de overlast van deze signalen, met name in de nacht, te verlagen). Als het veiligheidssignaal onderdeel is van normale bedrijfsvoering (b.v. een shovel die achteruit rijd maakt een yodalarm), dan mag dat nooit een reden zijn om de normen te overschrijden. Aanvullend: ’s nachts mogen ook veiligheidssignalen die tijdens normale bedrijfsvoering gemaakt worden niet boven 28 dB(A) komen (b.v. een shovel die achteruit rijd of een trein die gaat rijden).

2.4.  Conclusie (blz.20). wij zijn van mening dat er gegronde redenen zijn om deze vergunning in deze vorm te weigeren, b.v. het overschrijden van de MTG waarde op punt 19!

2.5.  Installaties

Ontwerpbeschikking, voorschriften d.d. 28-3-2008 3.9.4 blz. 15

Plan branden buiten carrousel: Dit plan moet opgesteld worden en goedgekeurd worden door de vergunningverlener voordat de vergunning vergeven kan worden.

2.6.  Gieten in calamiteitenput

Ontwerpbeschikking, voorschriften d.d. 28-3-2008 3.9.4 blz. 15. Bij het gieten in de ruwijzerputten moet ook het gieten in de calamiteitenputten komen te staan. Voor het gieten in de calamiteitenput moeten dezelfde voorwaarden gelden, als voor het gieten in de ruwijzerputten.

 

 

 

2.7.  Sanering bodemverontreiniging

Ontwerpbeschikking, voorschriften d.d. 28-3-2008 4.6.2 blz. 20.

Niet duidelijk wordt of hiermee sanering van de oude put bedoeld wordt.

             Daarbij :Elke vorm van bodem of grondverontreiniging die na 1987 is ontstaan moet    

            direct verwijderd / aangepakt worden.(Zorgplicht Wbb art. 13).

 

2.8.  Fout in (ontwerpbeschikking, voorschriften d.d. 28-3-2008 4.19.1 blz. 24)

Controlepunt IP2

Hier staat (o.a.):

“37dB(A) van 23.00 tot 07.00 uur”.

Hier is waarschijnlijk bedoeld:

37dB(A) van 19.00 tot 23.00 uur.

 

2.9.  Hogere overschrijdingswaarde

In de voorschriften behorende bij de revisievergunning 1998 voorschrift 4.20 blz. 11 staat:

“…. Over de hierna genoemde perioden de volgende waarden niet overschrijden:

……

Meetpunt 2 ….:           35 dB(A) van 07.00 uur tot 19.00 uur;

                                   32 dB(A) van 19.00 uur tot 23.00 uur;

                                   28 dB(A) van 23.00 uur tot 07.00 uur;”

 

In de ontwerpbeschikking, voorschriften dd 28-3-2008 4.19.1 blz. 24 staat:

“Controlepunt IP2       37 dB(A) van 07.00 uur tot 19.00 uur;

                                   37 dB(A) van 19.00 uur tot 23.00 uur; (gecorrigeerd voor fout zie hierboven)

Bedrijfssituatie A        24 dB(A) van 23.00 uur tot 07.00 uur”

Bedrijfssituatie B        27 dB(A) van 23.00 uur tot 07.00 uur”

Bedrijfssituatie C        31 dB(A) van 23.00 uur tot 07.00 uur;”

 

Opmerking: Meetpunt 2 en controlepunt IP2 zijn dezelfde.

 

2.9.1.    Overdag betekend dit een verruiming van 2 dB(A). hier zijn wij het niet mee eens (zie de rest van dit document voor de redenen).

2.9.2.    ‘s avonds betekend dit een verruiming van 5 dB(A). hier zijn wij het niet mee eens (zie de rest van dit document voor de redenen).

2.9.3.    ’s Nachts betekend dit een verruiming van 3 dB(A). hier zijn wij het niet mee eens (zie de rest van dit document voor de redenen).

2.10.             Bodemonderzoek (blz. 20). Het onderzoek moet plaatsvinden voordat de vergunning verleend wordt en de maatregelen moeten in de vergunning genoemd worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.    Tekstbijlage Multiserv mei 2005

3.1.  Algemeen

3.1.1.    Er staan verschillende “tekstbijlage MultiServ” documenten op de cd behorende bij de aanvraag/ontwerp vergunning. Welke behoort bij de aanvraag? De andere is daarmee vervallen? Waarom hebben ze beide dezelfde datum (mei 2005)?

3.1.2.    Wij gaan uit van de versie die op de cd als gewijzigde datum heeft oktober 2006, hoewel in het hele document de datum mei 2005 wordt gebruikt, indien de andere ook bij de aanvraag horen, behouden wij het recht daar later ook nog bedenkingen op in te dienen.

3.1.3.    Als bedenkingen niet mogelijk zijn op bijlage 15 en16, de  “niet bij de aanvraag behorende maar wel op gebaseerde” bijlagen, dan hebben de bedenkingen die in dit document staan onder bedenkingen op bijlage 15 en 16 betrekking op de tekstbijlage MultiServ, of de ontwerpvergunning met alle daarbij behorende documenten. Geen van de bedenkingen zal vervallen als deze bijlagen als niet relevant worden benoemd.

 

3.2.  Veranderingen mogen nooit tot gevolg hebben dat de milieubelasting en/of de leefbaarheid van de omgeving negatief veranderd (’s nachts mag het geluid b.v. niet boven 28dB(A) komen). Het streven moet zijn dat dit juist positief veranderd.

3.3.  Veranderingen: zie bedenkingen bijlage 16.

3.4.  1.1.2.2 Locatie. Het MultiServ terrein wordt uitgebreid naar het noordwesten, dus richting Wijk aan Zee. Dit mag geen negatieve gevolgen hebben voor de milieubelasting en of leefbaarheid van Wijk aan Zee (’s nachts mag het geluid b.v. niet boven 28dB(A) komen).

3.5.  1.1.2.2 Locatie. Het MultiServ terrein wordt uitgebreid naar het noordwesten, dus dichter bij het beschermde natuurgebied. Het effect op dit gebied moet onderzocht worden. Tevens mag dit de milieubelasting van dit natuurgebied niet negatief beïnvloeden.

3.6.  1.1.2.3 slakput. Lichtvervuiling:

3.6.1.     Het gieten en verwerken van slak en vloeibaar staal kleurt ’s avonds en ’s nachts regelmatig rood. Dit heeft invloed op het slaapgedrag van mensen. Wij stellen dat er niet in de open lucht gegoten of op andere wijze met lichtgevende slak e.d. gewerkt mag worden. Het moet licht afgeschermd zijn.

3.6.2.    Het duingebied grenzend aan Corus/Multiserv is beschermd natuurgebied (aardkundig monument, Natura 2000). Lichtvervuiling (o.a. door gieten en verwerken van slak en vloeibaar staal) verstoort de natuur. Wij stellen dat er niet in de open lucht gegoten of op andere wijze met lichtgevende slak e.d. gewerkt mag worden. Het moet licht afgeschermd zijn.

