De voorgeschiedenis van de film

 

De voorgeschiedenis van de film

 

In de negentiger jaren schreef Geert Mak zijn bestseller over Jorwerd, een boek over de ondergang van dorp en platteland.[1] Toen Mak dat boek schreef hadden wij tegen de tendens van het boek in ons dorp uitgeroepen tot Cultureel Dorp van Europa. Wij blaakten van energie en zagen wel degelijk toekomst voor dorp en platteland. Zelfs in de Randstad. Onze activiteit die bedoeld was voor maar één jaar liep uit de hand en duurde twaalf jaar. Het bracht beweging in dorpen in twaalf Europese landen.

Steeds weer moesten we uitleggen wat dat dan was een ‘cultureel’ dorp. Cultuur was toch van de stad, of niet soms? Onze woorden kwamen niet goed over. Het had meer zin om mensen uit te nodigen. Dan kwam het wel over.

We verdiepten ons niet meer zo in de dingen die het dorp niet had, maar meer in wat het dorp wel had. En dat bleek alles mee te vallen. Het dorp had meer te bieden dan waarvoor het werd aangezien.

Een van de hete hangijzers was natuur. Was een zwart bonte koe natuur of moest je dan een Schotse Hooglander hebben? Wat was meer natuur, de wolf of het schaap, de aardappel of een wilde orchidee?  Er waren discussies over bepaalde landschappen en hoe die er dan uit moesten zien. Boeren leken geen rol te spelen of eerder een negatieve. Zij waren niet met mooie landschappen bezig.

 

In 2006 hoorde ik van een tentoonstelling over de natuur in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. En van het feit dat het beeld van boeren en buitenlui daarin niet was meegenomen omdat daarover geen litteratuur bestond. Boeren hadden hun beleving nooit opgeschreven.. Dat was voor mij het moment dat ik contact ging zoeken met boeren die daarvoor toegankelijk waren. Want wellicht zou daar een sleutel kunnen liggen om de dood van dorp en platteland te keren die door Geert Mak in zijn boek over Jorwerd was beschreven.

 

Een mens wordt in hoge mate bepaald door wat hij dagelijks doet. Daarom kon ik me niet vorstellen dat een beroepsgroep die meer buiten dan binnen leeft en dagelijks bezig is met het groeiproces van plant en dier geen interessant beeld van de natuur zou hebben. Het is bijna onontkoombaar dat mensen die dagelijks met  buiten zijn of dagelijks met dieren omgaan heel erg relevant moet zijn wanneer het om natuur gaat. Als hun natuurbeeld niet op de grote tentoonstelling te zien was, dan moesten we er zelf maar naar gaan zoeken.

 

Zo begon ik met het opbellen van een paar boeren. Ik merkte al gauw dat zij niet stonden te trappelen om mee te doen met mijn initiatief. Ik kreeg de indruk dat discussiëren over  ‘Natuur’ bij een andere bevolkingsgroep thuishoorde. Zoiets kon voor hen weinig opleveren. Ik proefde afstand. En men vond het kennelijk zonde van de tijd en scheepte me af met een goeie smoes.

Maar ik liet me niet afschepen en vond uiteindelijk een paar boeren bereid waren om een keer samen te komen. Ik had onderkomen geregeld op kasteel Groeneveld van het Ministerie van Landbouw waar de directeur mijn initiatief wel een kans wilde geven.

 

Op de eerste bijeenkomst op 14 december 2007 kwam, er eigenlijk meteen al een boeiende reactie:  “Onze natuur dat zijn de seizoenen. Dat is een dynamisch gebeuren. Voor de stedelingen die hier komen wonen en die veel over natuur spreken gaat het meer om statische dingen als ‘het uitzicht’ en het plaatje van het dorp” En: “Wij kijken naar natuur als beheerders. We zien wat er gedaan moet worden om groeiprocessen te bevorderen en problemen te voorkomen”. “Mooi weer kan kou, warmte, regen of zon betekenen. We hebben het allemaal op z’n tijd nodig”.

 

Na deze eerste bijeenkomst zijn we met dezelfde groep nog een paar keer bij elkaar gekomen. Uiteindelijk viel de vraag: wat gaan we hiermee doen?  Allerlei suggesties kwamen op tafel tot eindelijk in 2011, nadat er een filmer in ons dorp was komen wonen het besluit viel om met de filmcamera rond te gaan, op zoek naar natuurbeelden bij onze boeren. Wat destijds bij het maken van die tentoonstelling is nagelaten, gaan we nu doen. We gaan de boer op om de andere kant van de natuur te zien. We gaan de boer op om te kijken waar de mensen die zich als beheerders beschouwen  mee bezig zijn. 

 

Bert Kisjes

 



[1] Hoe God uit Jorwerd verdween. In de Engelse vertaling is de titel “The death of a Dutch village in the 20th century’.: