beroepschrift Raad van State tege WM Corus
U bent nu hier: wijkaanzee.org - Het actuele nieuws uit het dorp Wijk aan Zee >> Dorpsraad >> Werkgroep Milieu >> beroepschrift Raad van State tege WM Corus

Zaaknummer RvS 200701617/1/M1

Stichting Dorpsraad Wijk aan Zee

Postbus Dorpsduinen 4

1949 EG Wijk aan Zee

Dorpsraad 1982-2007

Raad van State
Afdeling Bestuursrechtspraak
Postbus 20019
2500 EA Den Haag

Behandeld door: D. Buwalda

Stichting Dorpsraad Wijk aan Zee
Postbus Dorpsduinen 4
1949 EG Wijk aan Zee

Onderwerp: Beroepschrift revisievergunning Wet Milieubeheer Velsen-Noord
Wenckebachstraat 1, Staalbedrijf Corus Staal BV te IJmuiden
Datum besluit 16 januari 2007.

Wijk aan Zee, 03 april 2007

Hoogedelgestrenge Dames en Heren,

Algemeen

Bij brief van 08 maart 2007 hebben wij beroep ingesteld tegen de bovengenoemde
revisievergunning Wet Milieubeheer.

Hierbij ontvangt u de motivering van ons beroepschrift.

De Dorpsraad Wijk aan Zee gaat in beroep tegen onderdelen van deze vergunning omdat hij vindt

dat het geluid voor de avond en nachtperiode te ruim is vergund en
dat emissies naar lucht van zwaveldioxiden (SO2), stikstofoxiden ( NOX), fijn stof   (PM10), zwavelwaterstof ( H2S), benzo(a)pyreen ( B(a)P) en zware metalen te hoog zijn vergund.
dat in het bestreden besluit geen rekening gehouden is met de gevolgen van de reeds vergunde en de toekomstig vergunde emissies en
dat evenmin rekening is gehouden met de gevolgen daarvan op het natuurgebied grenzend aan Corus.
dat voorts een deel van de installaties niet als BBT (best beschikbare techniek) valt aan te merken en
dat tenslotte geen of onvoldoende rekening is gehouden met de minimalisatieverplichting van de NER (Nederlandse emissierichtlijn) voor o.a. de stoffen PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), dioxines.

In onderstaande punten willen wij een en ander toelichten.

Bij de nummering in dit beroepschrift hebben wij dezelfde aangehouden als in onze zienswijze van 4 oktober 2006 en van 19 januari 2007, alsmede die van onze zienswijze inzake Geluid, waarvan een model hierbij gaat.

4.Wettelijke procedure: Habitattoets en Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

Gesteld wordt dat de productie optimalisatie niet gepaard gaat met ingrepen buiten de inrichting en dus geen gevolgen heeft voor de bodem in het omliggende duingebied.Dit is onjuist aangezien jarenlange uitstoot van genoemde stoffen de omgeving wel degelijk heeft beïnvloed. Tevens wordt gesteld dat door veranderingen in het productieproces de invloed van Corus hoogstens gelijk blijft. Dit is gezien de complexiteit van de inrichting gekoppeld aan de omvang van de productietoename een niet onderbouwde stelling.Er is geen passende beoordeling gemaakt over de depositie van verzurende stoffen, zware metalen en dioxine in het omringende natuurgebied.

De provincie stelt in haar overwegingen dat dit pas nodig is bij het opstellen van instandhoudingdoelstellingen en het beheerplan in het kader van de Natuurbeschermingswet in de toekomst. Deze mening delen wij niet.

7. Stikstofoxiden / NOx (en CO2)

De vergunning resulteert in een toename van de CO2 en NOx emissie. Provincie merkt hier over op dat geen toename van CO2 en NOx wordt gerealiseerd t.o.v. oude vergunning. Na overleg d.d. 13-02-2007 tussen de Dorpsraad en Corus blijkt dat de werkelijke CO2 en NOx- emissies toenemen bij de geplande productieverhoging.
De concentratie NO2 in Wijk aan Zee blijkt uit verspreidingsberekeningen strijdig te zijn met de IPPC richtlijn (Europese richtlijn) en voorschrift 0.4.1 b is dus te ruim vergund. Voor NOx wordt alleen de Biodenox bij de pelletfabriek opgevoerd als reductiebron. Deze wordt door de vergunningverlener als niet kosteneffectief bestempeld. Gezien de te hoge immissie bijdrage van Corus aan de lokale immissieconcentratie en het niet toetsen en normeren van de NOx emissies aan de BBT, van de daarvoor in aanmerking komende installaties, is dit een onjuiste beslissing.