3.7.  1.1.2.3 Slakput Lekdetectie systeem: blz. 7a (mei 2005): “gerichte reparatie behoort dan ook tot de mogelijkheden”. In de vergunning moet staan dat reparatie verplicht is.

3.8.  1.1.2.3 Slakput blz. 8: “Met het in bedrijf nemen van de nieuwe slakput zal de bestaande (oude) slakput worden opgeheven.” In de vergunning moet komen te staan dat de oude put gesloopt moet worden en de grond gesaneerd. In geen geval mag de oude put, na in gebruikneming van de nieuwe, nog gebruikt worden (dat is namelijk niet aangevraagd/wordt niet vergund).

3.9.  1.1.2.4 Slakkiepproces: De treinen die de pannen moeten aan en afvoeren zijn een nieuwe geluidsbron deze zijn niet meegenomen in de aanvraag. Deze behoren bij deze aanvraag en niet in die van Corus, omdat de treinen op het bedrijfsterrein van MultiServ rijden. Deze treinen gaan volgens de aanvraag 24 uur per dag rijden.

 De totale geluidsbelasting mag hiermee niet omhoog gaan (’s nachts niet boven 28 dB(A) komen) en er moet aandacht gegeven worden aan de veiligheidssignalen (zodat deze met name ’s nachts niet boven 28 Db (A) komen)

 

3.10.             1.2.2.1 Huidige slakbewerking. Lichtvervuiling:

3.10.1.  Het gieten en verwerken van slak en vloeibaar staal kleurt ’s avonds en ’s nachts regelmatig rood. Dit heeft invloed op het slaapgedrag van mensen. Wij stellen dat er niet in de open lucht gegoten of op andere wijze met lichtgevende slak e.d. gewerkt mag worden. Het licht moet naar alle kanten afgeschermd zijn (dus ook naar de hemel).

3.10.2.  Het duingebied grenzend aan Corus/Multiserv is beschermd natuurgebied (aardkundig monument, Natura 2000). Lichtvervuiling (o.a. door gieten en verwerken van slak en vloeibaar staal) verstoort de natuur. Wij stellen dat er niet in de open lucht gegoten of op andere wijze met lichtgevende slak e.d. gewerkt mag worden. Het licht moet naar alle kanten afgeschermd zijn (dus ook naar de hemel)

3.11.             1.2.6 Ruwijzer gieten. Lichtvervuiling:

3.11.1.  Het gieten en verwerken van ruwijzer kleurt ’s avonds en ’s nachts regelmatig rood. Dit heeft invloed op het slaapgedrag van mensen. Wij stellen dat er niet in de open lucht gegoten of op andere wijze met lichtgevend ruwijzer e.d. gewerkt mag worden. Het moet licht afgeschermd zijn.

3.11.2.  Het duingebied grenzend aan Corus/Multiserv is beschermd natuurgebied (aardkundig monument, Natura 2000). Lichtvervuiling (o.a. door gieten en verwerken van ruwijzer) verstoort de natuur. Wij stellen dat er niet in de open lucht gegoten of op andere wijze met lichtgevend ruwijzer e.d. gewerkt mag worden. Het moet licht afgeschermd zijn.

3.12.             1.2.14 Bedrijfstijden:

3.12.1.  “Waren in de oude situatie de weekenden beschikbaar om stilstanden op te vangen, in de te vergunnen situatie zullen de nachtdiensten hiervoor noodzakelijk zijn”. Dit betekend dat in de weekenden ook overdag en ’s avonds meer (geluid) geproduceerd gaat worden en de hele week ’s nachts!. Dit is een duidelijke verslechtering van de huidige situatie en daar zijn wij het niet mee eens. Wij zijn van mening dat de vergunningverlener dit niet kan accepteren. Verandering van bedrijfssituatie kan alleen gepaard gaan met vermindering van milieubelasting (zoals geluid) en nooit met meer.

3.12.2.  “De consequentie van deze wijze van beoordelen is dat de meest luide bedrijfssituatie maar een beperkt aantal malen per jaar mag optreden” (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17) De meest luide bedrijfssituatie (productie overdag) mag dus niet 10 weken per jaar plaatsvinden zoals MultiServ stelt. Dit moet duidelijk in de vergunning verboden worden.

3.12.3.  “….is in de nachtperiode geen geluidruimte meer beschikbaar.)” (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17). Dus het is verboden om ’s nachts hetzelfde geluid te maken als overdag. De meest luide bedrijfssituatie (productie overdag) mag dus niet 10 weken per jaar plaatsvinden zoals MultiServ stelt. Dit moet duidelijk in de vergunning verboden worden.

3.12.4.  Brief van MultiServ aan G.S. 12-10-2006. aanvullingen op de revisievergunningsaanvraag. Opmerking gesteld door de provincie: “Onder 1.2.14 staat vermeld dat er additioneel 10 weken per jaar nachtdienst zal worden gedraaid, dit is niet inpasbaar in het geluidplaatje en moet worden verwijderd.”  Hier zijn wij het mee eens. Dit moet verwijderd worden uit de aanvraag en verboden worden in de vergunning.

3.12.5.  MultiServ neemt al meer geluidsruimte, b.v. het vervangen van een Excavator met bronvermogen van 109 dB(A) door één met een bronvermogen van 114,5 dB(A)! MultiServ wil deze machine ook ’s nachts gebruiken, dit is dan een verhoging van het geproduceerde geluid! (brief van MultiServ aan Gedeputeerde Staten d.d. 12-10-2006). Wij zijn van mening dat een hoger bronvermogen gepaard moet gaan met geluidwerende maatregelen zodat het geluid nooit meer maar juist minder zal worden.

3.12.6.  Wij zijn het niet eens met de redenatie dat nachten waarin de meest luide bedrijfssituatie gecompenseerd worden door nachten dat er een aanzienlijke lagere geluidsbelasting vanwege de inrichting optreedt. (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17) De nachten dat er minder geluid geproduceerd wordt heeft waarschijnlijk geen invloed op de totale geluidsbelasting van Wijk aan Zee (i.v.m. het geproduceerde geluid door Corus). Daarentegen heeft het extra geluid dat MultiServ produceert wel invloed op de totale geluidsbelasting op Wijk aan Zee. Van compensatie kan dan ook geen sprake zijn.

3.12.7.  Wij zijn het niet eens met de redenering dat “… de meest luide bedrijfsomstandigheden in de nachtperiode, weliswaar sprake is van een hogere geluidsbijdrage in de woonomgeving, maar dat deze bijdrage belangrijk lager is dan het heersende geluidniveau. Dit vanwege Corus. Om die reden zal de geluidsbelasting van de woningen niet merkbaar verhogen.” (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17).

