Grof stof rapport Dorpsraad Wijk aan Zee, werkgroep Milieu, 24-05-2004
Inleiding
In Wijk aan Zee wordt aljarenlang zwart stof op vensterbanken, wasgoed en auto’s aangetroffen.Vervelend was altijd de gedachte maar meer ook niet. Na afloop van een gesprek met de provincie Noord-Holland over de milieueffecten van Corus voor Wijk aan Zee is echter de vraag gerezen wat de kwaliteit van het grove, zwarte, stof in Wijk aan Zee eigenlijk is.
Risico’s of ‘geen probleem’?
Fijn stof is al jarenlang een hot onderwerp en de kwaliteit is redelijk goed bekend (en soms zorgwekkend) van grof stof bleek de kwaliteit niet bekend. Aanname is namelijk dat grof stof geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt omdat het door de mens niet ingeademd kan worden. Grof stof kan echter wel door handmond contact direct in het menselijke lichaam komen. Dit kan bijvoorbeeld optreden bij spelende kinderen, maar ook bij iemand die op zijn vensterbankje heeft geleund. Daarnaast kan via groente en fruit uit moestuintjes componenten van grof stof in het menselijke lichaam belanden. Dit kan zowel direct vanaf de plant als indirect via opname van planten uit de bodem.
Onderzoeksvragen zijn daarom;
1.wat is de samenstelling van het grove stof
2.wat zijn de eventuele gezondheidsrisico’s van dit grof stof
Uitvoering onderzoek
Medio 2003 zijn door een bewoner van Wijk aan Zee twee monsterpotten met grof stof gevuld en ter analyse aan een laboratorium aangeboden. Een monster is afkomstig van dakpannen en vensterbanken (bijlage 1 als S2 opgevoerd) Dit monster is verspreid over het dorp genomen en lijkt representatief voor de actuele situatie. Tevens is een monster uit een oude afvoerpijp gehaald. Dit stofmonster lijkt meer representatief voor de situatie van heden tot misschien wel 30 jaar terug. (In bijlage 1 als K1 opgevoerd).
De monsters zijn aangeboden bij het erkende sterlaboratorium van Omegam te Amsterdam. In overleg met Van Someren Bodem en Water Consultancy is een analysepakket samengesteld. De monsters zijn geanalyseerd op korrelgrootte, gehalte organische stof en verder op de chemische parameters van zware metalen, mangaan en PAK’s (VROM 16).
Onderzoeksresultaten
In de bijlage staan de analyseresultaten vermeld. Wat vooral opvalt, zijn de hoge gehalten aan PAK’s. Vooral in het monster dat representatief is voor de huidige situatie(vensterbanken etc) heeft zeer hoge Pakgehalten (totaal EPA 1300 mg/kg). Daarbij is het gehalte benzo-a-pyreen (kankerverwekkend) 76 mg/kg. Ook mangaan is zeer hoog 1500 mg/kg.
Interpretatie van risico’s door de GGD
De analyseresultaten zijn ter beoordeling van humane risico’s naar de GGD – Kennemerland gestuurd.De GGD heeft uit de 2e lijn een voorbeeld van een risicoberekening gekregen. Het is een indicatieve berekening speciaal geënt op de onderzoeksuitkomsten van het stof.
Mangaan: Over mangaan is te zeggen dat het hoegenaamd niet toxisch is na ingestie.
Inhalatie is een relevantere blootstellingroute, maar omdat het grof stof betreft, belandt het niet in de diepere luchtwegen, omdat het wordt afgevangen in de neus-keelholte. Deze blootstellingroute kan dus bijna verwaarloosd worden.
PAK:
Meest relevante risicofactor lijkt ingestie door kinderen van benzoapyreen (gehalte 72 mg/kg). De GGD heeft een worstcase benadering gekozen waarbij uitgegaan wordt van de hoeveelheid stof die maximaal kan worden opgenomen door handmond contact (100 mg/dag). Maximaal zouden kinderen dus 7,2 microgram benzoapyreen per dag kunnen binnenkrijgen. Dit is ruim onder de TDI (tolerable daily intake) wat bij een kind van 20 Kg bepaald is op 40 microgram/dag.
De vraag is nog of een kind het wel voor elkaar krijgt om 100 mg per dag naar binnen te krijgen.
De blootstelling via andere routes (zoals eten van slechte gewassen eigen groente en inhalatie van opwaaiend stof en vervolgens ingestie) moeten eigenlijk bepaald worden op basis van de stofdepositie per tijdseenheid. En die is weer afhankelijk van de emissie. Dan kun je de berekening compleet maken. Er is echter te verwachten dat de bijdrage van de inname via die routes veel kleiner zal zijn dan via handmond contact. De depositie zit over het algemeen ergens in tussen 10 (relatief onverstoorde omgeving) en 100 gram/m2 per jaar (rondom (grond)overslagbedrijven) De gevonden gehalten benzoapyreen zijn overigens lager dan die bij branden gemeten is als depositie.
De GGD verzoekt nog om indien bekend depositie gegevens te leveren voor nader risico bepaling. Voorlopig kun je zeggen dat het er op lijkt dat ingestie van het grof stof (naast inhalatie) niet tot gezondheidskundige overschrijdingen zal leiden.
Interpretatie van risico’s vanuit kader Wet Bodembescherming (bodemverontreiniging)
Op basis van een systematiek die bij bodemsanering wordt toegepast is gekeken naar de eventuele risico’s indien het grove stof jarenlang neerslaat op de bodem en onderdeel uit gaat maken van de bodem. Voor een risico analyse is gebruik gemaakt van het programma SUS, een landelijk erkende systematiek voor risicobeoordeling bij bodemverontreiniging. (Bijlage 2)
Uitgegaan is van wonen met tuin. Op basis van combinatie van toxicologische stoffen (PAK’s) zijn er humane risico’s berekend. Dit komt vooral door de PAK’s fenantreen en fluoranthreen. De risico’s ontstaan daarbij (theoretisch) vooral door het eten van voedsel dat gekweekt wordt op een bodem met een dergelijk hoge PAK gehalte. Conclusie is dat er in theorie wel een risico mogelijk is indien veel voedsel uit de eigen tuin wordt gegeten. Dikwijls blijkt echter bij nader beschouwing, dat het met de risico’s door eten uit eigen tuin toch meevalt, maar op basis van de huidige data is bovengenoemde de enige juiste.
Vervolg: Nader onderzoek?
Geadviseerd wordt nader onderzoek uit te voeren naar de bodemkwaliteit in Wijk aan Zee. Vooral de toplaag dient onderzocht te worden op Pakgehalte.
Verder is het nog onduidelijk of aan het grove stof ook fijn stof hangt dat weer vrij kan komen door bijvoorbeeld opdwarrelen van het grove stof. De risico’s van fijn stof worden over het algemeen hoger geschat. Een nadere beschouwing van grof stofdepositie op dit punt is dan ook wenselijk (GGD –advies).Ook verdient het o.i. aanbeveling de samenstelling van het aangetroffen Pakgehalte en de daaruit voortvloeiende bron(-nen) te onderzoeken.
Marc van Someren
Bodem en Water Consultancy
Adviseur Dorpsraad
Werkgroep Milieu Dorpsraad Wijk aan Zee,
D.Buwalda