8. Zwaveldioxide / SO2

Maatregelen verder dan BAT (best available technique) zijn mogelijk volgens de NEC 2010. Hieraan dient de vergunning te voldoen.De IMT richtlijn (integrale milieutaakstellingen) is, dat 21% gereduceerd moet worden. De totale reductie tot 2010 volgens BMP 4 (bedrijfsmilieuplan) van Corus bedraagt 68 ton.
Deze reductie is slechts 2% van de totale uitstoot. De trend moet omlaag, maar door eventuele productieverhoging is zelfs groei mogelijk tot oude vergunningsnorm.
Is provincie bij vergunningverlening niet gehouden om rijksbeleid uit te voeren? (= reductie)
Er zou bijvoorbeeld een norm opgelegd kunnen worden gerelateerd aan de uitstoot van de afgelopen jaren van 4000 ton/jaar. De aangevraagde 4400 ton/jaar is dan ook te ruim. Onduidelijk is ook welke installaties verantwoordelijk zijn voor de SO2 bijdrage.
BBT- toetsing ontbreekt in de aanvraag. De vergunde emissie van de pelletfabriek en de sinterfabriek is niet BBT.Voorschrift 0.4.7 is dan ook onvoldoende en dient te worden uitgebreid. Ook dient de sinterfabriek in het onderzoek te worden betrokken. De in de BREF (BBT referentiedocument) genoemde minimalisatieverplichting is onvoldoende nagekomen.

9. Fijn stof / PM10

Op immissieniveau aan de zuidwestkant van het Corusterrein in Wijk aan Zee wordt de daggemiddelde norm van PM10 van het Besluit luchtkwaliteit overschreden. Deze metingen zijn gebaseerd op meetpunt Bosweg (zuidzijde Wijk aan Zee). Provincie stelt dat dit meetpunt geen onderdeel uitmaakt van het officiële provinciale meetnet luchtkwaliteit. Gedeputeerde Staten stellen daarom dat met de huidige methodiek (meetpunt Banjaert, noordzijde Wijk aan Zee) geen argument beschikbaar is om de PM10 overschrijding toe te schrijven aan bedrijfsactiviteiten van Corus. In onze bedenkingen hebben wij dan ook gepleit voor enkele meetpunten, om dit niveau rondom Corus vast te leggen. Provincie acht dit niet nodig. Wij volharden echter in ons standpunt. De methodiek (locatie meetpunten) dient zodanig aangepast te worden dat; de bijdrage van Corus aan PM10 in de luchtkwaliteit duidelijk meetbaar en handhaafbaar is en zodoende de luchtkwaliteit voor de bewoners van het dorp Wijk aan Zee op een correcte manier vastgesteld kan worden. Verplaatsing van de mengvelden aan de zuidzijde van het Corusterrein zal volgens provincie het aantal overschrijdingen in Wijk aan Zee kunnen verminderen. De totale emissie van PM10 bij Corus moet ook begrensd worden. Reductiemogelijkheden zijn mogelijk de sinterfabriek en de kooksfabriek 1 en energiebedrijf. De voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12, die verplichten tot het doen van onderzoek van de stofemissies van de electrofilters van de sinterfabriek, sinterkoelers en dakemissies van de pelletfabriek, zijn onvoldoende waarborg voor verdere reductie.

10.en V. Zware metalen naar lucht.

Naast die van lood, gaan de emissies van arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, zink en nikkel naar lucht fors omhoog. Kwik en cadmium zijn zwarte lijst stoffen. Hier dient naar nulemissie gestreefd te worden. Voor de stoffen zink, chroom, koper, lood dienen emissienormen opgenomen te worden die meetbaar en handhaafbaar zijn. De vergunde emissies van zware metalen liggen ruim boven de aangevraagde emissies. Dit terwijl bovendien de trend daling zou moeten zijn. De integrale milieutaakstelling uit 1992 schrijft voor een reductie van 70-90 %.
Ook het Prioritering stoffenbeleid van de Rijksoverheid geeft een minimalisatieverplichting aan. (Ook dioxine valt onder deze verplichting). Er is geen onderzoek gedaan naar de mogelijke gevolgen voor het nabij gelegen natuurgebied. De economische belangen die leiden tot de inkoop van “slechtere ertsen” mogen niet meewegen in een milieuvergunning, wat nu wel het geval is.

Wat betreft het kwikgehalte dient het vergunnen van meestoken van kwikhoudend retourslib en filterassen onverwijld te worden beëindigd. Dit wordt in voorliggende vergunning nog drie jaar vergund. Ook dient per stof een maximale jaarvracht vergund te worden. Maatregelen bij sinterfabriek en pelletfabriek dienen genomen te worden, die verder gaan dan de BAT. Dit is op basis van de vigerende wetgeving mogelijk.

11.H2S / Geur

De grenswaarde van 99,5 percentiel H2S wordt in Wijk aan Zee sinds jaar en dag overschreden. De provincie beroept zich op haar geurbeleid, dat gebaseerd is op aantal hinderklachten, om de status quo te handhaven. Bovenstaande stof wordt ook in het provinciale meetnet gemeten. Beperking van H2S is in deze vergunning niet gereguleerd. Dit dient alsnog te gebeuren.