3.12.7.1.      Multiserv maakt ander geluid dan Corus, waardoor (ook bij een lager geluidsniveau) het geluid merkbaar en herkenbaar is (en een verhoging dus ook merkbaar is). In de tekstbijlage van Heckett MultiServ d.d. 31-10-1997 blz. 31 staat het goed beschreven: “Op het terrein bevinden zich herkenbare geluibronnen zoals de MRP en de Gantrykranen” In de tekstbijlage van MultiServ d.d. mei 2005 blz. 45 is dit aangepast in “Op het terrein bevinden zich een groot aantal relevante geluibronnen zoals ….”. Wij zijn van mening dat elke verhoging van het geluid een herkenbare en merkbare geluidsbelasting zal opleveren en dat dit niet toegestaan mag worden.

3.12.7.2.      Geluidbelasting en beleving zijn afhankelijk van de continuïteit (repeterend of altijd aanwezig), frequenties, etc. Twee geluidsbronnen kun je dus niet zomaar optellen of wegstrepen (omdat de ene b.v. harder is dan de andere). Wij zijn van mening dat elke verhoging van geluid een hogere geluidbelasting betekend. Wij zijn van mening dat de geluidbelasting omlaag moet en niet omhoog.

3.13.             In voorschrift 4.19.1 staat vermeld dat er in bedrijfsituatie C 31 dB(A) van 23.00 tot 07.00 uur geproduceerd mag worden: dat is meer dan 28 dB(A), hiermee zij wij het niet eens.

3.14.             In voorschrift 4.19.1 staat vermeld dat er in bedrijfssituatie C 31 dB(A) van 23.00 tot 07.00 uur geproduceerd mag worden. Bedrijfssituatie C is met 4 beulkranen in bedrijf. MultiServ gaat er vanuit dat ze i.p.v. met 4 kranen een deel van het jaar, het hele jaar met 2 kranen ’s nachts mogen werken (akoestisch onderzoek nieuwe slakputten 15-2-2006. blz. 15). Met deze uitleg zijn wij het niet eens, volgens ons zal het effect zijn dat de 28 dB(A) grens overschreden zal worden (met als doel het oprekken/verleggen van deze grens). Tevens is de vergunningverlener het hiermee niet eens (zie alle uitspraken/citaten die dit onderschrijven). Dit moet dus duidelijk verboden worden in de vergunning. Zie ook bedenkingen bijlage 16

3.15.             In de tekstbijlage MultiServ 2005 blz.46 wordt gesteld: “De geluidemissies ten gevolge van noodzakelijke veiligheidssignalen zijn in het overzicht niet opgenomen en worden niet in de geluidsimmisie betrokken”. Wij zijn het hier niet mee eens. Veiligheidssignalen produceren een hoge geluidsbelasting en zijn zo ontworpen dat ze juist heel herkenbaar en merkbaar zijn. Ze moeten dan ook in de vergunning meegenomen worden en mogen geen overschrijding van de normen veroorzaken! Als dit wel het geval is dan moeten er andere (veiligheids-) maatregelen genomen/verplicht worden (Corus heeft al veel yodalarmen aangepast/vervangen om juist de overlast van deze signalen, met name ’s nachts, te verlagen). Als het veiligheidssignaal onderdeel is van normale bedrijfsvoering (b.v. een shovel die achteruit rijd maakt een yodalarm), dan mag dat nooit een reden zijn om de normen te overschrijden. Aanvullend: ’s nachts mogen ook veiligheidssignalen die tijdens normale bedrijfsvoering gemaakt worden niet boven 28 dB(A) komen (b.v. een shovel die achteruit rijd of een trein die gaat rijden).

3.16.             2.1 Materialen uit het hoogovenproces:

3.16.1.  De samenstelling van de door MultiServ te verwerken afvalstoffen: In de vergunning moet staan dat de exacte samenstelling van de te verwerken afvalstoffen altijd bekend moet zijn. Deze samenstelling moet in de tekstbijlage staan (2.2.5 ontzwavelingsslak samenstelling ontbreekt!)

3.16.2.  Het moet bekend zijn wat de milieueffecten zijn van hetgeen vrij kan komen. Bv SiO2 en Al2O3. deze kunnen waarschijnlijk bij hoge temperatuur omgevormd worden tot een kankerverwekkende stof. Dit moet vermeld worden in de vergunning.

3.16.3.  Vrij komen van gezondheidsbedreigende stoffen moet zoveel mogelijk beperkt/verboden worden.

3.17.             2.2.5 ontzwavelingsslak. Samenstelling ontbreekt.

3.18.             6.1.2 Beschrijving terrein ten aanzien van akoestische aspecten: In de Tekstbijlage Multiserv mei 2005 blz. 45 wordt verwezen naar bijlage 15 en 16 en wordt tegelijk gesteld dat deze geen deel uitmaken van de aanvraag. Wij stellen dat dit onmogelijk is: De informatie dient ter ondersteuning van de aanvraag van MultiServ, maar omdat het geen onderdeel uitmaakt van de aanvraag kan commentaar op deze bijlagen als niet relevant opzij geschoven worden! Wij zijn van mening dat ook op deze bijlagen (en eventueel andere documenten waarnaar wel verwezen wordt, maar “geen deel uitmaken van de aanvraag” ) commentaar gegeven moet kunnen worden en dat dit behandeld moet worden als zijnde deel van de aanvraag.

3.19.             6.1.4 Geluidsmissie t.g.v. MultiServ:

3.19.1.  Wij zijn het niet eens met het gegoochel van de verschillende bedrijfssituaties en dat dat ruimte zou geven voor meer geluid. Zie ook opmerkingen gesteld bij 1.2.14 Bedrijfstijden en alle andere opmerkingen in dit bedenkingen document.

3.19.2.  ’s Nachts mag het geluid nooit hoger zijn dan de vergunde 28 dB(A) (ook niet volgens de provincie: zie: “Er is geen ruimte voor geluid ’s nachts hoger dan 28 dB (A) (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17)”.

3.19.3.  Het gegoochel met cijfers en gemiddelden heeft volgens ons alleen tot doel de grenzen op te rekken. Wij zijn het hier niet mee eens. Uitgangspunt is en moet zijn: de geluidsbelasting mag niet hoger worden (b.v. ’s nachts niet hoger dan 28dB(A)).

3.19.4.  Wij zijn van mening dat elke verhoging van geluidsproductie verboden moet worden (Wijk aan Zee wordt al zwaar belast en er kan al niet voldaan worden aan de “normale” wetgeving op geluidsgebied. Het principe dat een te hoog afgegeven MTG waarde (waar dan nog “ruimte ” in zou zitten) reden zou zijn om meer geluid te mogen gaan produceren is tegen elk principe van redelijkheid en moet verboden worden in de vergunning.