19. Geluid (IP 2)

Met het opnemen van de nu in de voorschriften opgenomen waarden blijft ruimte bestaan voor toekomstige ontwikkelingen op het industrieterrein die extra geluidruimte vragen. Voor een aanzienlijk deel van het dorp geldt al een hogere MTG waarde (maximale toelaatbare geluidsbelasting) en wordt al niet voldaan aan de saneringsnorm, zoals voorgeschreven in de Wet geluidhinder. Tevens is voor het vaststellen van deze vergunning voor een groot aantal woningen nieuwe (hogere) MTG waarden vastgesteld door VROM. Zonder deze ingreep had deze vergunning niet afgegeven kunnen worden. Tegen dit besluit zijn in het dorp 309 bedenkingen ingediend. In voorliggend besluit wordt door provincie in de avondperiode ruimte vergund, die ontwikkelingen op geluidgebied mogelijk maken. Voor de nachtperiode wordt ruimer vergund dan aangevraagd. Dit is gezien de al opgehoogde MTG waarden onzes inziens onacceptabel.

VI. Benzo(a)pyreen / B(a)P.

De kooksfabrieken zijn de bronnen.
Provincie stelt in haar verweer op onze bedenkingen dat vervanging van de deuren van de kooksfabriek 2 emissiedaling tot gevolg zal hebben. Onderhoud en herstel van bestaande installaties kan echter geen valide vergunningseis zijn. In het BMP 4 (tot 2010) van Corus is bij de vervanging deuren KF2 (kooksfabriek 2) echter alleen reductie van VOS en SO2 opgevoerd en geen B(a)P.
In de verspreidingsberekeningen wordt gesteld, dat zal worden voldaan aan de streefwaarde van 1 ng/m3. Dit zou worden bevestigd door de meetgegevens in het meetnet IJmond. De streefwaarde vanaf 1997-2005 wordt in de meetrapporten luchtkwaliteit IJmond voor het meetpunt Banjaert in Wijk aan Zee overschreden, met uitzondering van 2002, 2003 en 2005.
Wij dringen aan op vastleggen en het terugbrengen van de jaarvracht in de vergunning en kunnen niet akkoord gaan met de voorgestelde en vergunde emissieverhoging van 10 % van
de B(a)P. Verder moet de Kooksproductie slechts vergund worden voor eigen gebruik en niet voor derden.

Wij verzoeken u te beslissen dat:

1. het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland niet in redelijkheid tot het

bestreden besluit heeft kunnen komen op de aangegeven punten;

2. het college van Gedeputeerde Staten zijn besluit op de door ons aangevochten

punten moet aanscherpen.

In afwachting van uw beslissing, met vriendelijke groet,

J. Budding Voorzitter Adres Verlengde Voorstraat 3, 1949 CL Wijk aan Zee

E. Priester Secretaris Adres Rijckert Aertszweg 53, 1949 BD Wijk aan Zee


Bijlagen:

1. De notarieel gewaarmerkte statuten van de stichting Dorpsraad Wijk aan Zee.

2. De notitie Dorpsraad Wijk aan Zee “belanghebbende” van 10 januari 2007

3. Het uittreksel uit het handelsregister van 27 maart 2007

4. De kennisgeving van het bestreden besluit.

5. Zienswijzen tegen de ontwerpbeschikking en de herziene ontwerpbeschikking

Zienswijze van 10 oktober 2006

Zienswijze van 19 januari 2007

Zienswijze inzake Geluid

De Stichting Dorpsraad Wijk aan Zee als belanghebbende ingevolge artikel 1:2, eerste

lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De stichting heeft de statutaire opdracht de leefbaarheid in het dorp Wijk aan Zee te

bevorderen.

Sinds de oprichting, de facto in 1982 en de jure in 1983, heeft het bestuur onder

‘leefbaarheid’ steeds verstaan: al hetgeen rechtstreeks en zijdelings raakt aan het

belang van de leefgemeenschap Wijk aan Zee.

Het bestuur heeft daarbij voortdurend in het oog gehouden, dat het begrip

leefgemeenschap zowel een biologische en ecologische, als een maatschappelijke

en sociale betekenis heeft.

Binnen de bepalingen van artikel 3 van de statuten, geeft de Dorpsraad feitelijk uitvoering

aan zijn statutaire opdracht met de volgende werkzaamheden:

Het uitbrengen en aan de orde stellen van discussienota’s. over actuele onderwerpen in Wijk

aan Zee:

Bouwen en Wonen (11 oktober 2006)

Recreatie en Verkeer (11 oktober 2006)

Natuur en Milieu (11 oktober 2006)

Beeldkwaliteitplan Wijk aan Zee (15 maart 2007)

Het beleggen van themabijeenkomsten van alle betrokkenen in het dorp over

omstandigheden, die (mogelijk) afbreuk doen aan de goede maatschappelijke en sociale

verhoudingen.