3.19.5.  Wij zijn het niet eens met de redenatie dat “… de meest luide bedrijfsomstandigheden in de nachtperiode, weliswaar sprake is van een hogere geluidsbijdrage in de woonomgeving, maar dat deze bijdrage belangrijk lager is dan het heersende geluidniveau. Dit vanwege Corus. Om die reden zal de geluidsbelasting van de woningen niet merkbaar verhogen.” (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17).

3.19.5.1.      Multiserv maakt ander geluid dan Corus, waardoor (ook bij een lager geluidsniveau) het geluid merkbaar en herkenbaar is (en een verhoging dus ook merkbaar is). In de tekstbijlage van Heckett MultiServ d.d. 31-10-1997 blz. 31 staat het goed beschreven: “Op het terrein bevinden zich herkenbare geluibronnen zoals de MRP en de Gantrykranen” In de tekstbijlage van MultiServ d.d. mei 2005 blz. 45 is dit aangepast in “Op het terrein bevinden zich een groot aantal relevante geluibronnen zoals ….”. Wij zijn van mening dat elke verhoging van het geluid een herkenbare en merkbare geluidsbelasting zal opleveren en dat dit niet toegestaan mag worden.

3.19.5.2.      Geluidbelasting en beleving zijn afhankelijk van de continuïteit (repeterend of altijd aanwezig), frequenties, etc. Twee geluidsbronnen kun je dus niet zomaar optellen of wegstrepen (omdat de ene b.v. harder is dan de andere). Wij zijn van mening dat elke verhoging van geluid een hogere geluidbelasting betekend. Wij zijn van mening dat de geluidbelasting omlaag moet en niet omhoog.

3.19.5.3.      Een hogere geluidsbelasting is niet inpasbaar (ook niet volgens de provincie: zie: “Er is geen ruimte voor geluid ’s nachts hoger dan 28 dB(A) (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17)”.   

3.19.6.  6.1.4 geluidsimmisie. T.g.v. MultiServ Tabel 6.1.4. Volgens deze tabel zal de geluidsbelasting door MultiServ in de toekomst afnemen t.o.v. de huidige situatie, terwijl er juist meer geluidsruimte gevraagd wordt! Zie alle andere opmerkingen in dit bedenkingen document over gegoochel met cijfers en begrippen. Als we deze tabel als waarheid aannemen, dan moet dus elke verwijzing naar en verhoging van de “geluidsruimte”  uit de aanvraag en ontwerpvergunning verwijderd worden. Hier zijn wij het mee eens. De vergunning dient hier aangepast te worden. 

3.19.7.  6.1.4 Geluidsimmisie. T.g.v. MultiServ veiligheidssignalen. In de tekstbijlage MultiServ 2005 blz.46 wordt gesteld: “De geluidemissies ten gevolge van noodzakelijke veiligheidssignalen zijn in het overzicht niet opgenomen en worden niet in de geluidimmissie betrokken”. Wij zijn het hier niet mee eens. Veiligheidssignalen produceren een hoge geluidsbelasting en zijn zo ontworpen dat ze juist heel herkenbaar en merkbaar zijn. Ze moeten dan ook in de vergunning meegenomen worden en mogen geen overschrijding van de normen veroorzaken! Als dit wel het geval is dan moeten er andere (veiligheids-) maatregelen genomen/verplicht worden (Corus heeft al veel yodalarmen aangepast/vervangen om juist de overlast van deze signalen, met name ’s nachts, te verlagen). Als het veiligheidssignaal onderdeel is van normale bedrijfsvoering (b.v. een shovel die achteruit rijd maakt een yodalarm), dan mag dat nooit een reden zijn om de normen te overschrijden.      

3.20.             6.3.1.2 Branden in de openlucht. Hier moet nog een jaaropgaaf gegeven worden voor PM10. Wij zijn het niet eens met de stelling dat onbekend is hoeveel er in de openlucht gebrand gaat worden want in 2.2.4 Beren wordt een maximum opgevoerd en in 2.3.2 voor wals en schrotrollen ook.

 

 

4.    Bijlage 15 van tekstbijlage MultiServ actuele bedrijfsvoering voor een staalproductie van 8mio ton/jr. geluidrapport; R052641abA2.tc d.d. 9-2-2005

Opmerking: als bedenkingen niet mogelijk zijn op deze “niet bij de aanvraag behorende maar wel op gebaseerde” bijlage, dan hebben de onderstaande bedenkingen betrekking op de documenten die wel bij de aanvraag behoren en op de ontwerpvergunning met alle bijbehorende documenten.

4.1.  MTG overschrijding: (blz. 3, 16 en 18) MultiServ geeft aan dat op punt 19 (de meest nabijgelegen MTG-woning in Wijk aan Zee) Lamax 59 dB(A) zal zijn. Dit is hoger dan de MTG waarde! Dit is niet toegestaan en er moeten geluidsmaatregelen genomen worden.

 

 

 


5.    Bijlage 16 van tekstbijlage MultiServ akoestisch onderzoek nieuwe slakputten

Opmerking: als bedenkingen niet mogelijk zijn op deze “niet bij de aanvraag behorende maar wel op gebaseerde” bijlage, dan hebben de onderstaande bedenkingen betrekking op de documenten die wel bij de aanvraag behoren en op de ontwerpvergunning met alle bijbehorende documenten. Geen van de onderstaande bedenkingen zal daarmee vervallen.

 

Bedenkingen:

5.1.  Er staan verschillende “akoestisch onderzoek nieuwe slakputten” documenten op de CD behorende bij de aanvraag/ontwerp vergunning. Welke behoort bij de aanvraag? De andere zijn daarmee vervallen?

5.2.  Wij gaan uit van R052641abA3.tc1 d.d. 15-2-2006, indien de andere ook bij de aanvraag horen, behouden wij het recht daar later ook nog bedenkingen op in te dienen.

5.3.  Brief van LBP aan MultiServ d.d. 9-10-2006 betreffende excavators: zijn vervangen door installaties met een hogere bronbelasting (5,5 dB (A) hoger!). Wij zijn van mening dat elke verhoging uitgesloten moet worden en dat bij vervangen van installaties maatregelen genomen moet worden om op gelijk, maar beter nog, op een lagere bronbelasting uit te komen.

5.4.  Akoestisch onderzoek nieuwe slakputten 15-2-2006. vervangende tabel 2.2: De installatie delen waarbij in de nacht een “dwarsstreepje” in de tekst staat, staan dus ’s nachts altijd buiten bedrijf! Dit vermelden in de vergunning. (in vorige versies van deze tabel staan namelijk wel getallen).

5.5.  Samenvatting blz. 3: “In situatie A is het …..te hebben”:

5.5.1.    ’s nachts mag het geluid nooit hoger zijn dan de vergunde 28 dB(A) (ook niet volgens de provincie: zie: “….is in de nachtperiode geen geluidruimte meer beschikbaar.)” (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17)”.

5.5.2.    Het gegoochel met cijfers en gemiddelden heeft volgens ons alleen tot doel de grenzen op te rekken. Wij zijn het hier niet mee eens. Uitgangspunt is en moet zijn: de geluidsbelasting mag niet hoger worden (b.v. ’s nachts niet hoger dan 28dB(A)).

5.6.  Samenvatting blz. 3: “De geluidsimmisie …rond industrieterrein IJmond ligt”.

5.7.  Wij zijn van mening dat elke verhoging van geluidsproductie verboden moet worden (Wijk aan Zee wordt al zwaar belast en er kan al niet voldaan worden aan de “normale” wetgeving op geluidsgebied. Het principe dat een te hoog afgegeven MTG waarde (waar dan nog “ruimte ” in zou zitten) reden zou zijn om meer geluid te mogen gaan produceren is tegen elk principe van redelijkheid en is niet toegestaan.

5.8.  Wij zijn het niet eens met de redenatie dat “… de meest luide bedrijfsomstandigheden in de nachtperiode, weliswaar sprake is van een hogere geluidsbijdrage in de woonomgeving, maar dat deze bijdrage belangrijk lager is dan het heersende geluidniveau. Dit vanwege Corus. Om die reden zal de geluidsbelasting van de woningen niet merkbaar verhogen.” (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17).

5.8.1.    Multiserv maakt ander geluid dan Corus, waardoor (ook bij een lager geluidsniveau) het geluid merkbaar en herkenbaar is (en een verhoging dus ook merkbaar is). In de tekstbijlage van Heckett MultiServ d.d. 31-10-1997 blz. 31 staat het goed beschreven: “Op het terrein bevinden zich herkenbare geluibronnen zoals de MRP en de Gantrykranen” In de tekstbijlage van MultiServ d.d. mei 2005 blz. 45 is dit aangepast in “Op het terrein bevinden zich een groot aantal relevante geluibronnen zoals ….”. Wij zijn van mening dat elke verhoging van het geluid een herkenbare en merkbare geluidsbelasting zal opleveren en dat dit niet toegestaan mag worden.

5.8.2.    Geluidbelasting en beleving zijn afhankelijk van de continuïteit (repeterend of altijd aanwezig), frequenties, etc. Twee geluidsbronnen kun je dus niet zomaar optellen of wegstrepen (omdat de ene b.v. harder is dan de andere). Wij zijn van mening dat elke verhoging van geluid een hogere geluidbelasting betekend. Wij zijn van mening dat de geluidbelasting omlaag moet en niet omhoog.

5.8.3.    Een hogere geluidsbelasting is niet inpasbaar (ook niet volgens de provincie: zie: “Er is geen ruimte voor geluid ’s nachts hoger dan 28 dB(A) (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17)”.  

5.9.  Samenvatting blz.3: “…Alara-principes…” volgens ons wordt niet voldaan. De vergunningverlener moet hier kritisch onderzoek naar doen en de maatregelen in de vergunning verplicht stellen.

5.10.             2.2.2 Toekomstige situatie: nieuwe slakputten. Blz. 8: De treinen die de pannen moeten aan en afvoeren zijn een nieuwe geluidsbron deze zijn niet meegenomen in de aanvraag? Deze behoren bij deze aanvraag en niet in die van Corus omdat de treinen op het bedrijfsterrein van MultiServ rijden. Deze treinen gaan volgens de aanvraag 24 uur per dag rijden? De totale geluidsbelasting mag hiermee niet omhoog gaan (’s nachts niet boven 28 dB(A) komen) en er moet aandacht gegeven worden aan de veiligheidssignalen (zodat deze met name ’s nachts niet boven 28 dB(A) komen) 

5.11.             2.2.2 Toekomstige situatie: nieuwe slakputten. Blz. 8: Gantry kranen: Het gebruik van deze kranen (ook ’s nachts) en het verhogen van productie mag niet tot gevolg hebben dat de geluidsbelasting toeneemt.

5.12.             MultiServ stelt dat ze “totaal gedurende 10 weken per jaar ’s nachts dezelfde productie mag maken als overdag, met de daarbij horende geluidsniveaus” (akoestisch onderzoek nieuwe slakputten 15-2-2006. Blz. 10).

5.12.1.  “….is in de nachtperiode geen geluidruimte meer beschikbaar.)” (ontwerpbeschikking d.d. 28-3-2008 blz. 17). Dus het is verboden om ’s nachts hetzelfde geluid te maken als overdag.

5.12.2.  Brief van MultiServ aan G.S. d.d. 12-10-2006. aanvullingen op de revisievergunningsaanvraag. Opmerking gesteld door de provincie: “Onder 1.2.14 staat vermeld dat er additioneel 10 weken per jaar nachtdienst zal worden gedraaid, dit is niet inpasbaar in het geluidplaatje en moet worden verwijderd.”  Hier zijn wij het mee eens. Dit moet verwijderd worden uit de aanvraag en verboden worden in de vergunning.

5.13.             Tabel 3.1: de rekenresultaten tonen aan dat het aangevraagde de grenswaarde van de vergunning overschrijdt. Dit moet dus verboden worden.

5.14.             Blz. 14 “…Ten aanzien van de hogere geluidsbelasting in de dag- en avondperiode….worden aangevraagd”. Wij zijn het niet eens met het inpasbaar zijn van het geluid met name in de avond periode (zie de andere opmerkingen hierover in dit document).

 

 

5.15.             Blz. 14 en 15: de verschillende bedrijfssituaties, en het “overlap” principe wat hier gesteld wordt (blz. 15). Vanuit het idee van MultiServ dat ze 10 weken per jaar net zoveel geluid mogen maken als overdag volgt een redenering dat ze dus ook het hele jaar met 2 beulkranen 24 uur per dag mogen werken plus alle andere installaties die ook meer en langer in bedrijf zullen zijn ’s nachts en in de weekeinden. Hier zijn wij het niet mee eens. Dit is goochelen met cijfers en begrippen met als enige doel de grenswaarden op te rekken. Dit kan en mag de vergunningsverlener niet goedkeuren. De geluidsbelasting mag nooit hoger worden. “s nachts mag b.v. de geluidsbelasting niet hoger zijn dan 28 dB(A). Als MultiServ meer of anders wil gaan produceren moet het maatregelen treffen om een verhoging van de geluidsbelasting tegen te gaan, sterker nog om deze omlaag te brengen.