Overlast van hotel- en pensionbedrijven, die buitenlandse werknemers huisvesten

(14 februari 2007).

Het doorlopend overleggen met overheden, bedrijven en organisaties over omstandigheden,

die de leefbaarheid in het dorp Wijk aan Zee kunnen verbeteren. Hetzelfde geldt voor

omstandigheden waarvan zich laat vaststellen of veronderstellen, dat zij nu of later, een

nadelige invloed op de leefbaarheid hebben.

Het indienen van zienswijzen over omstandigheden en ontwikkelingen, die de leefbaarheid in

Wijk aan Zee op de een of andere wijze aantasten.

In al de genoemde gevallen gaat het om:

een aan de statutaire doelstelling ontleend collectief belang;

een belang dat los kan worden gezien van dat van de individuele leden;

de behartiging trekken vertoont van bovenindividuele belangen;

Bovenstaande drie punten staan aangehaald in de uitspraak van de voorzitter van de Raad

van State van 15 december 2005 in de zaak 200509469/1 en 200509469/2, waarin de

voorzitter verwijst in punt 2:5, naar de zaak 200304188/1 en de aldaar omschreven

maatstaven.

Wijk aan Zee, 10 januari 2007





Aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland

Milieu Informatie Punt

Postbus 205

Postcode 2050 AE Overveen

Betreft: Zienswijze Dorpsraad Wijk aan Zee op de herziene ontwerpvergunning van de

provincie Noord-Holland voor de vergunningverlening ex artikel 8.4 van de Wet milieubeheer

voor de inrichting Corus Staal BV.

Wijk aan Zee, 2006-10-04

Geacht College,

Allereerst zijn wij verheugd dat, naar aanleiding van de eerder ingebrachte bedenkingen op

de eerdere ontwerpvergunning, de herziene vergunning die nu voorligt aanzienlijk is

aangescherpt op onderdelen. Onduidelijk is wat de juridische status van deze vergunning is.

Normaliter dient eerst de bezwaarperiode van de ontwerpvergunning te worden afgerond.

Wij gaan er vanuit dat de ingebrachte bedenkingen op de eerste ontwerpvergunning blijven

staan als bedenkingen voor de herziene ontwerpvergunning. Mocht dit niet het geval zijn dan

dienen wij deze alsnog in. Dit betreft bedenkingen 1, 4, 6,7, 8, 9, 10, 11, 14 en 19 op

onderdelen. De overige bedenkingen zijn voor de Dorpsraad naar behoren beantwoord.

Bij bedenking 9 werden de voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12 genoemd. Deze nummering is

in de herziening ontwerpvergunning veranderd. Zie nieuwe bedenking IV.

Naar aanleiding van de herziene ontwerpvergunning willen wij de volgende nieuwe

bedenkingen indienen:

I

. (pag.9) Mer-beoordelingsplicht Koudwals:

Waarom wordt deze vergunning separaat van de totale vergunning afgegeven, terwijl de

intentie is te komen tot een totale vergunning en de procedure nog steeds loopt.

II.. (pag.16) Voorschrift 1.2.2 en 1.4.2.

Bij dit voorschrift dient controle en handhavingvoorschrift verbonden te worden.

III. (pag.21) Voorschrift 0.4.7.

Aan dit voorschrift dient na onderzoek een resultaatsverplichting gekoppeld te worden.

IV. (pag.28) Voorschrift 1.1.7, 1.1.8, 1.1.14.

Hier blijft oude bedenking 9 staan.Voorheen waren dit de voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12

V. (pag. 30,32) Zware metalen naar lucht.

De economische belangen ten aanzien van de inkoop van ertsen mogen niet meewegen in

een milieuvergunning. Wij houden dan ook vast aan de eerder ingebrachte bedenking 10. De

zware metalen naar lucht mogen niet stijgen, ergo moeten afnemen.

Wat betreft het kwikgehalte dient het vergunnen van meestoken van kwikhoudend retourslib

onverwijld te worden beëindigd. Ook dient per stof een maximale jaarvracht vergund te

worden en maatregelen genomen te worden die verder gaan dan de BAT.

Dit is op basis van de vigerende wetgeving mogelijk.

VI. (pag.32) Benzo(a)pyreen.

Hier wordt berekend dat wordt voldaan aan de streefwaarde van 1 ng/m3 en dit zou worden

bevestigd door de meetgegevens in het meetnet IJmond.

De streefwaarde vanaf 1997-2004 worden in de meetrapporten luchtkwaliteit IJmond voor

het meetpunt Banjaert overschreden, met uitzondering van 2002 en 2003

De borging van de gezondheid van de bewoners van Wijk aan Zee is hiermee in het geding.

Wij dringen aan op vastleggen en het terugbrengen van de jaarvracht in de vergunning en

kunnen niet akkoord gaan met de voorgestelde en vergunde verhoging van 10 % van de

B(a)P.