 

 

 

 

Namens het bestuur van de stichting Dorpsraad Wijk aan Zee,

 

 

Jan Budding, voorzitter

 

 

Douwe Buwalda, secretaris

bedenkingen Dr op STAB-rapportage

Raad van State

Afdeling bestuursrechtspraak

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

                                                            

 

Uw kenmerk:

200701617/1/M1

 

 

Behandeld door:

D.Buwalda, Stichting Dorpsraad Wijk aan Zee, Dorpsduinen 4, 1949 EG

Wijk aan Zee 

 

Onderwerp:

Reactie van de Stichting Dorpsraad Wijk aan Zee op het rapport van

6 november 2007 van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (verder: StAB) over de Milieuvergunning van Corus Staal BV te Velsen-Noord 

 

Datum

Wijk aan Zee, 3 december 2007

 

 

Hoogedelgestrenge Dames en Heren,

 

Wij hebben onze opmerkingen en kanttekeningen als volgt ingedeeld:

  • Algemeen
  • Hoogte van de emissies en de imissies
  • BBT en andere maatregelen
  • Specifieke emissies
  • Samenvatting en conclusies

 

Algemeen

 

Allereerst onze hartelijke dank voor het toezenden van het zeer gedegen rapport StAB/3778/H. In het rapport zien wij veel van onze bevindingen bevestigd. Uit ons beroepschrift en de daarbij meegezonden stukken mag dat voldoende blijken.

 

Toch maken wij gebruik van de gelegenheid om op het rapport van StAB te reageren.

 

In algemene zin merken wij op, dat ook het rapport van StAB (blz. 3) nog steeds uitgaat van een vermindering van de productie bij Corus van 9 mln. naar 8 mln. ton staal per jaar. Het tegendeel is waar. Het gaat om het opvoeren van de productie van circa 7,5 mln. naar 8 mln. ton. Het volume van 9 mln. ton staal per jaar is ooit vergund en het is kennelijk ook in de bestreden milieuvergunning doorgedrongen en zo in het StAB-rapport terechtgekomen.

.

 

Hoogte van emissies en immissies

 

6.1.1.1 Hoogte van de emissies

 

Corus stoot een enorme hoeveelheid zware metalen uit, zoals blijkt uit het overzicht op blz. 11 van het StAB rapport. Het staalbedrijf voldoet bij de huidige kwaliteit van de ertsen al niet aan NeR-waarden. Zie op pagina 12 de waarden voor Arseen (As) bij de Pelletfabriek en de waarden voor Cadmium (Ca) Chroom (Cr) en Lood (Pb) bij de Sinterfabriek.

 

De uitstoot van Kwik (Hg) bereikte in 2005 een totaal van 207 kg. Dat correspondeert redelijk met het huidige productievolume van circa 7,5 mln. ton staal per jaar. Nu de productie in de komende jaren stijgt naar 8 mln. ton staal per jaar zou een uitstoot van 221 kg per jaar in de lijn der verwachting liggen. De doelemissie van VROM, die 450 kg bedraagt, blijkt dan al geen verband meer te houden met enige feitelijke toestand.

 

In het worst case scenario dat Corus op pagina 11 naar voren brengt, zou een slechtere kwaliteit van ertsen in de toekomst een verruiming van de uitstootnorm noodzakelijk maken. Wij zien daar weinig anders in dan een vrijbrief om  het milieu naar (bedrijfseconomische) behoefte vrijwel onbeperkt te mogen vervuilen.    

 

Maar bij een onbepaalde verruiming van de uitstootnorm blijft het ook al niet. Het is op geen enkele manier te begrijpen of aannemelijk te maken, dat Corus erom vraagt een kwikuitstoot te vergunnen van 600 kg (!) en dat de vergunde emissie uiteindelijk 639 kg (!) mag belopen.

 

De Dorpsraad is van mening, dat de vergunde waarden nooit meer mogen zijn dan de emissies, die de actuele productie van circa 7,5 mln. ton staal per jaar met zich meebrengt. Stijgt de productie dan zullen afdoende maatregelen de milieueffecten van de opgevoerde productie volledig moeten compenseren.

 

Het is in onze ogen onaanvaardbaar, zo goed als het naar onze mening onbegrijpelijk is, dat Corus op milieugebied slechter mag presteren bij het opvoeren van zijn productie. Dat staat in een schrille tegenstelling tot de inspanningen op alle niveaus om de emissies terug te dringen. Met name: de inspanningen op het niveau van de EU, de Lid-Staten en de lagere overheden.

 

6.1.1.6 Immissies

 

Wat de Dorpsraad betreft, had de Habitattoets reeds moeten plaats vinden voor het noordelijk deel van Zuid-Kennemerland. En wel voordat de bestreden milieuvergunning werd verstrekt. Het is niet gebeurd en dat is in strijd met de bepalingen van de Habitatrichtlijn en de Nederlandse wettelijke regelingen, die daarvan zijn afgeleid.

 

Voor de nog niet als Natura-2000 aangewezen gebieden, die wel als zodanig genomineerd zijn, geldt het voorzorgbeginsel. Het achterwege laten van de Habitattoets en zelfs van de zogenoemde voortoets voor deze gebieden doet onvoldoende recht aan het voorzorgbeginsel. Ook dat is in strijd met de geldende wettelijke habitatregelgeving.

 

Wij lezen op blz. 19 van het rapport (en ook in de samenvatting op blz. 21):

 ‘Gezien de dalende tendens voor de emissies van stof, ligt het echter wel in de lijn der verwachting dat ook voor de emissies van zware metalen sprake zal zijn van een afname van de emissies’.

 

Deze verwachting is onvoldoende hard. Niet alleen als onderbouwing van de bestreden milieuvergunning deugt hij niet. Ook biedt de verwachting te weinig zekerheid, waar de wettelijke habitatregelingen volstrekte zekerheid eisen. Met name waar het gaat om de rechtstreekse werking van een plan of project (op te vatten als een geheel van activiteiten) in de nabijheid van een Natura-2000 gebied, of het nu is aangewezen of dat het is genomineerd. Vast moet staan hoe significant die rechtstreekse werking zal zijn. En deze significantie laat zich naar het oordeel van het Europese Hof van Justitie slechts vaststellen aan de hand van de beste wetenschappelijke kennis. 

 

De verwachting op blz.19 (resp. blz. 21) onttrekt aan het zicht wat de feitelijke invloed is van de deposities van verzurende stoffen, zware metalen, PAK’s, en dioxines. Zo blijft de schadelijke werking van deze deposities op het milieu en op de gezondheid van de mensen in de omgeving van Corus verborgen. Ook zal deze schadelijke werking onvoldoende vatbaar zijn voor redelijke controle en beheersing. Uit het oogpunt van bescherming van het milieu en de gezondheid is dat onaanvaardbaar.

 

De emissie van fijn stof bij Corus en de immissie daarvan in de omgeving ligt thans hoger dan de geldende normen toestaan. Daarom moet deze emissie omlaag.

 

 

 

 

 

 

 

BBT en andere maatregelen

 

6.1.2.1.3 BBT-niveau Hogedrukwasser Sinterfabriek

 

De Sinterfabriek is op het terrein van Corus een van de grootste emissiebronnen van fijn stof en zware metalen. In het worst case scenario geeft Corus zelf al aan in welke overstelpende omvang de uitstoot van zware metalen kan toenemen bij het eventueel gebruik van slechte ertsen in de toekomst.(zie blz. 11 van het rapport)

 

Corus voldoet aan de BREF-norm. Maar dat is dan wel een norm die is gebaseerd op inzichten die 10 jaar oud zijn.(blz.74). Nu niet bepaald ‘de laatste stand der techniek’ ofwel de best beschikbare techniek (BBT).

 

Het ‘bypassen’ van ongereinigde rookgassen kan ook al niet als BBT gelden (blz. 28)

 

Volgens een onderzoek van Tebodin (blz. 26) geldt de toepassing van doekfilters niet als kosteneffectief. StAB stelt daartegenover dat in het onderzoek gerekend is met een verouderde waarde voor kosteneffectiviteit. Om die reden dringt StAB naar onze mening terecht aan op nieuw onderzoek (blz. 27). In dit verband is het van belang, dat uit de BREF IJzer en Staal naar voren komt, dat een Duitse sinterfabriek doekfilters toepast. 

 

In al de hier genoemde gevallen kan de verplichte toepassing van doekfilters leiden tot een beduidende vermindering van de emissies van zware metalen en fijn stof.

  • Met het gebruik van een doekfilter zal de emissie van fijn stof afnemen met de factor 8. Reductie van fijn stof uitstoot staat gelijk aan een even grote vermindering van de emissie van zware metalen (blz. 26).
  • Bij dioxinen, waarvoor een verplichting tot minimalisatie bestaat, kan het verwijderingrendement tot 98-99,6% oplopen, aldus de BREF voor IJzer en Staal.
  • De BREF heeft een Europese werkingsfeer. Het valt dan ook niet goed in te zien, waarom toepassing van doekfilters wel in een Duitse staalfabriek en niet bij de IJmuidense vestiging van het Brits-Nederlandse staalconcern Corus mogelijk zou zijn.

 

De Dorpsraad is van mening, dat om bovenstaande redenen de bestreden vergunning het gebruik van doekfilters moet voorschrijven.

 

Wij merken in dit verband opnieuw op, dat de emissie van fijn stof bij Corus en de immissie daarvan in de omgeving thans hoger ligt dan de geldende normen toestaan. Daarom moet deze emissie omlaag.

 

6.1.2.2. Onderzoeken naar stofreductie

 

Voor StAB viel niet goed na te gaan hoe de eventuele afname van de stofemissie zich precies vertaalt in de optredende immissie-concentraties rondom Corus (blz.35)

Dus is het niet zomaar aan te nemen dat een lagere emissie tevens leidt tot een lagere immissie in Wijk aan Zee.

 

Hieruit volgt, naar de mening van de Dorpsraad, dat het bevoegd gezag de stofreductie had moeten onderzoeken, voorafgaand aan het verlenen van de bestreden vergunning (blz. 32). Nu dient dat alsnog te gebeuren en wel zo spoedig mogelijk, zodat de resultaten tot aangescherpte vergunningsvoorwaarden zullen leiden.

 

6.1.2.4. De omvang van de stofemissie en de immissie van fijn stof

 

De StAB schrijft in het rapport op blz. 35: ‘Dat nog wel gedurende meerdere jaren sprake zal zijn van een overschrijding van de norm’. En dan gaat de StAB nog uit van een aftrek voor zeezout. Wij tekenen hierbij aan, dat de aftrek van zeezout  alleen van belang is in verband met bouwen en niet bij de beoordeling van gezondheids-aspecten. Om die reden laten de GGD’s deze aftrek nog steeds buiten hun berekeningen.

 

Een verplichting tot verdere reductie is hier beslist op zijn plaats. De bevoegde autoriteit moet de geconstateerde overschrijding namelijk onmiddellijk (doen) beëindigen! Wij zijn dan ook van mening, een eind moet komen aan de overschrijding van de norm. Dat voorschrift moet een plaats krijgen in de bestreden vergunning. Dit ingrijpen is rechtstreeks relevant voor de gezondheid van de bewoners in de ruime omgeving van Corus en verdraagt daarom geen uitstel.

 

Specifieke emissies

 

6.1.3 Dioxinen en furanen

 

‘Dioxinen zijn op grond van de NeR ingedeeld als extreem risicovolle stof (ERS)’, schrijft de StAB op blz. 41. Voor deze stoffen geldt een verplichting tot minimalisatie, staat op blz. 42. Om deze reden kan van een verruiming van de uitstoot nimmer sprake zijn, want in strijd met de geldende wet- en regelgeving.

 

De dioxinen komen bij Corus in het milieu bij onderdelen van het productieproces, onderscheidenlijk bij bepaalde installaties. De StAB plaatst opmerkingen bij de Sinterfabriek (blz. 42) de Hogedrukwasser van de Sinterfabriek (blz. 74), de Pelletfabriek (blz. 42) en bij het mee- en terugstoken van afvalstromen (blz. 43).

 

Een passage op blz. 74 verdient hier bijzonder aandacht, de StAB schrijft daar: ‘Uit de BREF blijkt ook, dat dit (doek)filter tevens een goede invulling zou zijn voor de minimalisatieverplichting voor dioxinen (verminderingsrendement 98-99,6%)’.

 

In al de genoemde gevallen had onderzoek naar de reductie van de uitstoot moeten voorafgaan aan de vaststelling van de bestreden vergunning. Nu dit onderzoek achterwege is gebleven, moet het alsnog zo spoedig mogelijk plaats vinden opdat de uitkomsten alsnog een plaats krijgen in de nieuwe versie van de herziene revisievergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek geldt, dat het volledig moet zijn (blz. 63 tot en met 67)

 

 

6.1.4. Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s)

 

‘PAK’s zijn op grond van de NeR  ingedeeld als stof in de klasse MVP1, waarvoor een minimalisatie verplichting geldt’, dat schrijft de StAB op blz. 45. De vergunde waarde mag niet hoger zijn dan gesteld in de NeR (blz. 47). Op blz. 46 schrijft de StAB; ‘Dat doekfilters de vergunde uistoot van stof verminderen bij de Sinterfabriek en daarmee de uitstoot van PAK’s, aangezien deze aan stof gebonden zijn’. De EU-richtlijn voor de PAK-tracer B(a)P is nog steeds niet in de Nederlandse wetgeving van kracht, omdat de 4de Dochterrichtlijn niet is geïmplementeerd.

 

Vast staat, dat van de verruiming van de PAK-emissie, zoals die in de bestreden vergunning aan Corus is toegekend geen sprake kan zijn, want in strijd met de geldende wet- en regelgeving. De waarden moeten naar beneden op grond van de minimalisatieplicht. Hoe ver dat van de werkelijkheid af staat, blijkt uit de jaarresultaten van het B(a)P meetstation bij de Banjaert te Wijk aan Zee. Jaar op jaar geeft dat station en overschrijding te zien van de streefwaarde voor deze PAK-tracer (gerelateerd aan de EU-richtlijn.)