Verder moet de Kooksproductie vergund worden voor eigen gebruik en niet voor derden.

Hierbij merken wij op dat naar aanleiding van ons eigen grof stofonderzoek en het daarbij

gevonden hoge Pak gehalte Corus nader onderzoek zou verrichten.

Dit willen wij vastgelegd hebben in de vergunning met hieraan gekoppeld de mogelijkheid om

maatregelen te nemen mocht dit gehalte daadwerkelijk te hoog zijn.

VII. (pag.40) Voorschrift 1.1.13 voor fluorwassers (EL 504).

Hier dient de BREF –waarde vergund te worden.

Dit voorschrift spreekt over een saneringstermijn.duconwassers.Dit is niet terug te vinden in

het voorschrift zelf. E.a moet dus alsnog vastgelegd worden.

.

VIII. (pag.50,51) Geluid

De oude bedenking 19 blijft staan met daarbij de opmerking dat wij geen bezwaar maken

tegen aanvullend saneringsplan Wet geluidhinder. Niet omdat wij het met uw voornemen

eens zijn, maar naar ampel beraad de zaak naar de Raad van State geen resultaat zal

opleveren.

IX. (pag.58,59) Opslag Hoogovengasstof

Wij dringen aan op beëindiging van de opslag van hoogovengas stof binnen de termijn die

voor deze vergunning wordt afgegeven en niet de in voorschrift 1.3.8 genoemde termijn.

De studie naar verwerken duurt nu al zo’n 10 jaar of langer en verwerking is al mogelijk

gebleken in Duitsland.

Verder dient er een economische en maatschappelijke kosten/ batenanalyse gemaakt te

worden van storten en verwerken, immers nuttige toepassing is mogelijk.

X. (pag. 178) Onderzoek minimalisatieverplichting.

Hieraan dienen de stoffen Cadmium, B(a)P, Nikkel en Arseen te worden toegevoegd.

Met vriendelijke groet,

Het bestuur van de Dorpsraad Wijk aan Zee

Jan Budding voorzitter adres Verlengde Voorstraat 3, 1949 CL Wijk aan Zee

Evelien Priester secretaris adres Rijckert Aertszweg 53, 1949 BD Wijk aan Zee





Aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland

Milieu Informatie Punt

Postbus 205

Postcode 2050 AE Overveen

Betreft: Zienswijze Dorpsraad Wijk aan Zee op de ontwerp-beschikking van de Provincie

Noord-Holland voor de vergunningverlening ex artikel 8.4 van de Wet milieubeheer

voor de inrichting Corus Staal BV.

Wijk aan Zee, 2006-01-19

Geacht College,

Naar aanleiding van uw voornemen bovengenoemde vergunning te verlenen maken wij de

volgende bedenkingen:

1.C Aanleiding van de aanvraag: Ook dient de vergunning uiterlijk per 30 oktober 2007 aan

de Europese IPPC-richtlijn te voldoen. In de ontwerp-beschikking wordt daar op diverse

punten van afgeweken. Tevens is niet aangegeven hoe gehandhaafd zal worden op het niet

voldoen aan de IPPC-richtlijn.

2.D Wettelijke procedure: Gedeputeerde Staten stellen dat de revisie-vergunning pas kan

worden afgegeven als de, in het kader van geluidssanering vastgestelde MTG-waarden, door

de Minister van VROM zijn aangepast. Formeel is dat nog niet het geval. Derhalve is het

ontwerp-besluit niet rechtsgeldig.

3.D Wettelijke procedure: Mer-beoordelingsplicht staalproductie

Er zijn naar ons oordeel geen zodanige bijzondere omstandigheden aanwezig, ----------

Gedeputeerde Staten stellen dat bij de veranderde staalproductie geen bijzondere

omstandigheden zijn om een MER-onderzoek te rechtvaardigen. Zij baseren dit mede op de

milieugevolgen van de activiteit. Echter de geluidsproductie is nu al te hoog en er blijft voor

de avond –en dagperiode ruimte bestaan voor ontwikkelingen op het industrieterrein, die nog

extra geluidsruimte vragen. De wettelijke grenswaarde van fijn stof en B(a)P komen door de

activiteit boven de landelijke en Europese norm. De uitstoot van deze laatste moet beperkt en

gereguleerd worden in de vergunning. Dit alles is voldoende om een MER af te dwingen en

één en ander is tevens in strijd met de stelling uit het PMP (bladzijde 77) dat de grenswaarde

voor verschillende stoffen naar lucht in zwaar milieubelaste gebieden niet worden

overschreden. Wijk aan Zee behoort tot deze categorie.

4.D Wettelijke procedure: Habitattoets en Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

Gesteld wordt dat de productie optimalisatie niet gepaard gaat met ingrepen buiten de

inrichting en dus geen gevolgen heeft voor de bodem in het omliggende duingebied.

Dit is volkomen onjuist aangezien jarenlange uitstoot van onder andere grof stof de omgeving

wel beïnvloed. (PAK/zware metalen).Tevens wordt gesteld dat door veranderingen in het

productieproces de invloed van Corus hooguit gelijk blijft. Dit is gezien de complexiteit van

de inrichting gekoppeld aan de omvang van de productietoename een niet onderbouwde

stelling.

Tevens zijn de Milieufederatie Noord-Holland evenals de plaatselijke groeperingen zijn

gehoord-----. De Dorpsraad is niet gehoord over de ontwerpbeschikking.

5. G Relatie tussen de vergunning en het bedrijfsmilieuplan

Het BMP wordt periodiek geactualiseerd. Op welke termijn dit gaat gebeuren wordt niet

duidelijk en loopt tevens sterk achter.

6. H Milieubelasting IPPC

Op grond van deze richtlijn en de daaruit voortvloeiende BAT’s (Best Available techniques)

en BREF’s (Bat Reference Document) kan volgens artikel 8.10, tweede lid, onder a Wm

per 01-12-2005 een vergunning in ieder geval worden geweigerd, als de verlening daarvan

niet kan worden bereikt dat de inrichting tenminste de daar in aanmerking komende beste

beschikbare technieken worden toegepast. Het van kracht worden van deze ontwerpbeschikking

valt na die periode en met de bedenking onder punt 1 kan de vergunning niet

worden afgegeven.

7. H Milieubelasting Emissiehandel CO2 en NOX

Voor beide stoffen geldt dat de emissie gaat toenemen. In het Provinciaal Milieubeleidsplan

(bladzijde 21 en 73) wordt gesproken van een reductiedoelstelling van deze stoffen. Dit is in

tegenspraak met elkaar.

8. Besluit luchtkwaliteit 2005 Zwaveldioxide (S02)

In het PMP (bladzijde 73) staat vermeld: ------wij de landelijke afspraken over vermindering

vertalen in de milieuvergunning van bedrijven.

In de ontwerp-beschikking wordt echter de jaarvracht verhoogd van 4000 naar 4400 ton.

Dit is in eveneens in tegenspraak met elkaar. Verder is er een onderzoeksverplichting naar

verdere verlaging pelletfabriek en Kooksfabriek 2 in voorschrift 0.4.7 opgenomen. Dit zou in

het licht van het voorafgaande een resultaatsverplichting moeten zijn.

9. Besluit luchtkwaliteit 2005 Stof

Meetpunt 558 gelegen op de sluizen moet in tegenstelling tot in het ontwerp-beschikking

voorgestelde idee om dit punt niet te toetsen, in verband met de forse overschrijding en het

wonen en werken aldaar, wel degelijk getoetst worden aan het besluit luchtkwaliteit 2005.

Hetzelfde geldt voor meetpunt Bosweg. Bij het niet toetsen van deze meetpunten dienen

vervangende meetpunten geïnstalleerd te worden, die wel een wettelijke status hebben.

Op de rand van het industrieterrein aan de zuidkant van Wijk aan Zee wordt de

daggemiddelde norm voor fijn stof overschreden. In dergelijke situaties dient Gedeputeerde

Staten te bewerkstelligen, dat de overschrijdingssituatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd.

De reductiedoelstelling open bronnen gaat echter uit van 2010. Hierdoor loopt eventuele

woningbouw in Wijk aan Zee mogelijk vertraging op en is de gezondheid van de bevolking in

het geding. Reductiedoelstelling moet dan ook zijn 2006. Ook zou de jaarvracht van grof stof

aan een grenswaarde gebonden moeten worden en vastgelegd in de vergunning. Onderzoek

naar de chemische samenstelling van grof stof en eventuele maatregelen die hier uit

voortvloeien, dienen in de vergunning te worden opgenomen.

De verwachting is dat door het verplaatsen van de opslag en activiteiten met gemengde

bedrijfsstoffen tot een vermindering van overschrijden van het daggemiddelde zal leiden.

Niet duidelijk wordt hoe gehandhaafd zal gaan worden en wat aanvullende maatregelen zijn

als niet aan de verwachting wordt voldaan.

De voorschriften 1.1.6, 1.1.7 en 1.1.12 die verplichten tot het doen van onderzoek van de

stofemissies van de elektrofilters van de sinterfabriek, sinterkoelers en dakemissies van de

pelletfabriek moeten omgezet worden in een resultaatverplichting.

Als niet aan de uit het besluit luchtkwaliteit aan de eisen voor PM10 kan worden voldaan

zouden niet alleen bij de benoemde doelgroepen uit Provinciaal actieplan luchtkwaliteit

vervolgstappen ondernomen moeten worden, maar een mogelijkheid vastgelegd moeten

worden in de vergunning om aanvullende maatregelen aan Corus op te leggen.

Verder is het wenselijk de bijdrage van fijn stof van Corus op immissieniveau op enkele

meetpunten vast te leggen in de vergunning.