 

Voor het overige herhalen wij hier onze opmerking, dat onderzoek naar de uitstoot vooraf had moeten gaan aan de vaststelling van de bestreden vergunning. Nu dit onderzoek achterwege is gebleven, moet het zo spoedig mogelijk plaats vinden, opdat de uitkomsten alsnog een plaats krijgen in de nieuwe versie van de herziene revisievergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek geldt, dat het volledig moet zijn (blz. 63 tot en met 67)

 

 

 

 

 

 

 

 

6.1.7 Zwaveldioxide (SO2)

 

In plaats van het vergunnen van een verruiming voor zwaveldioxide, had hier een vermindering opgelegd moeten worden.


Voor het overige herhalen wij hier onze opmerking, dat onderzoek naar de uitstoot vooraf had moeten gaan aan de vaststelling van de bestreden vergunning. Nu dit onderzoek achterwege is gebleven, moet het zo spoedig mogelijk plaats vinden, opdat de uitkomsten alsnog een plaats krijgen in de nieuwe versie van de herziene revisievergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek geldt, dat het volledig moet zijn (blz. 63 tot en met 67)

 

6.1.9 Waterstofsulfide (H2S)

 

In plaats van het vergunnen van een verruiming voor Waterstofsulfide, had hier een vermindering opgelegd moeten worden.


Voor het overige herhalen wij hier onze opmerking, dat onderzoek naar de uitstoot vooraf had moeten gaan aan de vaststelling van de bestreden vergunning. Nu dit onderzoek achterwege is gebleven, moet het zo spoedig mogelijk plaats vinden, opdat de uitkomsten alsnog een plaats krijgen in de nieuwe versie van de herziene revisievergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek geldt, dat het volledig moet zijn (blz. 63 tot en met 67)

 

Wij merken in dit verband op, dat de emissie van Waterstofsulfide bij Corus thans hoger ligt dan de geldende normen toestaan. Daarom moet deze emissie omlaag.

 

6.2 Geluid

 

 Corus krijgt een hogere norm vergund voor geluid dan het bedrijf nodig heeft in de avonduren.

 

Voor de avond- en de nachturen moet Corus de verplichting opgelegd krijgen om het geluid te verminderen en onderzoek te doen naar verdergaande vermindering van geluid. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Samenvatting en conclusies

 

Samenvatting

 

  1. Het rapport van StAB (blz. 3) gaat nog steeds uit van een vermindering van de productie  bij Corus van 9 mln. naar 8 mln. ton staal per jaar. Het tegendeel is waar. Het volume van 9 mln. ton staal per jaar is ooit vergund en het is kennelijk tot de bestreden milieuvergunning doorgedrongen en zo in het StAB-rapport terechtgekomen

 

  1. Het gaat om het opvoeren van de staalproductie van circa 7,5 mln. naar 8 mln. ton.

 

  1. De Dorpsraad is van mening, dat de vergunde waarden nooit meer mogen zijn dan de emissies, die de actuele productie van 7,5 mln ton staal per jaar met zich meebrengt. Stijgt de productie dan zullen afdoende maatregelen de milieu-effecten van de meerproductie volledig moeten compenseren.

 

  1. De aanname omtrent de dalende tendens van stofemissies onttrekt aan het zicht wat de feitelijke invloed is van de deposities van verzurende stoffen, zware metalen, PAK’s, en dioxines. Zo blijft de schadelijke werking van deze deposities op het milieu en op de gezondheid van de mensen in de omgeving van Corus verborgen. Ook zal deze schadelijke werking onvoldoende vatbaar zijn voor redelijke controle en beheersing. Uit het oogpunt van bescherming van het milieu en de gezondheid is dat onaanvaardbaar.

 

  1. Verplichte toepassing van doekfilters leidt tot een vermindering van de emissie van fijn stof met de factor 8. Hetzelfde geldt voor de emissie van zware metalen (blz. 26).Verplicht gebruik van doekfilters leidt bij dioxinen, waarvoor een verplichting tot minimalisatie bestaat, tot een verwijderingrendement dat tot 98-99,6% kan oplopen, aldus de BREF voor IJzer en Staal. De Dorpsraad is van mening, dat om bovenstaande redenen de bestreden vergunning het gebruik van doekfilters moet voorschrijven.

 

  1. Voor de immissie van fijn stof is een verplichting tot verdere reductie beslist op zijn plaats omdat aan dit stof de PAK’s zijn gebonden en hun tracer B(a)P. Het meetstation bij de Banjaert te Wijk aan Zee geeft jaar op jaar een overschrijding te zien voor B(a)P. De bevoegde autoriteit moet de geconstateerde overschrijding direct (doen) beëindigen! Dat voorschrift moet een plaats krijgen in de bestreden vergunning. Dit ingrijpen, is rechtstreeks relevant voor de gezondheid van de bewoners in de ruime omgeving van Corus en verdraagt daarom geen uitstel.

 

 

Conclusies

 

  1. De Dorpsraad is van mening, dat van een verruiming van de vergunde waarden geen sprake kan zijn. De vergunde waarden moeten strikt gebonden worden aan de huidige productie van circa 7,5 miljoen ton staal per jaar.

 

  1. Ook al zullen bepaalde waarden een binding krijgen met de huidige productie, dan nog moet een vermindering van de emissie opgelegd worden, indien voor deze emissies een minimalisatie verplichting geldt.

 

  1. De opvoering van de staalproductie tot 8 miljoen ton staal per jaar moet volledig gecompenseerd worden met afdoende milieumaatregelen, zodat de meerproductie milieuneutraal zal zijn.

 

  1. Voor zolang de voorbereiding, uitvoering en verwerking van de noodzakelijke onderzoeken zal duren, wordt de werking van de bestreden milieuvergunning opgeschort waar deze correspondeert met de onderwerpen van onderzoek. Alsdan geldt een emissieplafond voor de productie van maximaal 7,5 miljoen staal per jaar waarvoor dan de actuele wet- en regelgeving onverkort geldt, alsmede de richtlijnen BBT en BREF.    

 

  1. Alvorens het tot een vaststelling van een nieuwe versie van de herziene revisievergunning kan komen, moet de cumulatie van alle vergunde emissies berekend worden. Een en ander volgens de regel, dat het geheel nu eenmaal altijd meer is dan de som der delen.

 

 

Namens het bestuur van de stichting Dorpsraad Wijk aan Zee,

 

Hoogachtend,

 

 

Jan Budding, voorzitter,

 

 

 

Douwe Buwalda, waarnemend secretaris,

luchtkwaliteit provincie digitaal

De luchtkwaliteit is te downloaden op de volgende site:

www.luchtmetingen.noord-holland.nl