10. Lood

Naast Lood gaan de emissies van Arseen, Cadmium, Chroom, Koper, Kwik, Zink en Nikkel

naar lucht fors omhoog.

Het moge duidelijk zijn dat deze stoffen zeer schadelijk zijn voor mens, milieu en natuur.

De integrale milieutaakstelling uit 1992 schrijft voor een reductie van 70-90 %.

Ook het Prioritering stoffenbeleid van de Rijksoverheid geeft een minimalisatie verplichting

aan. Het bevoegd gezag dient te toetsen of Corus alles in het werk heeft gesteld om de uitstoot

terug te dringen. Heeft deze toetsing plaatsgevonden en zo ja, dan dient deze in de ontwerpbeschikking

te worden opgevoerd. De toegestane uitstoot wordt nu alleen begrensd door een

hoeveelheid per m3. De totale uitstoot per jaar zou ook begrensd moeten worden.

Gedeputeerde Staten zouden hier op Rijksniveau op aan moeten dringen. Bij een eventuele

toename van genoemde stoffen zou er een jaarlijkse onderzoeksverplichting/meting moeten

worden ingesteld in de woonkernen rond om het bedrijf om e.a. te monitoren en de

gezondheid te borgen.

11. Geur

Gedeputeerde Staten zouden er bij het ministerie van VROM op aan moeten dringen, dat de

richtlijn voor H2S omgezet wordt in een grenswaarde.

12. Sinterfabriek

Bij het stofreductieonderzoek in voorschrift 1.1.6 dient een resultaatsverplichting

opgenomen te worden in de vergunning.

De verlaging van de beschikbaarheid van de hogedrukwasser van 94 naar 92 % is niet

wenselijk. Het bypass-bedrijf zou voorzien moeten van een filter, dan wel gesaneerd moeten

worden.

13. Pelletfabriek

De BREF-waarde van (EL 504) van 10 mg/m3 zou per 30 oktober 2007 gerealiseerd moeten

zijn.

Dit geldt ook voor de BREF-waarde van HCI en HF voor deze installatie (EL 504).

14. Kooksfabrieken

De emissiegrenswaarde voor stof voor batterijschoorstenen (EL 104) moet aan de Nerwaarde

van 25mg/m3 voldoen. Stof uit de blustorens moet naar aanvaardbaar niveau worden

teruggebracht.

15. Energiebedrijf

Het voorschrift voor ketel 41 (1.4.3) ; de inspanningsverplichting dient omgezet te worden in

een resultaatsverplichting.

16. Oxystaalfabriek 2

De in het voorschrift 1.5.8 genoemde stuifgevoelige goederen (stuifklasse S2 t/m S4) dienen

zo spoedig mogelijk in gesloten ruimten opgeslagen te worden en te voldoen aan de Ner.

17. Coated Products

Het voorgeschreven onderzoek naar reductiemogelijkheden van Cr6+ dient te worden

uitgebreid met een resultaatverplichting.

18. Corus Packing Plus

Het voorgeschreven onderzoek naar verdere reductiemogelijkheden, zoals vastgelegd in 4.1.2

voor Cr6+, dient eveneens met een resultaatsverplichting te worden uitgebreid.

19. 4 Geluid

Wij verwijzen u naar de door ons ingediende zienswijze aanvullend saneringsplan Wet

geluidhinder ( bijlage 1). Corus moet alsnog verplicht worden aanvullende

saneringsmaatregelen te nemen met hieraan verbonden een resultaatverplichting. Dit in plaats

van het oprekken van de Wet geluidhinder.

Met het opnemen van de nu in de voorschriften opgenomen waarden blijft ruimte bestaan

voor toekomstige ontwikkelingen op het industrieterrein die extra geluidruimte vragen.

Voor een aanzienlijk deel van het dorp geldt al een hogere MTG waarde en wordt al niet

voldaan aan de saneringsnorm, zoals voorgeschreven in de Wet geluidhinder. Tevens wordt

nu voor een groot aantal woningen nieuwe (hogere) MTG waarden aangevraagd.

PMP (bladzijde 158); Buiten zonegrens van 50 dB(A) mag het geluid niet hoger zijn dan 55

dB(A). Verder wordt gerefereerd aan een subsidieregeling van VROM voor de sanering van

geluid. Dit zouden wij graag verantwoord zien.

Aanvullend hier op: PMP (bladzijde 75); De strenge emissie-eisen zullen kunnen leiden-----

waaraan wij zonodig ook een financiële bijdrage leveren naast die van andere overheden.

Heeft er in dit kader van de geluidssanering een bijdrage van Gedeputeerde Staten

plaatsgevonden en zo ja kunnen wij de verantwoording daarvan ontvangen en bij het

tegendeel een motivatie hiervan ?

PMP criteria bij beoordeling van verzoeken om vastlegging van hogere waarden.

Eén van de randvoorwaarden is het uitvoeren van een cumulatietoets voor geluidsgevoelige

bestemmingen. Dit in verband met de geluidoverlast van het vliegverkeer van de polderbaan.

Deze is nog niet uitgevoerd.

Afsluitend zijn wij van mening zijn dat de politieke besluitvorming over de af te geven

vergunning onvoldoende op gemeentelijk en provinciaal niveau heeft plaats gevonden.

Met vriendelijke groet uit Wijk aan Zee,

Voorzitter Dorpsraad Wijk aan Zee, adres/postcode/plaats

Secretaris Dorpsraad Wijk aan Zee, adres/postcode/plaats

Bijlage 1

Aan het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland.

Milieu Informatie Punt

Postbus 205

Postcode 2050 AE Overveen

Betreft: Zienswijze aanvullend saneringsplan Wet geluidhinder.

Wijk aan Zee, ….-….- 2006 (datum)

Geacht College,

Naar aanleiding van uw voornemen bovengenoemd saneringsprogramma vast te stellen

maak ik de volgende opmerkingen:

1 De geluidbelasting rondom het onderhavige industrieterrein is nu al hoger dan de Wet

geluidhinder toestaat. Daarbij neemt het geluid van passerende vliegtuigen in het

dorp sterk toe sinds de opening van de zogenaamde “polderbaan” van Schiphol.

2 Deze optelsom van geluid vormt samen met de overige milieubelasting (Zwaarst

belaste

Dorp van Nederland qua H2S, Grof stof en ook één van de zwaarst belaste gebieden

voor fijn stof) een onwenselijke extra milieubelasting voor het dorp, die tevens

gezondheidsrelevant is.

Hierbij merk ik nog op dat de duale doestelling van meer productie bij Corus, bij het

niet nemen van maatregelen, tot meer overlast zal leiden.

3 In de vigerende vergunning aan Corus is een overschrijding met 2 dB(A) toegestaan,

boven het in de Wet Geluidhinder vastgestelde maximum. Als gevolg daarvan

ondervindt een aantal woningen in Wijk aan Zee een hogere geluidbelasting dan 55

dB(A).

4 Het doel van deze maatregel kan geen ander zijn dan, na een periode van gedogen

waarin naar oplossingen wordt gezocht, het definitief terugdringen (eventueel op

termijn) van de heersende geluidsoverlast.

5 Per 01-12-2005 in de WM geëist dat deze moet voldoen aan de stand der techniek.

In het aanvullende saneringsplan wordt echter opgevoerd dat, voor wat betreft het

geluid, er geen kosten effectieve maatregelen meer mogelijk zijn i.v.m. verouderd

machinepark.

6 In het aanvullende saneringsprogramma geeft u aan, de Minister van V.R.O.M. te

willen verzoeken een nieuw MTG-besluit te nemen, waarvan de waarden nog hoger

zijn dan de in het oude dito vastgestelde. Als gevolg daarvan zullen nog meer

woningen nog zwaarder worden belast.

7 Het doel van de Wet geluidhinder is omwonenden te beschermen tegen hinder en

schade door geluidsoverlast in hun woon en werkomgeving. Het komt mij voor, dat

uw saneringsprogramma onvoldoende recht doet aan dat doel en de Wet

geluidhinder de facto buiten werking stelt.

8 Ik adviseer daarentegen in het aanvullende saneringsprogramma eisen te stellen,

die tot resultaat hebben, dat de in de Wet geluidhinder vervatte normen worden

gerespecteerd.

9 Uw voornemen gaat mij rechtstreeks aan, omdat ik in Wijk aan Zee woon/werk en

meer in het bijzonder omdat ik van de geluidsoverlast heb te lijden. Toch hebt u mij

bij de voorbereiding van het te nemen besluit onvoldoende betrokken, in ieder geval

in een te laat stadium. Te laat in het licht van het gegeven, dat u met de overheden in

de IJmond en de vergunningaanvrager niet alleen langdurig, maar ook nog eens

diepgaand en breed overleg hebt gevoerd.

10 Daarbij komt nog het feit, dat de resultaten van het overleg, door alle deelnemers bij

elke denkbare gelegenheid worden gepresenteerd als een bindend akkoord. U vraagt

mij een zienswijze naar voren te brengen over deze min of meer voldongen feiten.

Hier vloeit logischer wijze uit voort dat u mij als belanghebbende in een bijzonder

nadelige positie heeft geplaatst. Ik vind dat zeer onzorgvuldig en ik laat mij deze

ongelijke behandeling, als rechtstreeks betrokkene, dan ook niet welgevallen.

11 Ik verzoek u vriendelijk mijn zienswijze ter kennis te brengen van de Minister van

V.R.O.M.

Met vriendelijke groet uit Wijk aan Zee,

Naam

Beroep of functie in Wijk aan Zee

Adres

Postcode plaats

Ik wens niet, dat mijn personalia bekend worden gemaakt.